Wanneer geldt vergunningplicht voor bedrijfsmatig gehouden dieren?
Activiteitenbesluit
Inhoud pagina: Wanneer geldt vergunningplicht voor bedrijfsmatig gehouden dieren?
Vraag
Wanneer geldt vergunningplicht voor bedrijfsmatig gehouden dieren?
Antwoord
Voor de vraag wanneer vergunningplicht geldt voor bedrijfsmatig gehouden dieren is relevant of sprake is van landbouwhuisdieren. Als een bedrijf landbouwhuisdieren houdt, is verder relevant of er sprake is van een landbouwinrichting (een inrichting waarop het Besluit landbouw van toepassing kan zijn, zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit landbouw). Overigens is er een andere vraag voor de vergunningplicht voor hobbydieren (in een omvang als ware het bedrijfsmatig).
1. Bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren bij een landbouwinrichting
Als een inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor het houden van landbouwhuisdieren is er sprake van een landbouwinrichting. Dit is ook het geval als er sprake is van een combinatie van het houden van landbouwhuisdieren met andere landbouwactiviteiten, zoals akkerbouw of tuinbouw. Voor landbouwinrichtingen geldt dat een inrichting vergunningplichtig wordt bij overschrijding van de grenzen van het Besluit landbouw:
- maximaal 50 mestvarkeneenheden,
- maximaal 200 stuks melkrundvee,
- maximaal 50 geiten,
- maximaal 50 voedsters,
- geen pelsdieren,
- maximaal 50 paarden, of
- maximaal 50 overige landbouwhuisdieren.
2. Bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren bij een niet-landbouwinrichting
Er is alleen sprake van bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren bij een niet-landbouwinrichting als er naast de dieren een of meer significante niet-landbouwactiviteiten plaatsvinden. Een dergelijke inrichting is nooit uitsluitend of in hoofdzaak een inrichting voor het houden van landbouwhuisdieren. Een voorbeeld is een recreatie-onderneming met een dierenweide of een aantal pony’s waarop gereden kan worden.
Een dergelijke recreatie-inrichting kan vergunningplichtig worden door het houden van landbouwhuisdieren als het houden van landbouwhuisdieren zelfstandig ook een inrichting zou vormen. Omdat de dieren gehouden worden voor de bedrijfsvoering, wordt altijd aan een aantal van de criteria die hierbij een rol spelen voldaan. De nevenactiviteit zal dus eerder een inrichting vormen dan bij hobby-landbouwhuisdieren bij een particulier. Om die reden gelden voor deze bedrijven vergunningplicht bij het houden van meer dan:
- 10 schapen,
- 5 paarden,
- 10 geiten,
- 25 stuks pluimvee,
- 25 konijnen, of
- 10 overige landbouwhuisdieren.
Onder deze grenzen kan de inrichting onder het Activiteitenbesluit vallen;de niet-landbouwactiviteit bepaalt of dit het geval is.
Nogmaals: deze grenzen gelden NIET voor landbouwhuisdieren bij landbouwbedrijven (zie 1) of voor hobbydieren bij particulieren.
3. Bedrijfsmatig gehouden niet-landbouwhuisdieren
Als het gaat om bedrijfsmatig gehouden niet-landbouwhuisdieren is er vergunningplicht als een van de volgende criteria van toepassing is:
- Er is sprake van een inrichting voor het houden van honden, roofvogels of siervogels in de buitenlucht,
- De inrichting is een dierentuin in de zin het Dierentuinenbesluit,
- Er is sprake van een inrichting voor het kweken van consumptievis,
- Er is sprake van een inrichting voor het recreatievissen of voor het kweken van siervis in een bassin dat in contact staat met bodem, grondwater of oppervlaktewater,
- Er is sprake van een inrichting voor het kweken van ongewervelde dieren.
In andere gevallen is het Activiteitenbesluit van toepassing. Voorbeelden van inrichtingen met niet-landbouwhuisdieren die onder het Activiteitenbesluit kunnen vallen zijn een dierenwinkel, een kattenpension, een opvangcentrum voor uitheemse dieren, of een imkerij.
Voetnoot bij de imker: bijen zijn weliswaar ongewerveld, maar een imkerij is een bijenhouderij, geen bijenkwekerij.

