Beoordelen fijn stof bij veehouderijen

Home > Onderwerpen > Landbouw, tuinbouw > Fijn stof en veehouderijen > Beoordelen fijn stof bij veehouderijen

Beoordelen fijn stof bij veehouderijen

Fijn stof en veehouderijen

Inhoud pagina: Beoordelen fijn stof bij veehouderijen

In mei 2010 is de Handreiking fijn stof en veehouderijen definitief gemaakt. De inhoud is ten opzichte van de concepthandleiding geupdate. Daarnaast is informatie toegevoegd over het toetsen van bedrijfswoningen en over cumulatie. 

In het kort
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning voor een veehouderij moet de emissie van fijn stof getoetst worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Dit staat in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.
Een vergunning voor een oprichting of uitbreiding van een veehouderij kan in principe verleend worden indien er geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt. Is er toch sprake van een overschrijding, dan kan de vergunning alleen verleend worden indien de luchtkwaliteit door het project niet of niet in betekenende mate verslechtert.
Via een apart traject in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) worden fijn stof knelpunten bij veehouderijen opgelost. De bedoeling is dat er in 2011 geen overschrijdingen meer van de grenswaarden bij veehouderijen voorkomen.
Voor een toelichting op het wettelijk kader voor luchtkwaliteit zie de Handreiking of de pagina 'wettelijk kader en toelichting'.

Niet in betekenende mate 
Wanneer een uitbreiding 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de concentratie fijn stof kan de vergunning alsnog verleend worden. Dit volgt uit artikel 5.16 Wm en het Besluit NIBM. Voor fijn stof houdt dit in een toename van 1,2 microgram (3% van de grenswaarde) op het beoordelingspunt. Met behulp van ISL3a kan berekend worden of de bijdrage NIBM is. In de Handreiking Fijn stof en veehouderijen zijn vuistregels te vinden. Als uit de vuistregels blijkt dat een bijdrage NIBM is, hoeft niet meer gerekend te worden met ISL3a.
Meer informatie over NIBM (ook voor industrie en wegen) is te vinden op de InfoMil pagina 'wettelijk kader en toelichting' waar de in mei 2008 gepubliceerde Handreiking NIBM is te downloaden.

Plaats van toetsing
De luchtkwaliteit wordt alleen beoordeeld op plaatsen waar significante blootstelling van mensen plaatsvindt. Een plaats met significante blootstelling kan bijvoorbeeld een woning, school of sportterrein zijn.
Uitgangspunt is dat de luchtkwaliteit wordt vastgesteld op plaatsen waar mensen worden blootgesteld, en wel zodanig dat een goed beeld wordt verkregen van de luchtkwaliteit ter plaatse. Dit zijn het 'toepasbaarheidsbeginsel' en 'blootstellingscriterium'. In de Handreiking fijn stof en veehouderijen zijn concrete voorbeelden voor de veehouderij uitgewerkt.

Rekenmethode
Voor een vergunning voor een veehouderij moet altijd getoetst worden aan de grenswaarden voor fijn stof. Dit kan met een kwalitatieve motivering, bv wanneer er geen toename is van activiteiten of met behulp van de vuistregel NIBM uit de Handreiking. Voor een berekening kan gebruik worden gemaakt van het rekenmodel ISL3a.  De meest recente versie van dit model is op de ISL3a pagina van de InfoMil website te downloaden. Het rekenmodel betreft een gebruiksvriendelijke versie van het Nieuw Nationaal Model, dat een implementatie van standaardrekenmethode 3 (SRM 3) is. Om deze reden heet het programma Implementatie Standaardrekenmethode 3 Luchtkwaliteit (ISL3a). Het is niet verplicht om gebruik te maken van dit programma, andere rekenprogramma's die voldoen aan SRM 3 (Pluim-plus, Stacks) zijn nog steeds toegestaan.  

Emissiefactoren fijn stof
Bij het gebruik van een rekenprogramma als ISL3a zijn emissiefactoren nodig. Op grond van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (art. 66 en 67) moet voor de berekening van concentraties van fijn stof gebruik worden gemaakt van de emissiefactoren die door de minister van VROM zijn vastgesteld. De emissiefactoren fijn stof voor de veehouderij zijn gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid. Deze zijn voor het laatst geactualiseerd in maart 2012. De emissiefactoren zijn per diercategorie en huisvestingssysteem weergegeven, overeenkomstig het systeem van bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij. 

Methode dubbeltellingcorrectie
De bijdrage van de intensieve veehouderij aan de concentraties fijn stof in Nederland is meegenomen bij de bepaling van de achtergrondconcentratie. Indien de bijdrage van een individueel bedrijf aan de fijn stof concentraties wordt berekend en deze wordt opgeteld bij de achtergrondconcentratie, treedt daarmee een dubbeltelling op. Op basis van de emissies door het individuele bedrijf kunnen de grootschalige concentratiegegevens fijn stof worden gecorrigeerd voor de gridcel waarbinnen het bedrijf is gelegen en de acht omringende gridcellen. De correctiemethode die hierbij gebruikt moet worden is ontwikkeld door ECN, in samenwerking met VROM, RIVM en PBL. Het excel bestand is te vinden op de InfoMil pagina over ISL3a

Aanvullende informatie
Op dit moment lopen er nog diverse onderzoeken naar nieuwe fijn stof reducerende technieken. Zie de website van de rijksoverheid, over fijn stof in de pluimveesector.

 

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil