Besluit landbouw milieubeheer - landbouwhuisdieren

Home > Onderwerpen > Landbouw, tuinbouw > Agrarische amvb's > Besluit landbouw > Besluit landbouw milieubeheer - landbouwhuisdieren

Besluit landbouw milieubeheer - landbouwhuisdieren

Agrarische amvb's

Inhoud pagina: Besluit landbouw milieubeheer - landbouwhuisdieren

Vraag

Wat wordt verstaan onder landbouwhuisdieren in het Besluit landbouw milieubeheer (hierna: Besluit)?

Antwoord

Landbouwhuisdieren zijn, volgens het Besluit, dieren die in het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf worden gehouden in verband met de productie van bijvoorbeeld melk, vlees, wol, veren of eieren of die gehouden worden in verband met bijvoorbeeld het berijden van dieren.

Voorbeelden van landbouwhuisdieren zijn: varkens, melkrundvee, geiten, konijnen, struisvogels, vleesherten, waterbuffels, lama's. Dierentuindieren, wormen, vissen, muizen, cavia's, duiven, katten en honden worden niet beschouwd als landbouwhuisdieren volgens het Besluit.

Het betreft hier overigens een niet-limitatieve opsomming van dieren. Bij beantwoording van de vraag of sprake is van een landbouwhuisdier in een veehouderij moet gekeken worden naar de diersoort en de vraag hoe en waarvoor deze dieren worden gehouden.

Het bovenstaande betekent overigens niet dat een bedrijf dat hobbymatig bijvoorbeeld een hond of een kat houdt, direct Wm-vergunningplichtig wordt. Zolang een bedrijf maar in hoofdzaak een activiteit uitvoert als vermeld in artikel 2 (dan wel een samenstel van één of meer van deze activiteiten), valt een dergelijk bedrijf onder het Besluit. In het kader van de voormalige besluiten melkrundveehouderijen en akkerbouwbedrijven milieubeheer is over het "hoofdzaakcriterium" diverse jurisprudentie verschenen die hierbij nog behulpzaam kan zijn.

In ABRvS nr. 201004062/1/M2 van 15 december 2010 concludeert de Afdeling dat bij een kinderboerderij sprake is van het houden van landbouwhuisdieren: "2.2.4. In het besluit landbouw milieubeheer is niet gedefinieerd wat onder 'landbouwhuisdier' moet worden verstaan. Uit de toelichting blijkt echter dat het gaat om alle typen dieren die in een landbouwbedrijf in de regel worden gehouden voor productie of berijden. Uit de toelichting kan niet worden afgeleid dat het oogmerk waarmee de dieren in een specifiek geval worden gehouden, bepalend is voor de vraag of het dier een landbouwhuisdier is. Het moet er naar het oordeel van de Afdeling voor worden gehouden dat dit oogmerk niet van belang is en dat dus uitsluitend van belang is dat het diertype in de regel voor productiedoeleinden wordt gehouden. Dit blijkt ook uit het besluit landbouw milieubeheer zelf: artikel 3, eerste lid, aanhef en onder h gaat ervan uit dat in een kinderboerderij, ondanks het ontbreken van een oogmerk van productie, landbouwhuisdieren worden gehouden.
2.2.5. Gelet op het voorgaande is de kinderboerderij een landbouwinrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden."

agrarisch

Zie ook

 

Kenniscentrum InfoMil