Activiteitenbesluit - Combinatie twintig vleesherten en detailhandel
Activiteitenbesluit
Inhoud pagina: Activiteitenbesluit - Combinatie twintig vleesherten en detailhandel
Vraag
Wij hebben in onze gemeente een inrichting waar twintig vleesherten worden gehouden, in combinatie met een detailhandel. Is dit een type C bedrijf zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit?
Antwoord
Ja, in dit geval is het aannemelijk dat er sprake is van een type C bedrijf.
Voor beantwoording van de vraag van welk type inrichting hier sprake is en in hoeverre het Activiteitenbesluit van toepassing is moeten een aantal stappen worden genomen.
Als eerste moet beoordeeld worden of er sprake is van een IPPC inrichting. Dat is hier niet het geval.
Vervolgens is de vraag of er sprake is van een type A, B of C –inrichting volgens het Activiteitenbesluit.
Hierbij is relevant dat met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit het “in-hoofdzaak-criterium” komt te vervallen. De vergunningplicht zoals die nu geldt voor inrichtingen die niet in hoofdzaak onder één amvb zijn onder te brengen verdwijnt. Combinaties van activiteiten zoals bij het bedrijf in deze vraag zullen met de komst van het Activiteitenbesluit dus niet meer per definitie vergunningplichtig zijn.
Type C bedrijven zijn in het Activiteitenbesluit gedefinieerd als inrichtingen waarvoor de vergunningplicht blijft gelden. Verder vallen ook landbouwinrichtingen (dit zijn inrichtingen waarop het Besluit landbouw milieubeheer van toepassing is) en glastuinbouwbedrijven type B onder type C inrichtingen van het Activiteitenbesluit. De bepalingen uit het Besluit landbouw respectievelijk het Besluit glastuinbouw zijn op deze bedrijven van toepassing. Deze bedrijven krijgen voor een deel van hun activiteiten mogelijk ook nog te maken met onder andere de voorschriften in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit.
Om te bepalen of het houden van twintig vleesherten in combinatie met detailhandel een type C bedrijf oplevert, moet eerst bekeken worden of er geen sprake is van een landbouwinrichting. Onderhavig bedrijf is geen inrichting die uitsluitend of in hoofdzaak een bedrijf is zoals genoemd in artikel 2, lid 1 van het Besluit landbouw. Hierdoor is het Besluit landbouw milieubeheer op deze inrichting niet van toepassing.
Vervolgens is de vraag of de activiteiten tot één van de genoemde categorieën in bijlage 1 van het Activiteitenbesluit behoort. Is dat niet het geval, dan gaat het om type A of B.
In bijlage 1 van het Activiteitenbesluit staat onder categorie s genoemd: een inrichting voor het houden van meer dan tien schapen, vijf paarden, tien geiten, 25 pluimvee, 25 konijnen of tien overige landbouwhuisdieren, voorzover het niet gaat om een landbouwinrichting.
De vraag die nu beantwoord moet worden is of de vleesherten landbouwhuisdieren zijn. Landbouwhuisdieren worden in het Besluit landbouw milieubeheer niet gedefinieerd. In de toelichting is aangegeven dat landbouwhuisdieren kunnen worden omschreven als dieren die worden gehouden in verband met de productie van bijvoorbeeld melk, vlees, wol, veren of eieren, of die gehouden worden in verband met bijvoorbeeld het berijden van dieren. Bij vleesherten is dat het geval.
Vervolgens moet ook beoordeeld worden of er door het houden van deze dieren, zelfstandig bezien, ook sprake is van een inrichting voor het houden van dieren. Gelet op het aantal en het feit dat het hier om vleesherten gaat, zal dat hier al snel het geval zijn.
Hiermee is er sprake van een Type C bedrijf. Deze inrichting is daarmee vergunningplichtig.

