Invoerinstructie ISL3a

Home > Onderwerpen > Landbouw, tuinbouw > Fijn stof en veehouderijen > Invoerinstructie ISL3a

Invoerinstructie ISL3a

Fijn stof en veehouderijen

Inhoud pagina: Invoerinstructie ISL3a

In de handleiding bij het programma ISL3a wordt voor de invoer van ISL3a voor agrarische bronnen verwezen naar de handleiding van V-stacks vergunning. Deze handleiding wordt als uitgangspunt genomen voor de vergelijking van de invoergegevens tussen V-stacks vergunning en ISL3a agrarische bronnen. In het onderstaande stuk zal worden aangegeven welke hoofdstukken uit de handleiding ook bij ISL3a toegepast kunnen worden en waar de verschillen zitten. De aanvullende pagina's op de InfoMilwebsite over de invoer van V- stacks vergunning kunnen ook voor de invoer van ISL3a gebruikt worden, tenzij op deze pagina specifiek is aangegeven dat ISL3a daarvan afwijkt.

De volgende hoofdstukken uit de handleiding V-stacksvergunning worden besproken:

3.2 Meteorologie
3.3 X-, Y- coördinaten
3.4 De gemiddelde gebouwhoogte
3.5 Emissie per bron
3.6 De hoogte van de uitstroomopening ( emissiepunthoogte)
3.7 De (inwendige) diameter van de uitstroomopening
3.8 De verticale uittreesnelheid
3.9 X-, Y- coördinaten waar getoetst moet worden
3.10 Normen

3.2 Meteorologie
In V-stacks moet de keuze gemaakt worden voor meteo Schiphol of meteo Eindhoven. In ISL3a zit deze keuze niet. Daar wordt op basis van de ingevoerde coördinaten de meteo ter plaatse genomen die is gebaseerd op een meer glijdende schaal.

3.3 X-, Y- coördinaten
Met de coördinaten worden in zowel ISL3a als V-stacks de rijksdriehoeks- of Amersfoortse coördinaten bedoeld. Alles wat voor V- stacks geldt op het gebied van X- en Y-coördinaten, geldt ook voor ISL3a.

zie ook: bepalen X-, Y- coördinaten

Voor de modellering van de emissiepunten wordt voor de fijn stof berekening aangesloten bij de geurberekening. De handleiding V- stacks is op één punt, voor zowel V- stacks als ISL3a niet juist: bij verspreid liggende ventilatoren wordt niet het geometrische gemiddelde van de stal genomen, maar het geometrische gemiddelde van de ventilatoren. Zie de vraag en antwoord op de InfoMilwebsite: meerdere ventilatoren.

Net als in V-stacks vergunning geldt ook voor ISL3a dat wanneer er een aparte afdeling met aparte ventilatie aanwezig is, deze wel als apart emissiepunt moet worden meegenomen. In de handleiding V- stacks vergunning pagina 8 en 9 staan een aantal voorbeelden.

Meer vragen en antwoorden over paragraaf 3.3

3.4 De gemiddelde gebouwhoogte
In V-stacks moet de gemiddelde gebouwhoogte worden ingevoerd. In ISL3a worden daarnaast ook nog andere gegevens over het gebouw gevraagd, waarvan de gebouwhoogte er één is. De gebouwgegevens zijn nodig voor de zogenaamde ‘ gebouwmodule' die in ISL3a is verwerkt. De gebouwmodule zit ook in het Nieuw nationaal model. De module berekent het effect van het gebouw op de pluim (de verspreiding van fijn stof uit het emissiepunt). De volgende gegevens moeten worden ingevuld:

  • X- en Y-coördinaten van het zwaartepunt van het gebouw;
  • Lengte van het gebouw in meters;
  • Breedte van het gebouw in meters;
  • Hoogte van het gebouw in meters. Hierbij kan in principe worden uitgegaan van dezelfde uitgangspunten als bij ‘de gemiddelde gebouwhoogte' in V- stacksvergunning, zoals beschreven in paragraaf 3.4 van de handleiding V- stacks. Er is één uitzondering: Voor gebouwen met een hele lage uitstroomopening (0 tot 1,5 meter) wordt, in tegenstelling tot in V- stacks, géén correctie van de gebouwhoogte naar beneden ingevoerd (1,5 meter voor de gemiddelde gebouwhoogte), maar wordt de daadwerkelijke gemiddelde gebouwhoogte genomen. De correctie is bij ISL3a niet nodig, omdat de gebouwmodule uitgebreider in het programma is verwerkt dan in V- stacks.
  • Oriëntatie lengte-as. De oriëntatie is de hoek in graden gemeten tussen de lange zijde en de x-as (0 tot 180˚). Zie onderstaande afbeelding.

 

 orientatie

 

Gebouwen in de gebouwmodule samennemen
De parameters die gevraagd worden, betreffen het gebouw waar de bron (het emissiepunt) zich bevindt. Het gehele gebouw wordt ingevuld. Als twee gebouwen zodanig dicht op elkaar staan dat tussen de gebouwen overduidelijk een luwte zal ontstaan, wordt aangeraden beide gebouwen als één groot gebouw te modelleren. Dit geldt ook als één van de gebouwen geen stal betreft. Als richtlijn kan worden aangehouden dat de afstand tussen de gebouwen dan kleiner is dan de helft van de gemiddelde hoogte van de twee gebouwen. Zie voor meer informatie over het samennemen van gebouwen de handreiking NNM.

Wanneer er meerdere emissiepunten per gebouw worden ingevuld, maar het betreft hetzelfde gebouw, dan wordt het gehele gebouw bij elk emissiepunt opnieuw ingevuld. De gebouwmodule berekent namelijk alleen het effect van het gebouw op de pluim van de bijbehorende bron. Het model ‘ziet' de andere gebouwen niet en er is dus geen sprake van een dubbeltelling wanneer hetzelfde gebouw meerdere malen wordt ingevuld.

3.5 Emissie per bron
Het principe waarmee de emissie per bron wordt bepaald is voor V-Stacks en ISL3a grotendeels hetzelfde. Echter, in het programma ISL3a zit in tegenstelling tot V- stacks een rekenhulpmiddel om de totale emissie per bron te berekenen. Dit kan met het blok aan de rechterkant van het scherm. De emissiefactor is te vinden op de website van de Rijksoverheid. De totale emissie van de bron wordt uit dat blok automatisch ingevuld in het blok aan de linkerkant, bij PM-10 emissie. Het is ook mogelijk om zelf de PM-emissie aan de linkerkant in te vullen.

3.6 De hoogte van de uitstroomopening ( emissiepunthoogte)
In ISL3a is dit de hoogte van de bron. De uitgangspunten zijn gelijk aan V-stacks. Zie ook:
Midden of onderkant van ventilator
Ligboxenstal met venturinok (opgenomen in Handleiding V-stacks versie 2010) 
Stal op helling (opgenomen in Handleiding V-stacks)

3.7 De (inwendige) diameter van de uitstroomopening
Voor de diameter gelden voor ISL3a dezelfde uitgangspunten als bij V-stacks. Zie ook:
Verschil berekeningswijze diameter
Diameter uitstroomopening luchtwasser (opgenomen in Handleiding V-stacks) 

3.8 De verticale uittreesnelheid

De uittreesnelheid in ISL3a is in principe gelijk aan de uittreesnelheid in V-stacks. Zie ook:
Vragen en antwoorden uittreesnelheid
Vragen en antwoorden ventilatienormen  

 3.9 X- ,Y- coördinaten waar getoetst moet worden
Bij geur gelden de normen alleen op geurgevoelige objecten. Bij fijn stof gelden de grenswaarden uit de Wet milieubeheer overal, behalve binnen de inrichting. ISL3a rekent daarom overal (op de hoekpunten van het gekozen grid) de concentratie aan fijn stof uit. Een eventuele aanwezige woning kan echter zelf ingevoerd worden. Dit kan onder het tabblad: ‘te beschermen object'. Deze functie kan uiteraard ook gebruikt worden om de bijdrage van de veehouderij op bijvoorbeeld toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen. Het rekenpunt moet wel in het gekozen rekengebied liggen. Het programma werkt ook wanneer onder dit tabblad geen gegevens worden ingevoerd.

Een tip van gebruikers om makkelijk op de grens van de inrichting te toetsen is om op die grens virtuele 'te beschermen objecten' (TBO's) te plaatsen. Op de plek van die TBO's wordt dan de gemiddelde jaarconcentratie en het aantal overschrijdingsdagen uitgerekend. Om het programma snel te laten rekenen kan voor een relatief klein grid worden gekozen, bijvoorbeeld 5 bij 5.

3.10 Normen
De immissienormen voor geur staan vermeld in de Wet geurhinder en veehouderij. De emissiefactoren in de Regeling geurhinder en veehouder.

Voor fijn stof gelden de concentratie-grenswaarden uit de Wet milieubeheer. De emissiefactoren zijn gepubliceerd op Rijksoverheid.nl.

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil