7.1 Algemeen

7.1 Algemeen

Stookinstallaties

Inhoud pagina: 7.1 Algemeen

Bees A werkt rechtstreeks, dat wil zeggen dat aan de verplichtingen die Bees A oplegt door de inrichtinghouder moet worden voldaan. Overneming van de eisen uit Bees A in de vergunningvoorschriften is dus niet nodig.

Bees A leidt niet tot wijziging van de vergunningverleningsprocedure. Wel zal deze, daar een aantal eisen al in Bees A is vastgesteld, eenvoudiger en sneller kunnen verlopen. Dit zal met name gelden in de gevallen waar Gedeputeerde Staten geen bevoegdheid tot het afwijken van de Bees-eisen heeft.

Wanneer Gedeputeerde Staten gebruik maken van de in Bees A gegeven bandbreedte of van de bevoegdheid van Bees A af te wijken, zal dat uiteraard wel in de vergunningvoorschriften moeten worden vastgelegd.

Het gebeurt ook dat in de vergunningaanvraag voor een stookinstallatie wordt aangegeven dat een lager uitworpniveau wordt bereikt dan bij toepassing van de betreffende eis(en) van Bees A. Wanneer de vergunning met inachtneming van de aanvraag wordt verleend, geldt dat lager uitworpniveau. Het is in dit geval niet relevant of Bees A al dan niet een bandbreedte geeft.

Het gewone vergunningregime blijft gelden voor alle onderwerpen die niet in Bees A zijn geregeld. Zo kunnen Gedeputeerde Staten, wanneer het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging dat noodzakelijk maakt, voorschriften met betrekking tot de totale uitworp per tijdseenheid voor de stookinstallatie vaststellen, dan wel een vergunning weigeren of intrekken. Wanneer verder voor het stoken van een bepaalde brandstof in Bees A alleen een eis is gesteld voor SO2 staat het de vergunningverlener vrij voor NOx, stof, of andere componenten eisen te stellen. Zolang een eis niet van kracht, is geldt ook het gewone vergunningregime. Wanneer zoals bij kolen, voor SO2, NOx, en stof eisen zijn gesteld, kan de vergunningverlener de emissies van andere componenten (bijv. CO) zelf regelen. Vanzelfsprekend geldt eveneens het gewone vergunningregime wanneer een bepaalde stookinstallatie niet onder het Bees valt.

Wanneer wel een emissie-eis op grond van Bees A van toepassing is, is de relatie met vergunningvoorschriften van belang. Daarbij hebben Gedeputeerde Staten op grond van Bees A een aantal bevoegdheden:

  • Zo bepaalt Gedeputeerde Staten of meerdere stookinstallaties in een inrichting als één stookinstallatie moeten worden beschouwd (zie artikel 6). Dit oordeel moet blijken uit de vergunning. Indien meer stookinstallaties tezamen als één stookinstallatie worden aangemerkt, kan de grens van 300 MW worden overschreden en kan dus onder omstandigheden rookgasreiniging verplicht zijn.
  • Gedeputeerde Staten kunnen voorts een periode vaststellen waarin een installatie in bedrijf mag worden gehouden, wanneer vanwege een storing niet aan de geldende NOx - of stofemissie-eis kan worden voldaan en in het geval van SO2 niet aan het vereiste ontzwavelingspercentage wordt voldaan maar wel aan de emissie-eis.
  • Ook kunnen zij gebruik maken van de bandbreedte en van de mogelijkheid nadere eisen te stellen.
lucht
 

Kenniscentrum InfoMil