BBT en ammoniak bij IPPC- en niet-IPPC-veehouderijen

BBT en ammoniak bij IPPC- en niet-IPPC-veehouderijen

Ammoniak en veehouderijen

Inhoud pagina: BBT en ammoniak bij IPPC- en niet-IPPC-veehouderijen

In artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is opgenomen dat in de inrichting de beste beschikbare technieken (BBT) moeten worden toegepast. Dit geldt zowel voor bedrijven die onder de IPPC-richtlijn vallen als voor bedrijven die daar niet onder vallen. Er is wel een verschil tussen IPPC-bedrijven en niet IPPC-bedrijven. Bestaande IPPC-bedrijven moesten namelijk al op 30 oktober 2007 voldoen aan de BREF (zie artikel 22.1 a van de Wet milieubeheer).

In 5.4 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)is opgenomen wat onder BBT wordt verstaan. Het bevoegd gezag moet rekening houden met voorzienbare kosten en baten van maatregelen en daarnaast in de BBT-afweging betrekken, onder meer:
(f) de aard, de effecten en de omvang van de betrokken emissies,
(g) de data waarop de installaties in de inrichting in gebruik zijn of worden genomen,
(h) de tijd die nodig is om een betere techniek toe te gaan passen.

Bijlage 1. Aanwijzing BBT-documenten

In bijlage 1 van Regeling omgevingsrecht  zijn de documenten opgenomen waarmee bij de bepaling van BBT bij een IPPC-bedrijf rekening gehouden moet worden. Dit zijn de BREFs. Voor niet-IPPC bedrijven kunnen de BREFs als informatiedocument dienen. In tabel 2 staan  Nederlandse informatiedocumenten over BB. Dit zijn BBT informatiedocumenten waarmee altijd rekening mee gehouden moet worden, als ze van toepassing op de activiteit . De Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij en de Oplegnotitie BREF Intensieve pluimvee- en varkenshouderij staan genoemd in tabel 2. Verder is van belang voor veehouderijen de BREF Intensieve pluimvee- en varkenshouderij, genoemd in bijlage 1. Afhankelijk van de activiteiten kunnen nog andere documenten van toepassing zijn.

Oplegnotitie
Voor de bepaling of een stal BBT is kan gebruik worden gemaakt van de oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij. Deze geeft weer wat BBT is voor de diverse diercategorieën bij IPPC-bedrijven. Hiernaast gaat hoofdstuk 6 ook in op BBT bij niet IPPC-veehouderijen. Een inschatting van wat BBT is per stalsysteem, wordt op de pagina met stalbeschrijvingen gegeven. Het verplicht gebruik van de oplegnotitie komt aan de orde in de volgende uitspraak van de Raad van State (ABRvS nr. 200806605/2 12 november 2008): 

"Niet in geschil is dat de inrichting niet is aan te merken als een gpbv-installatie als bedoeld in de Wet milieubeheer. Het college was daarom niet verplicht om bij de bepaling van de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken rekening te houden met het BREF Intensieve veehouderij. In plaats daarvan was het college op grond van artikel 1, derde lid, van de Regeling aanwijzing BBT-documenten, verplicht met de oplegnotitie BREF Intensieve pluimvee en varkenshouderij rekening te houden. In deze oplegnotitie is vermeld dat voor de opslag van mest de eisen in het Besluit landbouw milieubeheer zijn gebaseerd op het toepassen van de beste beschikbare technieken. Niet in geschil is dat de mestopslagloods voldoet aan de eisen die het Besluit landbouw milieubeheer aan de opslag van mest stelt. De voorzitter ziet onvoldoende grondslag voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vergunde mestopslagloods gebaseerd is op de beste beschikbare technieken."

Beleidslijn IPPC - omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij
Op 25 juni 2007 heeft de toenamlige minister van VROM de "Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij" vastgesteld en op 26 juni 2007 is de beleidslijn toegezonden aan de Tweede Kamer. De beleidslijn is bedoeld als handreiking voor het het bevoegd gezag. Aan de hand van de beleidslijn kan het bevoegd gezag bepalen of en in welke mate vanwege de lokale milieusituatie strengere emissie-eisen dan bij toepassing van BBT in een vergunning voor een IPPC-veehouderij moeten worden opgenomen.
Meer informatie en voorbeelden zoals genoemd in de beleidslijn zijn te vinden op de pagina over de Beleidslijn IPPC.

