Overgangsrecht voor tuinbouwbedrijven die witlof dan wel eetbare paddestoelen telen

Overgangsrecht voor tuinbouwbedrijven die witlof dan wel eetbare paddestoelen telen

Glastuinbouw

Inhoud pagina: Overgangsrecht voor tuinbouwbedrijven die witlof dan wel eetbare paddestoelen telen

Voor champignon- en witloftrekbedrijven was in de periode van 1 april 2002 tot 6 december 2006 juridisch gezien overgangsrecht van toepassing. Tot het Besluit Landbouw milieubeheer op 6 december 2006 in werking trad, vielen deze bedrijven nog onder de bepalingen van het officieel reeds ‘ingetrokken’ Besluit tuinbouwbedrijven bedekte teelt milieubeheer.

Het Besluit tuinbouwbedrijven met bedekte teelt milieubeheer (Besluit tuinbouwbedrijven) betrof alle teelt onder opstallen. In eerste instantie viel de teelt van witlof en eetbare paddestoelen, die voldeden aan een aantal criteria, dan ook onder het Besluit tuinbouwbedrijven.

Op 1 april 2002 trad het Besluit glastuinbouw (Stb 2002, nr. 109) in werking. In artikel 19, eerste lid van dat besluit staat dat het Besluit tuinbouwbedrijven met bedekte teelt milieubeheer is ingetrokken. Voor champignon- en witloftrekbedrijven bleven de bepalingen uit dat ingetrokken besluit van kracht. Dat was juridisch geregeld in artikel 19, tweede lid van het Besluit glastuinbouw.

Op grond van het Besluit glastuinbouw vielen tuinbouwbedrijven die witlof of eetbare paddestoelen telen, niet meer onder de definitie van glastuinbouwbedrijf. Dit blijkt uit artikel 2a van het Besluit glastuinbouw. En hoewel in artikel 19, eerste lid het oude besluit werd ingetrokken, stond in het tweede lid dat de bepalingen van het Besluit tuinbouwbedrijven van toepassing bleven op (de op 1 april 2002 reeds bestaande) inrichtingen die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor het in opstallen telen van eetbare paddestoelen of witlof. Voor deze teelten was het Besluit tuinbouwbedrijven dus nog niet ingetrokken! (zie download voor de originele tekst van dit besluit)

Uit de toelichting van het Besluit glastuinbouw (zie pagina 74 en 75 Stb 2002, nr. 109) bleek dat op deze manier een overgangsrecht was gecreëerd voor dit type tuinbouwbedrijf. Inrichtingen die witlof en of eetbare paddestoelen telen zouden later onder de werkingssfeer worden gebracht van het Besluit Landbouwbedrijven milieubeheer.

De bedoeling van de wetgever was duidelijk. Het probleem was echter dat in artikel 19b staat dat dit alleen geldt voor bedrijven die onder een permanente opstand van glas of kunststof witlof of eetbare paddestoelen telen. Dit is niet hetzelfde als de term "teelt onder opstallen", zoals was opgenomen in het artikel 1, eerst lid van het Besluit tuinbouwbedrijven. Zowel witlof als eetbare paddestoelen worden echter vrijwel altijd geteeld in geconditioneerde ruimtes (bijvoorbeeld schuren, loodsen of grotten), niet zijnde permanente opstallen van glas of kunststof. Vrijwel alle bedrijven bleken vergunningplichtig. Dit is aangepast via een wijziging van het Besluit glastuinbouw (Stb 2005, nr. 707) en op 5 juli 2006 in werking getreden. Alle bedrijven die voor de inwerkingtreding van het Besluit glastuinbouw (1 april 2002), voornamelijk of in hoofdzaak witlof of eetbare paddestoelen in opstallen (bijvoorbeeld schuren, loodsen, kelders of grotten) telen, vielen daardoor onder het Besluit tuinbouwbedrijven, tot voor deze bedrijven definitief iets anders geregeld was. Inmiddels vallen deze bedrijven onder het Besluit landbouw.

Bedrijven waren reeds vergunningplichtig als ze na 1 april 2002 overstapten op, of starten met het voornamelijk of in hoofdzaak telen van eetbare paddestoelen of witlof. Dit bleek uit de toelichting van het Besluit glastuinbouw (pagina 153). Of deze vergunningen van rechtswege zijn vervallen nu het Besluit landbouw in werking is getreden, hangt af van de reikwijdte van het Besluit en de activiteiten van het bedrijf.

Bestanden

kas

Zie ook

 

Kenniscentrum InfoMil