BVA digitaal

BVA digitaal

Stookinstallaties

Inhoud pagina: BVA digitaal

Bva-digitaal’ is een hulpmiddel bij het bepalen welke emissie-eisen van het Bva (Besluit verbranden afvalstoffen) gelden voor een verbrandingsinstallatie waarin een bepaalde afvalstof en/of brandstof wordt verbrand.

De applicatie is ontworpen voor het bepalen van de emissie-eisen in de meest voorkomende gevallen. Voor bepaalde zeldzame, meer gecompliceerde gevallen is Bva-digitaal niet geschikt.

Bva digitaal wordt regelmatig geactualiseerd. De huidige versie is te gebruiken tot 1 januari 2013.

De in te voeren gegevens

Tabellen met emissiegrenswaarden

In het werkblad van Bva-digitaal zijn diverse opmerkingen opgenomen. Deze worden zichtbaar door met de cursor op een van de rode “driehoekjes” te gaan staan. Deze opmerkingen worden nog eens herhaald in deze handleiding.

Bva digitaal is slechts bedoeld als hulpmiddel en kan daarom nooit in de plaats treden van het Bva zelf. Alhoewel Bva digitaal met grote zorgvuldigheid is opgesteld, bestaat de mogelijkheid dat er fouten in voorkomen. Wanneer u een fout heeft gevonden of anderszins een opmerking heeft over Bva-digitaal, dan kunt u hierover contact opnemen met InfoMil.

Bva-digitaal is slechts een beperkte periode houdbaar. Hierna kunt u het niet meer gebruiken en zult u een nieuwe versie moeten downloaden. Dit om te voorkomen dat verouderde versies van Bva-digitaal worden gebruikt. Bovenaan het werkblad is vermeld tot wanneer de versie geldig is.

In het nu volgende zal achtereenvolgens worden ingegaan op:

  • de in te voeren gegevens
  • de tabellen met de emissiegrenswaarden

Algemeen

Bva-digitaal geeft steeds aan welke gegevens moeten worden ingevoerd. Afhankelijk van de ingevoerde gegevens zullen bepaalde keuzemogelijkheden verschijnen of verdwijnen. Indien voor een schuifbalk geen tekst staat, dan heeft instellen ervan geen gevolgen.

De volgende gegevens kunnen worden ingevoerd:

  1. datum vergunningverlening
  2. type installatie
  3. type afval
  4. type brandstof
  5. thermisch vermogen
  6. elektrisch/thermisch/energetisch rendement
  7. warmte-inputbijdrage
  8. stookwaarde en stoichiometrisch rookgasvolume

1. Datum vergunningverlening

Bij een afvalverbrandingsinstallatie: de datum waarop vergunning is verleend voor het in werking hebben van de installatie;

Bij een meeverbrandingsinstallatie: de datum waarop vergunning is verleend voor het meeverbranden van afvalstoffen.

Toelichting: de datum is van belang omdat het Bva pas per 28 december 2005 gaat gelden voor installaties die vergund zijn vóór 15 april 2004.

2. Type installatie

Mogelijke keuzes:

  1. afvalverbrandingsinstallatie
  2. ketel
  3. procesfornuis
  4. GT (gasturbine)
  5. GT-i (gasturbine-installatie)
  6. cementoven
  7. zuigermotor
  8. installatie: rookgassen in contact met product

Toelichting algemeen

Het Bva maakt een onderscheid tussen afvalverbrandingsinstallaties en meeverbrandingsinstallaties. Bij keuze 2 tot en met 8 gaat het om meeverbrandingsinstallaties. Wanneer bijvoorbeeld in een ketel louter afval wordt verstookt dan valt deze installatie niet onder categorie 2 (ketel), maar is hij per definitie een afvalverbrandingsinstallatie, zodat bij type installatie ‘afvalverbrandingsinstallatie’ dient te worden ingevuld.

