Stoppersregeling
Ammoniak en veehouderijen
Inhoud pagina: Stoppersregeling
Op deze pagina is het beleidsdocument over de stoppersregeling Actieplan Ammoniak te lezen. Dit beleidsdocument is een vooraankondiging van de regeling die op 1 januari 2013 in werking zal treden. Daarnaast is de voorlopige lijst met stoppersmaatregelen te downloaden. Deze lijst kan nog verder worden aangevuld.
Kleine veehouderijen (én kleine neventakken van grotere veehouderijen) voldoen op dit moment nog aan het Besluit huisvesting (art 4 lid 2 Bahv). Het Actieplan ammoniak is daarom niet op deze veehouderijen van toepassing (er is immers nog geen sprake van een overtreding die gedoogd zou moeten worden). Het is de bedoeling dat de ‘stoppersregeling' ook voor deze kleine veehouderijen gaat gelden.
Beleidsdocument stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij
Rijk-IPO-VNG-werkgroep Actieplan Ammoniak Veehouderij, 2 februari 2012
Inleiding
In het Actieplan Ammoniak is aangegeven dat er voor veehouders die willen stoppen in de periode na 2013 de mogelijkheid zal worden geboden om hun bedrijf nog enkele jaren te kunnen voortzetten. Voorwaarde is wel dat zij vanaf 1 januari 2013 met andere maatregelen een even grote emissiereductie realiseren als wanneer emissiearme stalsystemen zouden worden toegepast om aan de emissie-eisen van het Besluit huisvesting te voldoen. Het betreft dan snel inzetbare, mogelijk tijdelijke maatregelen (stal, management, voer, minder dieren). Hiervoor zal de huidige ammoniakregelgeving worden aangevuld. De zg. ‘stoppersregeling' zal voor varkens- en pluimveehouders gelden tot uiterlijk 2020.
In de werkgroep Actieplan Ammoniak Veehouderij zijn in 2010 de contouren van een dergelijke regeling verkend. In dit beleidsdocument wordt dit verder uitgewerkt.
Inhoud van de stoppersregeling
Uit het Actieplan en de naderhand besloten verlenging van de werkingsduur vloeit voort dat stoppende bedrijven tot uiterlijk 1 januari 2020 gebruik moeten kunnen maken van de stoppersregeling. Uitgangspunt bij het gedogen van ‘illegale' situaties is dat de periode niet langer duurt dan strikt noodzakelijk. Een voorziening voor stoppende bedrijven in de vorm van een voortzetting van het gedoogbeleid tot 2020 is daarom geen optie. De regels voor bedrijven die na 2013 stoppen, zullen daarom worden vastgelegd in wet- en regelgeving. De hoofdlijnen van deze regels zijn als volgt:
Voorwaarden om te worden aangemerkt als stoppend bedrijf:
- Het bedrijf valt niet onder de werking van de IPPC-richtlijn.
- Het bedrijf heeft via een al ingediend Bedrijfsontwikkelingsplan (BOP), dan wel vóór 1 juli 2012 via een aparte schriftelijke verklaring aan de gemeente meegedeeld dat het vóór 1 januari 2020 zal stoppen met het houden van varkens of kippen.
- Alleen op grond van feiten of omstandigheden die zich ná 1 juli 2012 hebben voorgedaan kan een bedrijf zich naderhand alsnog als stopper melden (bijvoorbeeld vanwege uitblijven van vergunningen of financiering).
- Het bedrijf heeft het feitelijk aanwezige aantal varkens of kippen niet uitgebreid t.o.v. het aantal dat op 1 januari 2010 was vergund of - als dat feitelijk aanwezige aantal lager is - het aantal varkens of kippen per diercategorie waarvoor op het bedrijf op 1 januari 2010 stalruimte aanwezig was.
- Binnen de hoofdcategorie varkens en de hoofdcategorie kippen mag wel gewisseld worden van diercategorie (bijvoorbeeld de zeugen of een deel ervan vervangen door vleesvarkens), zolang de totale ammoniakemissie per hoofdcategorie niet toeneemt.
- Een bedrijf dat eerder aangaf te gaan stoppen, kan in de periode na 2013 alsnog besluiten om uit te breiden. In dat geval wordt het, zodra meer dieren gehouden worden of de ammoniakemissie toeneemt ten opzichte van hetgeen op grond van de stoppersregeling is toegestaan, niet meer beschouwd als stoppend bedrijf.
