Afstandcriterium vergunningplichtige tuinbouwbedrijven
Glastuinbouw
Inhoud pagina: Afstandcriterium vergunningplichtige tuinbouwbedrijven
De Raad van State heeft uitspraken gedaan met btrekking tot bestrijdingsmiddelen en afstand tussen vergunningplichtige glastuinbouwbedrijven en woningen van derden.
Een glastuinbouwbedrijf kan meldingsplichtig zijn op grond van het besluit glastuinbouw. Hierin is opgenomen dat bedrijven de volgende afstand moeten aanhouden ten opzichte van een woning van derden (cat.II):
- 25 meter voor nieuwe bedrijven
- 10 meter voor bestaande bedrijven
Bedrijven die niet aan deze afstandcriteria voldoen zijn vergunningplichtig. De afstandcriteria zijn overeenkomstig die in het reeds ingetrokken besluit bedekte teelt milieubeheer. De afstand die in geval van vergunningverlening dient te worden aangehouden tot aan woningen van derden, wordt mede bepaald door het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen.
TNO rapporten
Op grond van het rapport "Emissies van gewasbeschermingsmiddelen uit kassen naar de buitenlucht " (TNO-Milieu en Energie, rapport nr IMW-R92/304, van 10 september 1992) werd een minimale afstand van 25 meter aanbevolen.
Later is in 1996 het rapport "Risico's van landbouwbestrijdings-middelen door luchtemissies uit de glastuinbouw" (TNO en Centrum voor Milieukunde van de Rijksuniversiteit Leiden, rapport nrs TNO-MEP-R96/313a/CML rapport 133, 1996) verschenen. Op grond van dit rapport heeft het gemeente Naaldwijk vergunning verleend voor een bedrijf gelegen op minder dan 10 meter afstand tot aan woningen van derden.
De Raad van State is echter van oordeel dat de effecten van het bestrijdingsmiddel bij meermalig gebruik, de gevolgen op de mens en de verspreiding in kassenconcentratiegebieden in dit rapport niet afdoende zijn onderzocht. Daarbij maakt het eerdere rapport van september 1992 wel duidelijk dat de gevolgen oor het milieu ernstig zijn. Hierin werd een minimale afstand van 25 meter aanbevolen.
Hieruit volgt dat vergunningverlening voor bedrijven op minder dan 10 meter van woningen van derden, niet zorgvuldig kan worden gemotiveerd met het onderzoek uit 1996 (ABRvS, 23 juli 1999, nr. E03.95.1762, Naaldwijk).
Volgens een andere uitspraak geldt dit ook voor nieuwe bedrijven die zijn gelegen op minder dan 25 meter tot aaneengesloten woonbebouwing (ABRvS, 23 juli 1999 nr. E03.95.1764, Naaldwijk).
Voorzieningen
Uit de uitspraak van ABRvS van 23 juli 1999, nr. E03.95.0587 Pijnacker, blijkt echter dat het mogelijk is voorzieningen te eisen ten aanzien van gewasbescherming zodat vergunningverlening tot de mogelijkheden behoort. De afstand dient echter wel gebaseerd te worden op zorgvuldig onderzoek en motivering.
In deze zaak was een voorschrift opgenomen waarin was bepaald dat tot een afstand van 30 meter van een woonhuis van derden geen bestrijdingsmiddelen met een dampdruk van 10 mPa mogen worden gebruikt en bestrijdingsmiddelen met een dampdruk tussen 0,01 en 10 mPa in dit gebied niet mogen worden verspoten met behulp van LVM (Low Volume Mist, fijne verneveling)-apparatuur.
Blijkens het rapport van TNO uit 1992, bedraagt de lengte van de lijwervel voor een kas maximaal 25 meter. Binnen die afstand treedt er volgens het rapport geen verdunning op van de concentratie bestrijdingsmiddelen die buiten de kas komen. Volgens de afdeling betekent dit, dat een afstandseis van meer dan 25 meter niet kan worden gebaseerd op het TNO-rapport. Op basis van de afstand heeft de afdeling het voorschrift vernietigd.