Besluit huisvesting
In het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) is vastgelegd wat BBT is voor de ammoniakemissie van dierenverblijven. Voor bestaande stallen is een overgangstermijn opgenomen. In het algemeen geldt dat bestaande traditionele stallen tot 2010 BBT waren (zie o.a. ABRvS nr. 200901517). Voor kleinere veehouderijen geldt een ruimere overgangstermijn, namelijk tot 2013.  De omschakeling voor deze kleinere veehouderijen naar een emissiearme huisvesting kan hierdoor tegelijk worden uitgevoerd met de aanpassing van de stal aan de strengere dierenwelzijnseisen in 2013. Voor IPPC-bedrijven geldt in principe de datum van 30 oktober 2007. Zie vraag en antwoord Besluit huisvesting: 30 oktober 2007.
Indien een stalsysteem emissiearm is en een even lage of lagere ammoniakemissiefactor heeft dan de maximale emissiewaarden van bijlage 1 van het Besluit huisvesting, betekent dat overigens niet per definitie dat het stalsysteem ook BBT is. Daarvoor zal ook gekeken moeten worden naar de andere relevante milieuaspecten van het systeem. Zo is het mogelijk dat een emissiearme stal niet voldoet aan BBT vanwege andere negatieve gevolgen voor het milieu dan ammoniak, denk bijvoorbeeld aan de geurpiek bij het spoelgotensysteem.
Zie voor meer informatie de InfoMilpagina over het Besluit huisvesting.

Intern salderen
Als uit de BBT-beoordeling volgt dat een bestaand stalsysteem niet BBT is vanwege een te hoge ammoniakemissie, dan is het toch nog mogelijk dat er wel vergunning voor kan worden verleend, namelijk bij toepassing van intern salderen (op grond van art. 3, lid 3, 2e volzin Wav en artikel 2, lid 2 Besluit huisvesting). Dat intern salderen is toegestaan, is door de Raad van State bevestigd (zie ABRvS nr. 200708807/1 d.d. 15 oktober 2008). Intern salderen kan ook worden toegepast bij IPPC-bedrijven (zie ABRvS nr. 200808068/1/M2 d.d. 7 oktober 2009).

Motivatie BBT
Bij het verlenen van een vergunning voor een traditionele stal waarvoor een overgangstermijn is opgenomen in het Besluit huisvesting blijft het van belang om te motiveren dat sprake is van BBT. In artikel 2.14 van de Wabo is opgenomen dat voldaan moet worden aan (BBT), wat bnetekent dat de vergunning geweigerd moet worden als deze niet op BBT is gebaseerd. Uit jurisprudentie (o.a. ABRvS nr 200605751/1, ABRvS nr 200705441/1 en ABRvS nr 200705752/1) blijkt dat alleen een verwijzing naar de overgangstermijn van het Besluit huisvesting niet voldoende is. Betrek in de motivatie in ieder geval de oplegnotitie, ook bij niet IPPC-bedrijven. Deze oplegnotitie is in bijlage 1 van Regeling omgevingsrecht opgenomen. Daarnaast is in de  Nota van Toelichting (NvT) bij het Besluit huisvesting een en ander opgenomen over de overgangstermijn. In de Nota van Toelichting wordt aangegeven wat de kosten en baten zijn van omschakeling van traditionele naar emissie-arme huisvesting.

Voor de bestaande stallen van IPPC-bedrijven kan de BBT-afweging strenger uitvallen. Het gaat hier om bedrijven met een grotere omvang van de emissie, die bovendien al langer konden weten dat voor hen strengere eisen zouden gaan gelden. Voor deze bedrijven geldt dat afgeschreven traditionele stallen in principe geen BBT meer zijn en uiterlijk op 30 oktober 2007 emissiearm moesten zijn uitgevoerd. Of dit voor een bepaalde, specifieke stal geldt, moet van geval tot geval worden afgewogen. Voor relatief nieuwe stallen - vergund vanaf januari 1997 - kan, gezien de datum van ingebruikneming en de tijd die nodig is om over te schakelen op een betere techniek, een overgangstermijn tot 2010 als redelijk worden beschouwd. Daarbij geldt wel dat stallen die zijn vergund na de vaststelling en bekendmaking van de BREF voor de intensieve veehouderij (juli 2003) alleen BBT kunnen zijn als ze minstens even goed presteren als de systemen die BBT zijn volgens de BREF. Specifiek ten aanzien van bestaande stalsystemen voor (ouderdieren van) vleeskuikens tenslotte kan vanwege het feit dat er pas recent technisch en economisch haalbare emissiearme technieken beschikbaar gekomen zijn, ook bij IPPC-bedrijven redelijkerwijze meer tijd worden gegeven om naar deze technieken over te stappen. Daarbij kan worden aangesloten bij de overgangstermijnen voor deze diercategorieën in het Besluit huisvesting. Voor (ouderdieren van) vleeskuikens waren niet-emissiearme stalsystemen in dat geval BBT tot 2010, of 2012 als het systeem vergund is na 1 januari 1997.

Circulaire wijziging ammoniakwetgeving en uitvoering IPPC-richtlijn
Op 31 juli 2007 heeft de Minister van VROM een brief  verzonden over de wijziging van de Wet Ammoniak en Veehouderij en de uitvoering van de IPPC-richtlijn. Bij deze brief horen vijf bijlagen waarin onder andere een toelichting wordt gegeven op de veranderde ammoniakwetgeving, intern salderen en de datum van 30 oktober 2007 die voor IPPC-bedrijven belangrijk is.


 

29 november 2007

Circulaire wijziging Wav en uitvoering IPPC

8 februari 2010

Vragen en antwoorden BBT

23 oktober 2009

Intern salderen

30 november 2010

Beleidslijn IPPC - omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil