Stellen voorschriften - verlaten grondslag aanvraag
Inhoud pagina: Stellen voorschriften - verlaten grondslag aanvraag
Vraag
Wanneer wordt de grondslag van de aanvraag verlaten? Kun je als bevoegd gezag wel voorschriften stellen?
Antwoord
De aanvraag
De aanvraag is bepalend voor hetgeen kan worden vergund. Indien een aanvraag om een vergunning wordt gedaan, kan het bevoegde gezag hieraan voorschriften verbinden (artikel 2.22 Wabo).
Het bevoegde gezag kan ook aan bestaande vergunningen (extra) voorschriften verbinden op grond van artikel 2.31 Wabo of de vergunning gedeeltelijk intrekken (artikel 2.33 Wabo), bijvoorbeeld bij het verlenen van een revisievergunning, zie vraag 'Intrekken van de vergunning'.
De grondslag van de aanvraag kan worden verlaten als er teveel dieren worden geweigerd, of als er te verstrekkende voorzieningen worden opgelegd. Uit jurisprudentie blijkt dat dit per geval moet worden bekeken of de grondslag van de aanvraag wordt verlaten, waarbij alle relevante omstandigheden en feiten een rol spelen.
Minder dieren vergunnen dan aangevraagd
In ABRvS, 200100435/1, 5 juni 2002, Hulst, Nieuwsbrief StAB 2002/54, geeft de Afdeling een handvat om te beoordelen hoeveel dieren mogen worden geweigerd:
"Daartoe overweegt zij dat de vraag of bij vergunningverleningvoor een kleiner veebestand dan is aangevraagd de grondslag van de aanvraag al dan niet is verlaten, van geval tot geval moet worden beantwoord aan de hand van de daarbij zich voordoende feiten en omstandigheden. De verhouding tussen het aantal dieren waarvoor vergunning kan worden verleend en het aantal aangevraagde dieren kan weliswaar een belangrijke aanwijzing vormen bij het beantwoorden van de vraag, maar daarnaast kunnen ook andere feiten en omstandigheden relevant zijn."
Het weigeren van tweederde deel van het aangevraagde veebestand is niet toegestaan.
In ABRvS, 200503221/1, 9 juli 2005,Gelderland, geeft de Afdeling aan dat de mate waarin van de aanvraag wordt afgeweken bepalend is voor de vraag of de grondslag van de aanvraag wordt verlaten en niet de aanvaardbaarheid en de levensvatbaarheid van het bedrijf dat zou ontstaan indien slechts een deel van het aangevraagde veebestand wordt vergund. Uit het stelsel van de Wet milieubeheer volgt dat het bevoegde gezag dient te beslissen op de aanvraag zoals die is ingediend. Nu hier een substantieel deel, te weten tweederde deel, van het aangevraagde veebestand is geweigerd, ontstaat een andere inrichting dan is aangevraagd en is hiermee de grondslag van de aanvraag verlaten.
Uit jurisprudentie lijkt afgeleid te kunnen worden dat meer dan de helft van het aantal dieren kan worden geweigerd, mits de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Als er teveel dieren worden geweigerd, zou de grondslag van de aanvraag verlaten worden - in dat geval zou de vergunning in zijn geheel moeten worden geweigerd.
De Afdeling was beduidend soepeler in twee uitspraken. Het weigeren van beduidend meer dan de helft van het aantal aangevraagde dieren werd daarin wel toegestaan!
In ABRvS, E03.95.0422, 30 maart 1999, Steenbergen, M&R 1999/66, was vergunning aangevraagd voor 6720 varkens en verleend voor 2800 varkens. De Afdeling beschouwde dit niet als het verlaten van de grondslag van de aanvraag.
In ABRvS, E03.98.0130, 14 januari 2000, Dongeradeel, Nieuwsbrief StAB2000/K6, was iets soortgelijks het geval. Vergunning was verleend voor 175 geiten, 6 koeien en 10 schapen en geweigerd voor 200 geiten. Dit werd ook toegestaan, nu volgens de vergunninghouder nog kon worden gesproken van een volwaardig bedrijf en hij geen bedenkingen had ingediend tegen het ontwerpbesluit.
Streng was de Afdeling in ABRvS, E03.96.1439, 6 april 1998, Roosendaal en Nispen. De vergunning was verleend voor 1650 vleesvarkens en 16 paarden, en geweigerd voor 1250 vleesvarkens. De Afdeling accepteerde dit niet- de grondslag van de aanvraag werd verlaten door minder dan de helft van het aantal dieren te vergunnen.
Het weigeren van eenderde deel van het aantal mestvarkeneenheden en drievierde deel van de ammoniakemissie is ook niet toegestaan. Dit blijkt uit ABRvS, 200502807/1, 2 november 2005. Hierin merkt de Afdeling ook nog op dat de mate waarin van de aanvraag wordt afgeweken bepalend is voor de vraag of de grondslag van de aanvraag wordt verlaten en niet de aanvaardbaarheid en levensvatbaarheid van het bedrijf dat zou ontstaan als slechts een deel van het aangevraagde veebestand wordt vergund.
Het vergunnen van ANDERE dieren dan zijn aangevraagd is niet mogelijk zonder de grondslag van de aanvraag te verlaten. Zie ABRvS, 200300268/1, 30 juli 2003, Heeze-Leende.
Voorschrijven voorzieningen
Ook het voorschrijven van voorzieningen kan leiden tot het verlaten van de grondslag van de aanvraag. Een emissie-arme stal voorschrijven terwijl een traditionele stal is aangevraagd, mag niet, zie ABRvS, 200200722/1 18 september 2002 Boxmeer, ABRvS G05.93.2826 3 mei 1996 Goes (Vermandebundel D-3/19), en ABRvS 200506034/1 8 maart 2006 Someren.
Ook met het voorschrijven van het plaatsen van luchtwassers zou de grondslag van de aanvraag worden verlaten. Dit neemt echter niet weg dat verweerder ook onderzoek dient te doen naar de relevante feiten. Er had ook onderzocht moeten worden of alternatieve maatregelen konden worden getroffen. (ABRvS, 200504184/1, 23 november 2005).
Voorschrijven dat het gehele ventilatiesysteem moet worden aangepast, mag evenmin. De voorgeschreven maatregelen waren te ingrijpend, mede gelet op de hiermee gemoeide financiële investeringen, ABRvS, 200103392/2, 6 maart 2002, Heythuysen, Nieuwsbrief StAB2002-3/K25, AB2002-32/274.
Indien de voorgeschreven aanpassingen aan het stalsysteem niet ingrijpend van aard zijn, wordt de grondslag van de aanvraag bij het voorschrijven van een ander stalsysteem niet verlaten. Het op verzoek van vergunninghoudster voorschrijven van het Groen Label stalsysteem BB 97.07.056V2 in plaats van BB 93.06.010, mocht. De wijziging bestond uit een aanpassing van de mestkanalen, door de betonroosters deels te vervangen door metalen driekantroosters en de in de mestkanalen geplaatste spoelgoten werden vervangen door schuine wanden. Zie ABRvS, 200409025/1, 22 juni 2005, Noord-Brabant.
Een ander voorbeeld van het stellen een voorschrift waarbij de grondslag niet werd verlaten is de uitspraak van de ABRvS 200804178 , 3 juni 2009, Ede. Als voorschrift werd bepaald dat de gevels van de stallen die binnen een straal van 50 meter van de gevel van de woning liggen, luchtdicht moeten worden afgesloten. De deuren die zich binnen deze straal bevinden dienen kierdicht te zijn uitgevoerd en mogen alleen worden geopend voor het onmiddellijk doorlaten van personen, dieren of goederen.
Bij geur kan de oplossing voor te korte afstanden liggen in het verplaatsen van het emissiepunt. In het algemeen oordeelt de Afdeling dat dit kan worden voorgeschreven, zeker als het emissiepunt deel blijft uitmaken van de stal.
Bijvoorbeeld ABRvS, 200200280/1, 31 juli 2002, Ede; ABRvS, 200100953/1 en 2, 20 juli 2001, Uden, M&R2001-9/178K; ABRvS, 200001167/1, 26 maart 2001, Heteren / Overbetuwe, AgriSelect 2001-5/3.4.
Voorschrijven van andere locatie
Het voorschrijven van een andere locatie voor de bouw van een stal, zodat deze buiten de zone van 250 meter rond een kwetsbaar gebied zal komen te liggen, is niet toegestaan. Hiermee wordt de grondslag van de aanvraag verlaten, zie ABRvS, 200400240/1, 16-6-2004, Ameland.
Milieu en Recht
Agriselect (nieuwsbrief voor overheid en bedrijf)

