Besluit landbouw - positie mestbassins

Besluit landbouw - positie mestbassins

Inhoud pagina: Besluit landbouw - positie mestbassins

Vraag

Welke mestbassins kunnen wel en niet onder het Besluit landbouw milieubeheer vallen?

Antwoord

Het Besluit landbouw milieubeheer is niet van toepassing op zelfstandige mestbassins. Op deze bassins is mogelijk het Besluit mestbassins van toepassing. Het Besluit mestbassins blijft namelijk bestaan naast het Besluit landbouw milieubeheer en zal niet worden ingetrokken. Wel wordt met het Besluit landbouw milieubeheer het Besluit mestbassins op diverse onderwerpen gewijzigd. Hiervoor verwijzen we kortheidshalve naar artikel 14 van het Besluit landbouw milieubeheer.

Indien een mestbassin aanwezig is bij een inrichting die valt onder de werkingsfeer van het Besluit landbouw milieubeheer dan zijn  in het besluit voorschriften opgenomen voor deze mestbassins. Indien er in de inrichting dunne mest in mestbassins wordt opgeslagen met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 750 m2, of een gezamenlijke inhoud van meer dan 2.500 m3 dan is het Besluit landbouw milieubeheer volgens artikel 3 lid 1, onder m 100 niet van toepassing op deze inrichting. Indien een dergelijk mestbassin bij een inrichting aanwezig is dan is de gehele inrichting, inclusief het mestbassin daarmee vergunningplichtig geworden.

 

Bassins die tot stand zijn gebracht op of na 1 juni 1987

Indien het mestbassin een zodanige omvang heeft dat het Besluit landbouw milieubeheer van toepassing is, en het mestbassin is tot stand gebracht op of na 1 juni 1987, dan wordt voor dat bassin het Besluit mestbassins milieubeheer van toepassing verklaard in voorschrift 2.1.2 van het Besluit landbouw milieubeheer. Artikel 1, tweede en derde lid van het Besluit mestbassins worden in voorschrift 2.1.2 van het Besluit landbouw milieubeheer niet van toepassing verklaard. De minimum afstanden die in het Besluit mestbassins zijn opgenomen tot aan gevoelige objecten en woningen van derden zijn dus niet meer van toepassing.

Daarvoor in de plaats zijn afstandseisen opgenomen voor alle opslagen van dunne mest in voorschrift 2.3.6 van het Besluit landbouw milieubeheer. Daarin is bepaald dat de opslag van dunne mest moet plaatsvinden op een afstand van ten minste 50 meter van een object categorie IV of V en ten minste 100 meter van een object categorie I, II of III. Indien de gezamenlijke oppervlakte van de in de inrichting aanwezige mestbassins minder bedraagt dan 350 m², bedragen de afstanden, bedoeld in de eerste volzin, 25 respectievelijk 50 meter.
In voorschrift 2.3.7 is bepaald dat dit voorschrift niet van toepassing is indien de opslag van dunne mest is gelegen binnen de afstand als bedoeld in voorschrift 2.3.6 en de opslag reeds in gebruik was voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. In dat geval treft degene die de inrichting drijft maatregelen of voorzieningen die geurhinder voorkomen of zoveel mogelijk beperken, en geeft op verzoek van het bevoegd gezag aan welke maatregelen of voorzieningen hij daartoe heeft getroffen of zal treffen.

 

Bassins die tot stand zijn gebracht vóór 1 juni 1987

Op mestbassins die tot stand zijn gebracht vóór 1 juni 1987 is het Besluit mestbassins niet van toepassing. Voor deze bassins worden in voorschrift 2.1.3 van het Besluit landbouw milieubeheer bepaalde voorschriften van de Bouwtechnische Richtlijnen mestbassins 1987 van toepassing verklaard. Ook zijn in voorschrift 2.1.6 extra eisen gesteld voor een mestbassin van vóór 1 juni 1987 waarbij geen afdekking is aangebracht.

In voorschrift 2.3.6 van het Besluit landbouw milieubeheer zijn voor deze opslagen van dunne mest minimum afstanden tot aan geurgevoelige objecten opgenomen. Daarin is bepaald dat de opslag van dunne mest plaats moet vinden op een afstand van ten minste 50 meter van een object categorie IV of V en ten minste 100 meter van een object categorie I, II of III. Indien de gezamenlijke oppervlakte van de in de inrichting aanwezige mestbassins minder bedraagt dan 350 m², bedragen de afstanden, bedoeld in de eerste volzin, 25 respectievelijk 50 meter. In het voorschrift 2.3.7 is bepaald dat dit voorschrift 2.3.6 niet van toepassing is indien de opslag van dunne mest is gelegen binnen de afstand als bedoeld in dat voorschrift en de opslag reeds in gebruik was voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. In dat geval treft degene die de inrichting drijft maatregelen of voorzieningen die geurhinder voorkomen of zoveel mogelijk beperken, en geeft op verzoek van het bevoegd gezag aan welke maatregelen of voorzieningen hij daartoe heeft getroffen of zal treffen.

agrarisch

Zie ook

 

Kenniscentrum InfoMil