Verplichtingen voor stoppende bedrijven
- Het stoppende bedrijf meldt tijdig aan het bevoegd gezag op welke wijze aan het Besluit huisvesting zal worden voldaan. Deze melding omvat:
o Een opgave van de maatregelen die zullen worden getroffen
o Een berekening van de ammoniakemissie van het bedrijf, waaruit blijkt dat aan het Besluit huisvesting zal worden voldaan - Als het stoppende bedrijf daarna wijzigingen aanbrengt in de eerder gemelde emissiereducerende maatregelen meldt zij dat bij de gemeente minimaal één maand voor de wijziging. De melding omvat:
o Een beschrijving van de wijziging van de maatregelen
o Een berekening van de ammoniakemissie van het bedrijf, waaruit blijkt dat aan het Besluit huisvesting zal worden voldaan - De bovenstaande meldingen worden gedaan als onderdeel van een melding op grond van het Activiteitenbesluit, dan wel als onderdeel van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Juridische vormgeving van de stoppersregeling
De stoppersregeling wordt vormgegeven door middel van een aanpassing van het Besluit huisvesting dat op een aantal punten nader zal worden uitgewerkt in een ministeriële regeling. Op hoofdlijnen zal de stoppersregeling uit de volgende elementen bestaan:
Wijziging Besluit huisvesting:
- Grondslag voor stoppende bedrijven om - uiterlijk tot 2020 - met alternatieve maatregelen aan de maximale emissiewaarden te voldoen
- Grondslag om maatregelen bij ministeriele regeling of beschikking aan te wijzen
- Omschrijving van bedrijven die als stoppers wordt aangemerkt
- Omschrijving van de verplichtingen van stoppende bedrijven
- Grondslag om bij ministeriële regeling nadere eisen aan de melding van de maatregelen en de eventuele wijziging daarvan te stellen
Ministeriële regeling op grond van Besluit huisvesting:
- Bevat aanwijzing van de voor stoppende bedrijven bestemde maatregelen.
- Maatregelen worden in aparte bijlage van de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) genoemd en op website Infomil. Het betreft:
o Eenvoudige technische maatregelen in stallen
o Voermaatregelen
o Managementmaatregelen
o Houden van minder dieren - Het houden van minder dieren houdt in
o Minder dieren hele jaar door (een stal of staldeel leeg laten staan)
o Of minder of geen dieren in deel van het jaar (minder rondes bij vleeskuikens)
o Referentie is het aantal dieren vergund op 1 januari 2010 of - als minder dieren werden gehouden - waarvoor op 1 januari 2010 stalruimte aanwezig was.
Planning
Het streven is om de wijziging van het Besluit huisvesting en de bijbehorende ministeriële regeling uiterlijk op 1 januari 2013 in werking te laten treden.
Ontwikkeling en beoordeling van maatregelen
Voor de stoppende bedrijven wordt voorafgaande aan het in werking treden van de stoppersregeling informatie beschikbaar gesteld over de alternatieve maatregelen die zij vanaf 2013 kunnen gaan toepassen. Deze informatie wordt gebaseerd op de bij staldeskundigen aanwezige kennis over de emissiereducerende werking van maatregelen en op informatie die vanuit de sector wordt aangedragen.
De stoppersmaatregelen worden beoordeeld door deskundigen van de bestaande Technische adviescommisie Rav (TacRav). De beoordeling is er op gericht om te selecteren welke maatregelen bruikbaar zijn en welke emissiereductie er aan toegeschreven kan worden. Voor de al reeds bekende maatregelen is dit gedaan op basis van de bestaande wetenschappelijke informatie. Bedrijven kunnen (algemeen toepasbare) nieuwe maatregelen ter beoordeling aan de TacRav voorleggen. Zij dienen daarbij zelf een adequate beschrijving van de maatregel en een wetenschappelijk verantwoorde onderbouwing van de emissiereductie aan te leveren. Bedrijven kunnen hiervoor contact opnemen met het secretariaat van de TacRav (Agentschap NL, t.a.v. secretariaat Rav, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht, telefoon 088 602 26 84, www.agentschapnl.nl). Om voor aanwijzing als alternatieve maatregel in aanmerking te komen wordt een minimumdrempel van 10% emissiereductie gehanteerd.
Gelijk met de bekendmaking via Kenniscentrum InfoMil van dit beleidsdocument wordt, op basis van de nu bekende maatregelen, een eerste, voorlopige lijst met alternatieve stoppersmaatregelen gepubliceerd. Deze lijst zal, wanneer er nieuwe maatregelen beoordeeld en aangewezen zijn, in de loop van 2012 aangevuld worden. Daarna zal de lijst al naar gelang daar behoefte aan bestaat (nieuwe maatregelen of nieuwe inzichten) periodiek (maximaal 2 maal per jaar) worden geactualiseerd.