Indien er sprake is van een meeverbrandingsinstallatie berekent Bees A digitaal de uitkomst van de mengregel, en zullen ook de categorieën type afval en warmte-inputbijdrage moeten worden ingevuld.

Bij de selectie van het type installatie is het niet relevant of gassen worden verbrand die afkomstig zijn van een pyrolyse- of vergassingsinstallatie.

b. Ketel

Dit is een ketelinstallatie die in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verhitten van water of stoom of het opwekken van kracht.

c. Procesfornuis

Dit is een stookinstallatie die in hoofdzaak wordt gebruikt voor andere doeleinden dan het verhitten van water of stoom of het opwekken van kracht.

NB: indien de rookgassen van een installatie in contact komen met een te behandelen product dient categorie 8 geselecteerd te worden.

d en e Gasturbine en gasturbine-installatie

Het verschil tussen deze twee stookinstallaties is dat bij gasturbine-installaties de uit de gasturbine afkomstige rookgassen worden gebruikt om een ketel mee te verhitten.

h Installatie: rookgassen in contact met product

Het gaat hier om installaties waarbij de rookgassen in contact worden gebracht met een te behandelen product, zoals grasdrogerijen en baksteenfabrieken. Dit zijn per definitie geen stookinstallaties.

3. Type afval

Mogelijke keuzes

  1. huishoudelijk afval of gelijkwaardig bedrijfsafval
  2. overige niet-gevaarlijke vaste bedrijfsafvalstoffen
  3. afgewerkte olie (niet-gevaarlijk afval)
  4. overige niet-gevaarlijke vloeibare bedrijfsafvalstoffen
  5. afgewerkte olie (gevaarlijk afval)
  6. overige vloeibare gevaarlijke afvalstoffen
  7. vaste gevaarlijke afvalstoffen
  8. mix van verschillende afvalstoftypen

NB: schone biomassa is een brandstof en géén afvalstof. Schone biomassa valt buiten de werkingssfeer van het Bva en kan dus ook niet worden ingevuld in de categorie “type afval”.

Toelichting gevaarlijke/ niet-gevaarlijke afvalstoffen

Het verschil tussen gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen is belangrijk om de volgende redenen:

  • Voor meeverbrandingsinstallaties waarbij meer dan 40% van de opgewekte warmte afkomstig is van gevaarlijke afvalstoffen:
    • gelden de A-tabellen;
    • gelden tot 1 januari 2007 afwijkende emissie-eisen voor cadmium, thallium en zware metalen;
    • is de mengregel niet van toepassing.
  • Voor afvalverbrandingsinstallaties waarin uitsluitend gevaarlijke afvalstoffen worden verbrand gelden afwijkende emissie-eisen voor NOx.

Toelichting vaste/vloeibare afvalstoffen

Het onderscheid hiertussen is van belang voor een correcte uitkomst van de mengregel.

a. Huishoudelijk afval of gelijkwaardig bedrijfsafval

Indien deze afvalstoffen worden verbrand in een meeverbrandingsinstallatie zijn de
A-tabellen van het Bva van toepassing en kan geen gebruik worden gemaakt van de mengregel.

e. Afgewerkte olie

De meetresultaten van rookgas, afkomstig van afgewerkte olie, moeten worden herleid naar een zuurstofpercentage van 3%. Bij andere afvalstoffen is dit 6% of 11%.

h Mix van verschillende afvalstoftypen

Indien een mengsel van verschillende soorten afval wordt gestookt is het belangrijk de stookwaarde en het
stoichiometrisch rookgasvolume te bepalen en in te vullen in Bva-digitaal. Indien één soort afval wordt verstookt zal de default-waarde in de regel een goede benadering zijn. Bij een mengsel is dit niet het geval.

4. Type brandstof

Het type brandstof hoeft alleen te worden ingevuld bij meeverbrandingsinstallaties. Het type brandstof is nodig voor het bepalen van de uitkomst van de mengregel.

Indien een andere brandstof wordt gebruikt gelden andere eisen.

