Gedogen, in welke gevallen is het toegestaan?

Home > Onderwerpen > Landbouw, tuinbouw > Juridisch en veehouderijen > Juridisch en veehouderijen overzicht > Gedogen, in welke gevallen is het toegestaan?

Gedogen, in welke gevallen is het toegestaan?

Juridisch en veehouderijen

Inhoud pagina: Gedogen, in welke gevallen is het toegestaan?

Vraag

In welke gevallen is gedogen toegestaan?

Antwoord

Uitgangspunt is dat regels, en dus ook milieuregels, dienen te worden gehandhaafd. Dit is vanwege het algemeen belang dat gediend is met handhaven. Het gedogen van overtredingen is slechts in uitzonderingssituaties acceptabel.

Absoluut onacceptabel is het stilzwijgend of passief gedogen. De illegale situatie is in dit geval aan geen enkele regel of voorschrift gebonden, hetgeen uit een oogpunt van de bescherming van het milieu, maar met name ook uit een oogpunt van derden (bescherming) onaanvaardbaar is.

Voor uitdrukkelijk gedogen (dat wil zeggen gedogen nadat een gedoogbeschikking is genomen) kan in uitzonderingssituaties plaats zijn. Die uitzonderingssituaties kunnen zijn:

  1. overmachts- en
  2. overgangssituaties
  3. onevenredigheid

1. Overmacht

Er is sprake van een overmachtssituatie als strikte naleving van de wettelijke regels leidt tot ongewenste milieugevolgen. In zo'n geval moet men juist om het milieu te beschermen overtreding van de wet toestaan. Denk bijvoorbeeld aan een tijdelijke storing bij een afvalverwerkingsbedrijf, waardoor bij de toeleveranciers meer afval wordt opgeslagen of langer wordt opgeslagen dan is toegestaan in de vergunning.

2. Overgang

Bij overgangssituaties gaat het om situaties, waarin vooruitlopend op legalisatie wordt gedoogd. Legalisatie kan bijvoorbeeld het binnen afzienbare termijn het verlenen van de omgevingsvergunning zijn. Gedogen kan dan alleen wanneer met het verlenen van de vergunning de overtreding direct ongedaan wordt gemaakt. De overtreder moet dus niet eerst nog een feitelijke aanpassing doen, om aan de te verlenen vergunning te voldoen. De nieuwe vergunning moet toezien op de feitelijk geconstateerde situatie. Dit komt terug in diverse (agrarische) uitspraken van de Raad van State, zoals nr. 200807263/1 van 6 november 2008 (Scherpenzeel),  nr. 200805185/1 van 15 augustus 2008 (Etten-Leur) en nr. 200805217/1 van 27 augustus 2008 (Groesbeek).

Ook moet zeker zijn dat bij het verlenen van de vergunning die tot legalisatie dient, de voorschriften niet tot grondslagverlating leiden. Zie nr. 200705406/1 van 20 augustus 2008 (Overijssel).

Om er als bevoegd gezag zeker van te zijn dat er een vergunning verleend kan worden zal er eerst een aanvraag ingediend moeten worden. De aanvraag voor de omgevingsvergunning moet zien op de al aanwezige activiteiten. Wanneer de aanvraag niet is ingediend kan niet worden afgezien van handhaving. Zie bijvoorbeeld uitspraak nr 200802993/1 van 5 november 2008 (Weststellingwerf).

3. Onevenredigheid

Ook onevenredigheid kan een reden voor het bevoegd gezag zijn om te gedogen. Wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot het milieubelang, kan van optreden in een concrete situatie worden afgezien. Dit is echter zeer casusafhankelijk.

Bijvoorbeeld: 200805947/1 van 2 september 2008 (VROM) en nr. 200502074/1 van 18 januari 2006 (Utrecht)

Voor een beschrijving van andere situaties waarin expliciet gedogen kan worden overwogen, wordt verwezen naar het Gezamenlijk Beleidskader (TK 1991-1992, 22 343, nr. 2). In de bijlage bij het Gezamenlijk beleidskader staat ondermeer genoemd: Overtreding van regels terwijl hogere regelgeving of wijziging van regelgeving in voorbereiding is waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat deze de in de overtreden regels gestelde eisen op korte termijn zal versoepelen: hierdoor kan de handhaving van strengere regels minder geloofwaardig zijn.

Aan de gedoogbeschikking dienen voorschriften te worden verbonden die de schade aan het milieu zoveel mogelijk beperken. Voorts dient in de gedoogbeschikking een termijn te zijn opgenomen; deze termijn moet zo kort mogelijk zijn.

Een gedoogbeschikking mag niet de vorm hebben van een voorwaardelijke sanctiebeslissing; immers, handhavingsbevoegdheden strekken juist tot het beëindigen van een illegale situatie terwijl dit bij gedogen niet het geval is.

In een uitspraak van de ABRvS van 16 februari 2000, nr. E03.97.0465 heeft de Afdeling bepaald dat voor de beoordeling van de voorwaarden waaronder wordt gedoogd niet zonder meer dezelfde criteria gelden als voor de beoordeling van aan een vergunning verbonden voorschriften. Het gaat bij gedogen immers om een activiteit die niet is toegestaan. Dit brengt met zich mee dat de voorwaarden waaronder wordt gedoogd met enige terughoudendheid moeten worden getoetst.

Zie ook de Nota: Gedogen in Nederland, kamerstukken nr. 25085 nr 2.

agrarisch

Zie ook

 

Kenniscentrum InfoMil