Beleidslijn IPPC - omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij
Ammoniak en veehouderijen
Inhoud pagina: Beleidslijn IPPC - omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij
Voor veehouderijen die onder de werkingssfeer van de europese IPPC-richtlijn vallen, moet op grond van artikel 3, lid 3 van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) worden beoordeeld of in de omgevingsvergunning voorschriften moeten worden gesteld die verder gaan dan het toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT). Het stellen van verdergaande voorschriften kan noodzakelijk zijn vanwege de technische kenmerken en de geografische ligging van de installatie of vanwege de plaatselijke milieuomstandigheden.
Om te bepalen of verdergaande voorschriften nodig zijn, heeft het Ministerie van VROM een Beleidslijn omgevingstoets IPPC vastgesteld. Deze is op 26 juni 2007 toegezonden aan de Tweede Kamer. Deze beleidslijn geeft een generieke invulling van artikel 3, lid 3 van de Wav. Het bevoegd gezag is niet verplicht om deze beleidslijn te gebruiken. Het bevoegd gezag moet echter wel altijd motiveren waarom in de betreffende situatie met BBT kan worden volstaan of waarom juist strengere emissie-eisen noodzakelijk zijn. De argumenten uit de beleidslijn kunnen hierbij worden gebruikt .
Centraal in de beleidslijn staat dat bij een emissie boven de 5.000 kg ammoniak strengere emissie-eisen dan BBT gelden (>BBT of >>BBT). Het gaat dan alleen om IPPC-veehouderijen met een totale emissie van boven de 5.000 kg die uitbreiden in dieren, of door die uitbreiding boven de 5.000 kg ammoniak komen. Pas vanaf de 5.000 kg moeten dan voor de uitbreiding strengere emissie-eisen worden gesteld (>BBT). Boven de 10.000 kg ammoniak kunnen nog strengere emissiewaarden dan >BBT worden geëist (>>BBT), vergelijkbaar met een gecombineerde luchtwasser.
In de uitspraak van 18 maart 2009 (Venray) met nummer 200800463/1 is door de Raad van State uitgesproken dat de beleidslijn niet in strijd is met de IPPC-richtlijn.
Rekenvoorbeeld
Bijgevoegd zijn twee rekenvoorbeelden uit de praktijk. Het betreft een casus over een vleesvarkenshouderij en een casus over een varkensvermeerderingsbedrijf.