5. Thermisch vermogen

Het gaat hier om het thermisch vermogen van de installatie betrokken op de warmte-input.

Bij afvalverbrandingsinstallaties variëren de emissie-eisen voor NOx al naar gelang het thermisch vermogen. Bij meeverbrandingsinstallaties variëren de eisen voor NOx, SO2 en stof al naar gelang het thermisch vermogen.

6. Elektrisch/thermisch/energetisch rendement

Het energetisch rendement wordt bepaald uit het elektrisch en thermisch rendement. Bij verbrandingsinstallaties die onder de A-tabellen vallen en een thermisch vermogen van minder dan 20 MW hebben, verschillen de NOx-eisen al naar gelang het energetisch rendement hoger of lager is dan 40%.

7. Warmte-inputbijdrage

De warmte-inputbijdrage moet worden ingevuld om een correcte uitkomst van de mengregel te krijgen.

8. Stookwaarde en stoichiometrisch rookgasvolume

Stookwaarde en stoichiometrisch rookgasvolume moeten ingevuld worden om een meer nauwkeurige uitkomst van de mengregel te verkrijgen. Indien hiervoor geen waarden worden ingevuld, rekent Bva-digitaal met een default-waarde. Deze default-waarde geeft de gemiddelde waarden voor het stoken van een bepaald type afval redelijk weer. Alleen bij het stoken van een mengsel van verschillende soorten afvalstoffen kunnen de feitelijke waarden sterk afwijken van de default-waarden.

Als de schuifbalk bij het stoichiometrisch rookgasvolume helemaal links staat:

  • wordt het stoichiometrisch rookgasvolume berekend uit de stookwaarde op basis van de DIN 1942.
  • geldt indien de schuifbalk bij “stookwaarde” op default staat, het default stoichiometrisch rookgasvolume.

Het stoichiometrisch rookgasvolume wordt uitgedrukt in normaal kubieke meters (Nm3) en wordt betrokken op droog rookgas.

Deze tabellen zijn gebaseerd op de A-, B-, C- en D- tabellen van de bijlage van het Bva. Dit wordt ook in de tabellen aangegeven.

Enkele opmerkingen hierbij:

  • NOx wordt berekend als NO2.
  • CxHy wordt berekend als C.
  • Zware metalen is de som van antimoon, arseen, chroom, kobalt, koper, lood, mangaan, nikkel en vanadium.
  • Bij halfuurgemiddelden is de emissie-eis gebaseerd op het aantal halfuurgemiddelden in een kalenderjaar.
  • Bij 10-minutengemiddelden is de emissie-eis gebaseerd op het aantal 10-minutengemiddelden in een willekeurige periode van 24 uur.
  • Het 95%-betrouwbaarheidsinterval dient ter correctie van de meetuitkomsten bij toetsing aan de emissiegrenswaarden.
  • O2 ref is het standaard zuurstofpercentage waarnaar de meetresultaten herleid moeten worden. Het bevoegd gezag mag hiervoor een afwijkende waarde in de vergunning vastleggen indien in een met zuurstof verrijkte atmosfeer wordt verbrand. Bij gevaarlijke afvalstoffen dient herleiding naar O2 ref alleen plaats te vinden indien de betreffende component wordt verwijderd in een rookgasreinigingstap en de gemeten O2-concentratie groter is dan O2 ref.
  • O2 actueel is alleen van belang bij installaties die onder de D-tabellen vallen (meeverbrandingsinstallaties waarbij de rookgassen in contact komen met het te behandelen product).
  • De categorie “emissie-eis in vergunning” moet ingevuld worden voor het bepalen van de uitkomst van de mengregel wanneer in de tabel bij Cproces “vergunning” staat. In dat geval moet de Cproces-waarde uit de vergunning voor de betreffende installatie gehaald worden. Wanneer het Bva zelf de Cproceswaarde geeft, zal invullen van de categorie “emissie-eis in vergunning” geen gevolgen hebben.
lucht
 

Kenniscentrum InfoMil