Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij

Home > Onderwerpen > Landbouw, tuinbouw > Ammoniak en veehouderijen > Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij

Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij

Ammoniak en veehouderijen

Inhoud pagina: Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij

Het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij is op 1 april 2008 in werking getreden. Met dit besluit wordt invulling gegeven aan het algemene emissiebeleid voor heel Nederland. Het besluit bepaalt dat dierenverblijven, waar emissie-arme huisvestingssystemen voor beschikbaar zijn, op den duur emissie-arm moeten zijn uitgevoerd. Hiertoe bevat het besluit zogenaamde maximale emissiewaarden. Op grond van het besluit mogen alleen nog huisvestingssystemen met een emissiefactor die lager is dan of gelijk is aan de maximale emissiewaarde, toegepast worden.

Het Besluit huisvesting en het Besluit wijziging zijn tegelijkertijd in werking getreden. De belangrijkste veranderingen van het Besluit wijziging ten opzichte van het eerdere besluit zijn:

  • Het mogelijk maken van het zogenaamde "intern salderen".
  • Het vervallen van de datum van 30 oktober 2007 als datum waarvoor veehouderijen die onder de Europese IPPC-richtlijn vallen (gpbv-installaties) hun stallen emissiearm moeten hebben gemaakt. Op grond van artikel 22.1a Wm bljift gelden dat de vergunning van veehouderijen die onder de Europese IPPC-richtlijn vallen (gpbv-installaties) uiterlijk 30 oktober 2007 aan de IPPC-richtlijn moet voldoen.
  • De mogelijkheid voor het bevoegd gezag om strengere emissiegrenswaarden en eerdere tijdstippen vast te stellen voor veehouderijen die onder de Europese IPPC-richtlijn vallen (gpbv-installaties) vanwege de technische kenmerken en geografische ligging alsmede de plaatselijke milieu-omstandigheden.

Beweiding
In InfoMilnieuws 49 is een kort artikel gepubliceerd waarin handvatten worden gegeven voor het herkennen van beweiding of opstallen bij een veehouderij. De uitgebreide versie van dit artikel is hier te downloaden.

Mocht u zich afvragen of de aanvraag om te beweiden klopt en niet bijv. in strijd is met dierenwelzijn, zie InfoMil Nieuws 55 pag 5

Actieplan ammoniak
Op veehouderijen die vanaf 1 januari 2010 in overtreding zijn van het Besluit huisvesting is mogelijk landelijk gedoogbeleid van toepassing. Dit is uitgewerkt in het Actieplan ammoniak. Kijk op de speciale pagina over het Actieplan voor meer informatie en veelgestelde vragen en antwoorden.

Op de volgende punten heeft het Actieplan ammoniak geen invloed:

  1. Nieuwe stallen moeten direct voldoen aan de maximale emissiewaarden uit het Besluit huisvesting.
  2. Voor IPPC-bedrijven verandert er niets en zij krijgen dus geen extra tijd om bestaande niet-emissiearme stallen aan te passen. Deze stallen konden tot uiterlijk 1 januari 2010 beste beschikbare technieken (BBT) zijn, onder de voorwaarden zoals genoemd in de oplegnotitie bij de BREF intensieve veehouderijen. (Bij pluimveehouderijen soms tot 1 januari 2012). Na afloop van deze termijnen kan het bevoegd gezag handhaven op grond van het Besluit huisvesting. De vergunning van IPPC- bedrijven moest uiterlijk op 30 oktober 2007 BBT zijn. In de vergunning kan er een eerdere datum zijn genoemd waarop niet-emissie arme stallen moeten zijn aangepast. In dat geval kan het bevoegd gezag na die datum handhaven op grond van de vergunning.
  3. Bij een nieuwe aanvraag voor een milieuvergunning moet je altijd uitgaan van toepassing van BBT en daarmee voor ammoniak het Besluit huisvesting. Als een veehouder een stal aanvraagt die niet voldoet aan het Besluit huisvesting en dus niet BBT is, dan moet het bevoegd gezag de vergunning weigeren op grond van artikel 3, lid 3 (1e volzin) van de Wav in samenhang met artikel 8.10, lid 2 van de Wm. De enige uitzondering hierop is als er intern gesaldeerd wordt.

Voor de werkzaamheden van de gemeente is het verder van belang op te merken dat het niet wenselijk is lopende aanvragen en reeds verleende vergunningen te herzien. Uitgangspunt is dat de maatregelen die thans in de pijplijn zitten ook daadwerkelijk en zo snel mogelijk worden gerealiseerd. Het actieplan voorziet in monitoring van de voortgang van de stalaanpassingen.

Bestanden

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil