Landbouw - Ammoniak: Zeer kwetsbare gebieden

Landbouw - Ammoniak: Zeer kwetsbare gebieden

Inhoud pagina: Landbouw - Ammoniak: Zeer kwetsbare gebieden

Vraag

Wat zijn de zeer kwetsbare gebieden in het kader van de beoordeling van ammoniak op grond van de Wet ammoniak en veehouderij?

Antwoord

Zeer kwetsbare gebieden

De zeer kwetsbare gebieden worden aangewezen door Provinciale staten. Bij dit besluit hoort een kaart waarop de begrenzing van de zeer kwetsbare gebieden nauwkeurig wordt aangegeven. Welke gebieden in aanmerking komen voor aanwijzing als zeer kwetsbaar gebied is vermeld in artikel 2 van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav)

Alleen ‘voor verzuring gevoelige’ gebieden die liggen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) kunnen als zeer kwetsbaar worden aangewezen. Wat ‘voor verzuring gevoelig’ inhoudt, staat beschreven in artikel 1 van de Wav. Een voorwaarde is dat het gebied volgens de Interimwet ammoniak en veehouderij (Iav) al voor verzuring gevoelig was. Nieuwe natuur kan dus niet alsnog als voor verzuring gevoelig worden aangemerkt krachtens de Iav en worden toegevoegd als zeer kwetsbaar gebied. Uit alle voor verzuring gevoelige gebieden in de EHS wijst Provinciale Staten de zeer kwetsbare gebieden aan. Daarbij moet rekening worden gehouden met diverse aspecten, genoemd in artikel 2, lid 4 van de Wav.
Naast deze gebieden, worden ook alle beschermde Natuurmonumenten en Natura 2000 gebieden die onder de Interimwet voor verzuring gevoelig zijn èn liggen binnen de EHS aangewezen als zeer kwetsbaar gebied.

Procedure

Voor het aanwijzen van de zeer kwetsbare gebieden wordt de procedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevolgd. Dit houdt in dat er eerst een ontwerpbesluit moet worden genomen, waarna zienswijzen door belanghebbenden kunnen worden ingediend. Daarna wordt het definitieve besluit genomen, waarop beroep bij de Raad van State mogelijk is. In de Wav is bepaald dat bij de voorbereiding van het besluit gedeputeerde staten overleg moet hebben met representatieve landbouw- en natuurorganisaties en de diverse gemeenten in het gebied. Daarnaast is bepaald dat de Minister van LNV goedkeuring aan het besluit geeft.

Periode tot besluit

Zolang de zeer kwetsbare gebieden niet zijn aangewezen, worden de kwetsbare gebieden als zeer kwetsbare gebieden aangemerkt. Dit is opgenomen in artikel II van de wijziging van de Wav (Stb 2007, nr. 103). Deze wijziging is op 1 mei 2007 in werking getreden (Stb 2007 nr. 156).

Artikel II: "Totdat binnen een provincie het in artikel 2, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij zoals dat artikel ingevolge artikel I, onderdeel B van deze wet is komen te luiden, bedoelde besluit is bekendgemaakt, worden in die provincie als zeer kwetsbaar gebied aangemerkt de gebieden die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet werden aangemerkt als kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 2 van de Wet ammoniak en veehouderij zoals dat artikel tot vorenbedoeld tijdstip luidde."

Kwetsbare gebieden

Voor inwerkingtreding van de wijziging van de Wav op 1 mei 2007 werden als kwetsbare gebieden aangemerkt: gebieden die op 31 december 2001 op grond van de Interimwet ammoniak en veehouderij (Iav) als voor verzuring gevoelig zijn aangemerkt én zijn gelegen binnen de Ecologische hoofdstructuur.

Welke gebieden als voor verzuring gevoelig werden aangemerkt, was geregeld in artikel 2 en 3 van de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij (Uav), behorende bij de Iav. GS stellen in een besluit vast wat de grenzen zijn van de EHS. Dit besluit gaat vergezeld met een kaart.

Of een individueel gebied binnen de EHS als kwetsbaar moet worden aangemerkt, moest door het bevoegd gezag in een procedure voor vergunningverlening voor een veehouderij worden vastgesteld. Zie ABRvS nr. 200305267/1 van 29 september 2004 (Gelderland) en 200406755/1 van 16 maart 2005 (Overijssel). Zolang een dergelijk besluit nog niet was bekendgemaakt, werden alle voor verzuring gevoelige gebieden, ook die buiten de EHS, als kwetsbaar gebied beschouwd. Zie ABRvS nr. 200504522/1 van 25 januari 2006 (Zeeland).

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil