Aanhoudingsbesluit Wet geurhinder en veehouderij

Aanhoudingsbesluit Wet geurhinder en veehouderij

Geur en veehouderijen

Inhoud pagina: Aanhoudingsbesluit Wet geurhinder en veehouderij

Door middel van een aanhoudingsbesluit kan de gemeenteraad de behandeling van vergunningaanvragen van veehouderijen tijdelijk uitstellen. Het is bedoeld om ongewenste ontwikkelingen van veehouderijen tijdens het voorbereiden van een verordening te voorkomen. Het aanhoudingsbesluit is een besluit op basis van artikel 7 van de Wet geurhinder en veehouderij. U kunt een model voor een aanhoudingsbesluit downloaden van deze webpagina.

Model aanhoudingsbesluit

Als basis voor een aanhoudingsbesluit, kunt u gebruik maken van bijgaand model aanhoudingsbesluit Wgv (versie 2006 12 18).doc (28 Kb). Zie ook de bijbehorende legenda.

Waarom een aanhoudingsbesluit?

Het aanhoudingsbesluit biedt de gemeente de mogelijkheid om vergunningaanvragen van veehouderijen tijdelijk aan te houden. Hiermee is te voorkomen dat veehouderijen ontwikkelingsmogelijkheden op ongewenste locaties gaan benutten. Gedacht kan worden aan ontwikkeling van veehouderijen in verwevingsgebieden en landbouwontwikkelingsgebieden of nabij dorpskernen en recreatieve voorzieningen.

Bij de afweging om al dan niet een aanhoudingsbesluit te nemen, zijn de volgende aspecten van belang:

  • Op grond van het aanhoudingsbesluit worden vergunningaanvragen van (een groep van) veehouderijbedrijven tijdelijk niet behandeld. Deze veehouderijbedrijven kunnen zich voor de werkingsduur van het aanhoudingsbesluit niet ontwikkelen.
  • Andere bedrijven, recreatie, woningbouwprojecten of andere initiatieven kunnen wel ontwikkelen. Uiteraard moeten deze ontwikkelingen wel passen binnen de Wet geurhinder en veehouderij ('omgekeerde werking'). Dergelijke ontwikkelingen zijn mogelijk ten nadele van de veehouderij of een landbouwontwikkelingsgebied.
  • Nadeel kan zijn dat gewenste ontwikkelingen in het kader van de reconstructie ook worden geblokkeerd. In dit verband kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het aanhoudingsbesluit (zie ook reikwijdte). Overwogen kan worden om de vergunningaanvragen van bedrijven die voldoen aan standstil wel te behandelen. Dit biedt veehouderijbedrijven met een IPPC-omvang de mogelijkheid om aan de eisen van 30 oktober 2007 te voldoen (toepassen van beste beschikbare technieken voor bestaande stallen). Ook zou een landbouwontwikkelingsgebied van het aanhoudingsbesluit kunnen worden uitgezonderd. Het risico bestaat dan wel dat grote uitbreidingen of nieuw vestigingen de gewenste invulling van het landbouwontwikkelingsgebied doorkruisen.
  • De gemeente kan besluiten het aanhoudingsbesluit voor het hele grondgebied te nemen en (nog) geen uitzonderingen op te nemen. Na het besluit kan met een quick scan (zie de handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij) worden onderzocht of het opstellen van een gebiedsvisie noodzakelijk is en voor welke delen van de gemeente dit geldt. Indien uit de quick scan blijkt dat het opstellen van een gebiedvisie niet nodig is, dan kan het aanhoudingsbesluit weer worden ingetrokken (zie Werkingsduur). Wanneer blijkt dat wel een gebiedsvisie nodig is, dan kan alsnog worden bezien of het mogelijk is om uitzonderingen op het aanhoudingsbesluit te formuleren en deze in een wijzigingsbesluit op te nemen.

In verband met het voorgaande, zijn in het model aanhoudingsbesluit mogelijke redenen voor het nemen van een aanhoudingsbesluit opgenomen.

Wanneer een aanhoudingsbesluit?

U kunt overwegen om zo snel mogelijk na inwerkingtreding van de Wet geurhinder en veehouderij een aanhoudingsbesluit te nemen. Hiermee voorkomt u dat er een (te) grote periode ontstaat tussen het van kracht worden van de Wet geurhinder veehouderij en het aanhoudingsbesluit. Deze periode kan namelijk door veehouders worden benut voor ontwikkelingen op ongewenste locaties.

  • Vergunningaanvragen van veehouderijen die binnenkomen op het moment dat de Wet geurhinder en veehouderij van kracht is maar voordat de gemeenteraad een aanhoudingsbesluit heeft aangenomen, moeten op grond van de Wet geurhinder en veehouderij behandeld worden en getoetst aan de wettelijke normen voor de geurbelasting. Dit betekent dat een aanhoudingsbesluit geen terugwerkende kracht kan hebben. In verband met rechtszekerheid van de aanvrager van een vergunning mag hij er op vertrouwen dat regels niet achteraf nadelig voor hem worden uitgelegd.

Ook kan worden overwogen om een aanhoudingsbesluit te nemen vooruitlopend op het in werking treden van de Wet geurhinder en veehouderij. De wet is immers al gepubliceerd in de Staatscourant (2006, nr. 531) en staat besluitvorming over een aanhoudingsbesluit in beginsel niet in de weg (anticiperende besluitvorming is ook gebruikelijk bij ruimtelijke plannen). Daarvoor kan onderstaande tekst in het besluit worden opgenomen.

