Vragen en Antwoorden

Home > Onderwerpen > Landbouw, tuinbouw > Ammoniak en veehouderijen > Vragen en Antwoorden

Vragen en Antwoorden

Ammoniak en veehouderijen

Inhoud pagina: Vragen en Antwoorden

Vragen en antwoorden

Hoe moet een combinatie van maatregelen voor stoppers berekend worden?

  Op de Rav staat bij E5.11 en E7.6 de warmtewisselaar genoemd. Gaat het hier om dezefde warmtewisselaar?

Een huisvestingssysteem dat op 1 januari 2007 in de veehouderij aanwezig is, mag intern gesaldeerd worden. Maar als een systeem gewijzigd is na die tijd, mag het dan nog wel intern gesaldeerd worden?

 Hoe moet ik omgaan met een vervolgvergunning waar de Beleidslijn voor de tweede keer wordt toegepast?

Veehouders die na 2013 stoppen (de zogenaamde afbouwers) moeten alternatieve maatregelen toepassen. Totdat de alternatieve maatregelen bekend zijn gemaakt kunnen deze veehouders nog geen maatregelen in hun bedrijfsontwikkelingsplan (BOP) opnemen. Zij hoeven tot die tijd ook nog geen vergunningaanvraag in te dienen. Dit geldt voor de varkens- én pluimveehouderij.

De afbouwtermijn voor categorie C2  die is verruimd tot 1 januari 2020 geldt ook voor pluimveehouderijen.

Welke vorm van opslag van mest is de beste beschikbare techniek (BBT)?

Bedrijven met (groot)ouderdieren van legkippen moeten een BOP indienen om mee te kunnen doen met het gedoogbeleid. De aanvraag voor een milieuvergunning kan uitgesteld worden totdat het onderzoek naar toepasbare emissiearme huisvestingssystemen voor deze specifieke groep is afgerond.

Een aantal maatregelen voor stoppers zijn bekend. Het gaat om drijvende ballen, de toepassing van 1% benzoëzuur en het deels wegdoen van dieren.

Wat te doen wanneer een veehouder niet voor 1 april 2010 een BOP heeft ingediend?

Het BOP is gericht op het voldoen aan het Besluit huisvesting. Er wordt niet verwacht dat het BOP voldoet aan eisen die kunnen worden gesteld in verband met de natuurbeschermingswetvergunning.

Het is uiterst onzeker wanneer het Besluit landbouwactiviteiten in werking zal treden. Er kan daarom niet gewacht worden op inwerking treding. Vergunningaanvragen moeten daarom voor 1 juli 2010 aangevraagd zijn.

Op 25 maart jl. heeft de Tweede Kamer in een algemeen overleg ingestemd met het gedoogbeleid en het Actieplan.

Bij de melding 'verkeerde categorie' heeft u waarschijnlijk de (onder)titel van de betreffende categorie geselecteerd. Deze heeft geen emissiefactor, waardoor het programma niet verder kan rekenen. U moet een systeem een niveautje lager aanklikken.

De methode waarop wordt voorkomen dat water wordt gemorst op de strooisellaag mag door de veehouder zelf gekozen worden

Kleinere bedrijven en bedrijfstakken die volgens artikel 4 tweede lid van het Besluit huisvesting een overgangstermijn hebben tot 1 januari 2013 hoeven geen BOP in te dienen. De voorwaarden uit het Actieplan zijn niet voor deze bedrijven van toepassing.

Een stopper of afbouwer moet volgens het Actieplan op een bepaalde datum zijn vergunning in hebben laten trekken. Hoe gaat het bevoegd gezag hiermee om? Het is aan de veehouder om op tijd een verzoek tot intrekking in te dienen. Op grond van art. 8.26 Wm (intrekking op verzoek) kan het bevoegd gezag dan de intrekkingsprocedure opstarten.

De gemeente hoeft geen besluit te nemen op het ingediende BOP.

Een veehouder die aangeeft te stoppen op uiterlijk 1 januari 2020 kan zich bedenken en toch door willen gaan. Dit kan, maar het het bedrijf moet dan wel feitelijk op 1 januari 2020 aan het Besluit huisvesting voldoen én tot 2020 tijdelijke emissiemaatregelen toepassen. Voor de feitelijke aanpassing uiterlijk 1 januari 2020 moet dan ook ruim van te voren een eventuele benodigde (omgevings)vergunning worden aangevraagd.

Bedrijven die voor 1 januari 2010 minder dieren houden dan de IPPC drempel,  kunnen ook een BOP indienen en meedoen met het gedoogbeleid. Het gaat om het feitelijk gehouden aantal dieren.

De intensieve tak die niet voldoet aan het Besluit huisvesting moet los worden gezien van de melkrundveetak. Een veehouder die zijn varkenstak wil afbouwen kan daarom nog wel uitbreiden in melkrundvee.

Hoe moet worden omgegaan met nieuwe maatregelen die nog niet in de Rav zijn opgenomen? De zogenaamde balansballen worden in het voorjaar in de Rav opgenomen.

De vergunning moet voldoen aan het Besluit huisvesting. Het Actieplan ziet toe op het (tijdelijk) gedogen van een overtreding van het Besluit huisvesting. Het Actieplan gaat dus over handhaving, niet over vergunningverlening. Om mee te doen met het Actieplan moet naast de vergunningaanvraag ook een BOP worden ingediend.

Besluit huisvesting - melkrundvee

Toelichting berekeningen emissiefactoren uitbroed-/opfoksysteem met vervolghuisvesting (RAV-categorie E.5.9)

Is er voor guste en dragende zeugen geen maximum aantal waarbij de datum van 1 januari 2013 geldt in plaats van 1 januari 2010?

Een gesloten opslag voor pluimveemest valt thans nog onder de Rav-categorie E 6.5 (overige opslag van mest) en voldoet daarmee niet aan de maximale emissiewaarde van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting). Kan een gesloten mestopslag toch nog vergund worden?

In het Besluit huisvesting is de datum van 30 oktober 2007 niet genoemd. Hebben bestaande stallen bij IPPC-bedrijven ook een termijn tot ten minste 2010?

Wanneer is de maximale emissiewaarde van toepassing?

Wat wordt verstaan onder een bestaand huisvestingssysteem?

Deze vraag is van belang om te bepalen of er bij aanpassing van het systeem sprake is van een bestaand huisvestingssysteem in het kader van artikel 4 van het Besluit huisvesting.

Kan ik handhaven op grond van het Besluit huisvesting of moet ik voorschriften in de omgevingsvergunning opnemen?

Zeer kwetsbare gebieden Wav

Hoe controleer ik een spoelgotensysteem op een goede werking ?

Hoe moet worden omgegaan met de opslag van vaste kippenmest bij IPPC-bedrijven, in relatie tot BBT, wordt hier behandeld.

Landbouw - Ammoniak - Beleidslijn: Uitbreiden in verschillende diercategorieën

Landbouw - Ammoniak - Intern salderen: Relatie tot verdergaande technieken uit Beleidslijn IPPC

Landbouw - Ammoniak - Beleidslijn: Gebruik emissiefactoren bij berekening

In het kader van de Beleidslijn IPPC kunnen strengere emissie-eisen gesteld worden aan bedrijven die onder de IPPC-richtlijn vallen. De totale ammoniakuitstoot is hierbij van belang. Lees meer over de 5000 en 10000 kg grens en wat precies uitgerekend moet worden om te bepalen vanaf welke hoeveelheid ammoniak strengere emissiewaarden geëist kunnen worden. 

Landbouw - Ammoniak - Beleidslijn: Wettelijke status

Op 1 januari zullen veel stallen niet meer BBT zijn. Hoe moet hier mee worden omgegaan?

Landbouw - Ammoniak - BBT: Melkkoeien

Landbouw - Ammoniak - Dieren zonder maximale emissiewaarde

Stallen gebouwd na 1 januari 2007 moeten direct voldoen aan de maximale emissiewaarden uit het Besluit huisvesting.

Landbouw - Ammoniak - Intern salderen: nieuwbouw toepassen

Artikel 3 lid 3 van de Wav en artikel 2 lid 2 van het Besluit huisvesting.

Landbouw - Ammoniak: Oprichten of uitbreiden buiten 250 meter

Landbouw - Ammoniak: Oprichten of uitbreiden binnen 250 m

Na de wijziging van de Wav is het hoofdzaakcriterium komen te vervallen. Informatie en jurisprudentie over de situatie van voor 1 mei 2007 is hier nog wel te vinden.

Besluit landbouw - eisen aan ammoniakuitstoot huisvesting

Uit jurisprudentie blijkt dat in principe een vergunning kan worden verleend voor een luchtwasser bij een intensieve veehouderij die valt onder de reikwijdte van de IPPC-richtlijn.

Onder de Wav moet ook rekening worden gehouden met de uitkomsten van een milieu-effectrapportage. Bij een veehouderij in een zeer kwetsbaar gebied of in de 250-meter-zone daaromheen mag de vergunning echter niet worden geweigerd (vanwege de effecten van de ammoniakemissie uit de dierenverblijven), als voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 7 Wav.

Voor veehouderijen die onder de werkingssfeer van de IPPC-richtlijn vallen moet volgens de Wav een aanvullende toets gedaan worden. Volgens het per 1 mei 2007 gewijzigde artikel 3 lid 3 van de Wav moet worden gekeken of vanwege de technische kenmerken en de geografische ligging van de installatie of vanwege de plaatselijke milieuomstandigheden voorschriften moeten worden gesteld die verder gaan dan het toepassen van de beste beschikbare technieken.

Het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij, kortweg genoemd het Besluit huisvesting, is op 28 december 2005 in het Staatsblad nr. 675 gepubliceerd en op 1 april 2008 in werking getreden. Het Besluit bevat maximale emissiewaarden. Na inwerkingtreding van het Besluit mogen er geen nieuwe huisvestingssystemen meer vergund worden met een emissiefactor die hoger is dan de maximale emissiewaarde van het Besluit. Met het inwerking treden van het Besluit is bijlage 2 van de Rav vervallen en zijn ook de zogenaamde anticipatie-vergunningen (artikel 10 Wav) daadwerkelijk van rechtswege komen te vervallen.

Stalbeschrijvingen - Wav/Rav

Stankgevoelige objecten in het buitenland worden beschermd tegen stankhinder afkomstig van veehouderijen op Nederlands grondgebied. Voor verzuring gevoelige bosgebieden hoeven niet te worden beschermd tegen ammoniakemissie afkomstig van die veehouderijen. Mogelijk dat die bescherming wel plaats vindt via de IPPC-richtlijn, het Besluit MER of de Vogel- en Habitatrichtlijn.

Aan de orde komt hoe een ziekenboeg en andere ruimtes waar dieren tijdelijk aanwezig zijn moeten worden beoordeeld wat betreft geur en ammoniak.

De Wet ammoniak en veehouderij (Wav) is op 8 mei 2002 gepubliceerd in Staatsblad 2002, nr. 93 en is op 8 mei 2002 in werking getreden (Staatsblad 2002, 207). Voor het beoordelen van het aspect ammoniak afkomstig van dierenverblijven van veehouderijen, is de Wav het toetsingskader (lex specialis). De Wav bevat een zonering van 250 meter rondom zeer kwetsbare gebieden. Binnen die gebieden en die zone is vergunningverlening slechts in beperkte mate mogelijk. Bepaling van de ammoniakemissie vindt plaats aan de hand van de Regeling ammoniak en veehouderij.

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil