Stookinstallaties waarvoor het Bems eisen stelt

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Stookinstallaties > Bems > Informatieblad Bems > 2- Werkingsfeer > Stookinstallaties waarvoor het Bems eisen stelt

Stookinstallaties waarvoor het Bems eisen stelt

Stookinstallaties

Inhoud pagina: Stookinstallaties waarvoor het Bems eisen stelt

Een stookinstallatie in de zin van Bems is een ketelinstallatie, gasturbine-installatie, vloeistofmotorinstallatie of een gasmotorinstallatie.

Ketelinstallatie

Een ketelinstallatiein de zin van het Bems is bedoeld om warmte over te dragen op water of stoom en heeft een nominaal vermogen van 1 MWn of meer. Een installatie is het geheel van voorzieningen dat nodig is om het met de installatie beoogde doel te bereiken. Een installatie bestaande uit meerdere kleine stooktoestellen met een gezamenlijk vermogen van 1 MWn of meer valt dan ook onder de werkingsfeer van het Bems.

Uit artikel (artikel 1.1) volgt dat de volgende installaties niet onder de werkingsfeer van het Bems vallen:

  • Installaties waarin de verbrandingsgassen uitsluitend worden gebruikt voor het drogen of behandelen van producten zoals steenbakkerijen, bakkersovens, cementovens, installaties voor het roosten van ertsen, gras- en groenvoerdrogerijen, asfaltmenginstallaties, pelletiseerinstallaties, glasovens en dergelijke;
  • installaties waar de warmte wordt overgedragen op thermische olie, waarbij de thermische olie fungeert als medium voor warmtetransport,
  • procesfornuis, dit is een stookinstallatie die in hoofdzaak gebruikt wordt voor andere doeleinden dan het verhitten van water of stoom. 

Deze instalaties zijn niet in hoofdzaak bedoeld om warmte over te dragen aan water of stoom. Voor deze installaties gelden geen algemene regels en vallen daarom in beginsel onder de vergunningplicht van de Wet milieubeheer.

Een ketel waarin water wordt verwarmd dat vervolgens wordt gebruikt voor bijvoorbeeld reiniging valt wel onder de werkingsfeer van het Bems.

Gasturbine-installatie

installatie waarbij de verbrandingsgassen een turbine aandrijven en eventueel de restwarmte wordt teruggewonnen in een nageschakelde ketel.

Vloeistofmotorinstallaties

Een zuigermotor met toevoeging aan de cilinders van ten minste 50 procent van de brandstof, betrokken op warmte-inhoud (stookwaarde), in vloeibare vorm, zonder toevoer aan ketels of ketelinstallaties van een significante hoeveelheid extra lucht voor de verbranding.

Gasmotorinstallaties

Een zuigermotor met toevoeging aan de cilinders van ten minste 50 procent van de brandstof, betrokken op warmte-inhoud (stookwaarde), in gasvorm, zonder toevoer aan ketels of ketelinstallaties van een significante hoeveelheid extra lucht voor de verbranding.

Toevoer significante hoeveelheid lucht

Als een significante hoeveelheid lucht wordt toegevoerd aan de installatie, dan gelden de emissie-eisen voor ketelinstallaties. Deze bepaling is opgenomen in het Bems om te voorkomen dat grote ketels met een kleine voorgeschakelde zuigermotor of gasturbine aan een relatief minder scherpe NOx-emissiegrenswaarde moeten voldoen. Volgens het Bems blijft dan ook, in tegenstelling tot het Bees B, de strengere emissiegrenswaarde voor de ketel gelden en niet die voor de zuigermotor of gasturbine.

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil