7.7 Emissieplafonds en vergunningweigering

7.7 Emissieplafonds en vergunningweigering

Stookinstallaties

Inhoud pagina: 7.7 Emissieplafonds en vergunningweigering

Voor de luchtkwaliteit is de wijze van uitworp en de hoeveelheid verontreiniging die per tijdseenheid wordt uitgeworpen van belang. Bees A stelt slechts eisen aan de concentratie van SO2, NOx en stof in het rookgas en regelt de hoeveelheid verontreiniging per tijdseenheid niet. Bees A is daarom niet van invloed op de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten, dat laatste te regelen als dat in het belang van de lokale luchtkwaliteit nodig is.

In het algemeen is de concentratie-eis voldoende waarborg voor een aanvaardbare luchtkwaliteit. Het is evenwel niet uit te sluiten dat bij een omvangrijke hoeveelheid rookgas of als gevolg van andere emissies of aanwezige achtergrondconcentraties, plaatselijk per tijdseenheid te veel SO2, NOx of stof wordt uitgeworpen. In zulke gevallen kan de vergunningverlener genoodzaakt zijn in de vergunning een maximum te stellen aan de uitworp per tijdseenheid (een emissieplafond) voor een stookinstallatie of een bepaalde inrichting als geheel, op een niveau dat lager ligt dan – gegeven de hoeveelheid geproduceerde rookgassen – met toepassing van de concentratie-eis zou gelden.

In meer extreme gevallen kan de vergunningverlener genoodzaakt zijn een vergunning te weigeren of bij een bestaande installatie, die in te trekken. Ook bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van artikel 27, vierde lid, onderdeel a (strengere emissiegrenswaarden voorschrijven dan het Bees A toestaat indien de vergunninghouder hiermee instemt). Zie hierover paragraaf 7.5.

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil