Landbouw - Amvb's : Bestaande rechten bij amvb-bedrijven die vergunningplichtig worden
Inhoud pagina: Landbouw - Amvb's : Bestaande rechten bij amvb-bedrijven die vergunningplichtig worden
Vraag
Kan een bedrijf dat onder het Besluit landbouw valt en vergunningplichtig wordt, aanspraak maken op bestaande rechten?
Antwoord
Als een inrichting onder de werking van het Besluit landbouw komt te vallen, vervalt in een aantal gevallen de vergunning van rechtswege. Andersom is het mogelijk dat een bedrijf dat onder het Besluit landbouw valt, vergunningplichtig wordt door veranderingen in het bedrijf. Voor dat bedrijf zal dan een oprichtingsvergunning moeten worden aangevraagd.
Bestaande rechten
Het is de vraag in hoeverre een dergelijk bedrijf aanspraak kan maken op bestaande rechten, gebaseerd op het rechtsgeldig in werking zijn onder het Besluit landbouw. Uit jurisprudentie onder de 'oude' amvb's is gebleken dat een dergelijk bedrijf aanspraak kan maken op 'bestaande rechten' in ieder geval op het gebied van stank en ammoniak.
In artikel 5, eerst lid, onder a van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) is opgenomen dat een vergunning voor het oprichten (binnen 250 meter) niet hoeft te worden geweigerd indien het aantal dieren niet hoger is dan "het aantal dieren dat overeenkomstig de betrokken algemene maatregel van bestuur onmiddellijk voorafgaand aan het ontstaan van de vergunningplicht aanwezig mocht zijn".
In artikel 3, derde lid van de Wet geurhinder en veehouderij hoeft een vergunning indien sprake is van een overbelaste situatie niet te worden geweigerd indien de geurbelasting niet toeneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorien niet toeneemt. Hier wordt dus rekening gehouden met een bestaande situatie. Wat onder bestaand wordt beschouwd is niet nader gedefinieerd. Logischerwijs is dit het aantal dieren dat vergund is of aanwezig mocht zijn op basis van het Besluit landbouw.
Andersom houdt het Besluit landbouw ook rekening met bestaande rechten:
- Een agrarisch bedrijf dat is gelegen binnen een 250 meter zone van een Wav-gebied, is opgericht voor 1 januari 2002 en indien het aantal landbouwhuisdieren niet hoger is dan het aantal dat op basis van een vergunning of melding op 31 december 2001 was was toegestaan, valt toch onder het Besluit landbouw (artikel 4, eerste lid).
- Een agrarisch bedrijf dat op te korte afstand van objecten categorie I t/m V is gelegen, valt toch onder het Besluit landbouw indien de afstand die moet worden aangehouden op grond van een vergunning of op grond van het Besluit melkrundveehouderijen of akkerbouwbedrijven niet is afgenomen (artikel 4, zesde lid). Indien landbouwhuisdieren worden gehouden mag ook het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie niet zijn toegenomen en de afstand tot een geurgevoelig object niet zijn afgenomen (artikel 4, derde lid).
Wat ammoniak betreft bleek onder het regime van de Iav de datum van 26 augustus 1994 van artikel 5 van de Interimwet bepalend, zie ABRvS E03.94.1925, 12 oktober 1995, Terschelling.
Ook in de Wav, die de Interimwet vervangt, is in artikel 5 een regeling opgenomen voor wat betreft bestaande rechten bij voormalige amvb-bedrijven. Normaliter kunnen veehouderijen die binnen de 250 meter zone van kwetsbare gebieden liggen, geen oprichtingsvergunning krijgen. Artikel 5 Wav maakt daar een uitzondering op. Zie voor meer hierover hoofdstuk 5 van de Handreiking ammoniak en veehouderij (La04) van InfoMil. De datum van 26 augustus 1994 komt onder de Wav overigens niet terug.
Ook voor stank heeft de Afdeling bepaald dat het bedrijf op deze manier bestaande rechten aan de amvb kan ontlenen, zie ABRvS, ABRvS nr. E03.97.0337 van20 oktober 2000 (Ouderkerk).
Interimwet ammoniak en veehouderij