  • Dit besluit treedt in werking op het moment van het van kracht worden van de Wet geurhinder en veehouderij.

Toelichting: Een gemeenteraad kan in december besluiten over het aanhoudingsbesluit. Het aanhoudingsbesluit mag in werking treden op hetzelfde moment dat de wet in werking treedt (hoeft dus niet perse direct volgend op het moment van inwerkingtreding - zoals in het concept van dit ontwerpbesluit was opgenomen).

Reikwijdte

Het besluit kan betrekking hebben op het hele grondgebied van de gemeente of op een deel van haar grondgebied. De keuze is aan de gemeente om het gebied te bepalen. De Wet geurhinder en veehouderij schrijft in deze niets voor. Gezien de bedoeling van de wetgever met het aanhoudingsbesluit, wordt aanbevolen om de gebiedsaanwijzing te beperken tot die (deel)gebieden waar ontwikkelingen van veehouderijen en andere functies bij elkaar komen. Dit is bijvoorbeeld het geval nabij woonkernen, voorgenomen dorpsontwikkeling of recreatieprojecten.

Aangeraden wordt om het betreffende gebied waarop het aanhoudingsbesluit van toepassing is vast te leggen op kaart(en) (artikel 1). Dit geeft de grootst mogelijke duidelijkheid voor betrokkenen.

Gezien de bedoeling van de wetgever om te voorkomen dat een gebied minder geschikt wordt voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen, kan de gemeente overwegen uitzonderingen op te nemen (artikel 3). Deze uitzonderingen hebben betrekking op de ontwikkelingen die men juist door zou willen laten gaan. In de legenda zijn twee voorbeelden gegeven (reconstructie en standstil). Dit is geen limitatieve lijst van mogelijke uitzonderingen. Het staat de gemeente vrij hier zelf uitzonderingen te bepalen.

Werkingsduur

Het aanhoudingsbesluit bevriest de vergunningverlening Wet milieubeheer aan veehouderijen in beginsel voor een periode één jaar. Binnen één jaar moet de ontwerpverordening voor het bepalen van andere waarden en afstanden aan de gemeenteraad zijn aangeboden. Anders vervalt het aanhoudingsbesluit.

De genoemde periode van een jaar is de maximale werkingsduur van het aanhoudingsbesluit. De gemeente kan ten allen tijde besluiten het aanhoudingsbesluit in te trekken. De Wgv regelt in ieder geval dat het besluit vervalt zodra de bedoelde verordening voor het hanteren van andere waarden voor de geurbelasting door de gemeenteraad is aangenomen en in werking is getreden.

Ook kan de gemeente besluiten het aanhoudingsbesluit (deels) in te trekken zodra blijkt dat er geen noodzaak is voor het hanteren van andere dan de wettelijke normen. Het opstellen van een gebiedsvisie en verordening voor het gemeentelijk geurhinderbeleid is in dit geval niet nodig. Dit kan onder andere worden geconstateerd na het uitvoeren van een quik scan voor de gebiedsvisie (zie de handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij en de gebruikershandleiding bij V-Stacks gebied).

  • In verband met het voorgaande staat in de overwegingen van dit modle voor een aanhoudingsbesluit dat de gemeente "laat onderzoeken of een noodzaak bestaat voor het hanteren van andere waarden en afstanden voor de geurbelasting op basis van de Wet geurhinder en veehouderij, binnen de in de wet vastgelegde bandbreedte". Dit onderzoek kan worden uitgevoerd met de hiervoor aangehaalde quick scan en kan leiden tot de constatering dat een gebeidsvisie niet nodig is.

Procedureel

Het aanhoudingsbesluit is vergelijkbaar met een voorbereidingsbesluit voor ruimtelijke plannen op basis van de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO). Voor het komen tot een aanhoudingsbesluit zijn in de Wet geurhinder en veehouderij geen procedurele eisen opgenomen. Om anticipatie te voorkomen, zal geen ruime bekendheid aan de totstandkoming van het aanhoudingsbesluit worden gegeven. Het is gebruikelijk (vergelijk WRO voorbereidingsbesluit) dat het college van burgemeester en wethouders een voorstel indient bij de raad. Een (raads)adviescommissie wordt gewoonlijk niet geraadpleegd (dit is de reden dat in punt 3 van de legenda bij dit ontwerpbesluit "eventuele (raads)adviescommissie" is vermeld).

Is het aanhoudingsbesluit eenmaal genomen, dan moeten enkele procedurele stappen worden doorlopen. Deze worden genoemd in artikel 7 lid 4 van de Wgv.

  • De terinzagelegging vindt plaats conform artikel 3:42 Awb
    De bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze..
  • Aanvullend is in artikel 7 lid 4 van de Wgv bepaald dat mededeling langs elektronische weg wordt gedaan.

Artikel 12 van de Wgv zorgt er voor dat geen beroep kan worden ingesteld tegen het aanhoudingsbesluit.

Voor meer inhoudelijke informatie zie artikel 7 van de Wet geurhinder en veehouderij en de Memorie van Toelichting.

 

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil