Hoofdstuk 1 Bijzondere bepalingen voor Projecten

Home > Onderwerpen > Ruimte > Crisis- en herstelwet > Hoofdstuk 1 Bijzondere bepalingen voor Projecten

Hoofdstuk 1 Bijzondere bepalingen voor Projecten

Crisis- en herstelwet

Inhoud pagina: Hoofdstuk 1 Bijzondere bepalingen voor Projecten

In hoofdstuk 1 gaat het vooral om het tijdelijk stroomlijnen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Dit hoofdstuk bevat 4 afdelingen:

 

Afdeling 1. Bijzondere bepalingen voor projecten

In afdeling 1 is vastgelegd voor welke projecten deze aanpassingen gelden. In afdeling twee tot en met vier worden deze aanpassingen uitgewerkt.

Afdeling 2. Procedures

in afdeling 2 worden op een aantal punten de procedures voor projecten aangepast. Het gaat om de volgende onderwerpen:

  • Voorbereiding besluiten (paragraaf 2.1)
    Er geldt nu ook een vergewisplicht van bevoegd gezag op zorgvuldigheid van niet wettelijk verplicht deskundigenonderzoek (art. 1.3)
  • Beperking beroepsrecht (paragraaf 2.2)
    Een decentrale overheid (als belanghebbende) kan geen beroep instellen tegen een besluit dat niet is gericht tot die decentrale overeid (art. 1.4). 
  • Passeren gebreken (paragraaf 2.3)
    Naast de al bestaande mogelijkheid om formele gebreken te passeren, kunnen nu in (hoger) beroep ook (kleine) materiële gebreken passeren. Voorwaarde is wel dat aannemelijk is dat belanghebbenden daardoor niet worden benadeeld (art. 1.5)
  • Beroep en hoger beroep (paragraaf 2.4)
    - Versnelde behandeling van (hoger) beroep (art. 1.6 en art. 1.7)
    - Geen mogelijkheid pro-forma beroep (art. 1.6 lid 2 en art. 1.6a)
    - Termijnen bij prejudiciële vragen (art. 1.8)
    - Verplichte toepassing van het relativiteitsbeginsel (art. 1.9) (NB. In een recente uitspraak van de Raad van State (RvS. 201006426/1/R2, d.d. 19 januari 2011) wordt in onderdeel 2.4 inhoudelijk ingegaan op het het relativiteitsbeginsel).
  • Na vernietiging (paragraaf 2.5)
    Een nieuw besluit na vernietiging (of na een tussenuitspraak) kan gebaseerd worden op de feiten waarop het oude besluit berustte, behalve wanneer die feiten reden waren voor de vernietiging (art. 1.10)

Deze tijdelijke stroomlijning van procedures geldt (art. 1.1 lid 1) voor : 

NB. In art. 11 Besluit uitvoering Chw zijn de volgende verplichtingen (voor besluiten die onder afdeling 2 vallen) voorgeschreven:

  • bij het besluit en de bekendmaking of mededeling van het besluit wordt vermeld dat deze afdeling van toepassing is
  • indien tegen het besluit beroep openstaat, wordt bij het besluit en de bekendmaking van het besluit dat de beroepsgronden in het beroepschrift worden opgenomen en dat deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld.

Afdeling 3. Milieueffectrapportage

In afdeling 3 wordt de m.e.r.-procedure voor een milieueffectrapport  (op basis van art. 7.2 Wm) bij een besluit op twee punten vereenvoudigd (art. 1.11 lid 1):

  • geen verplichte beschrijving alternatieven (art. 7.23 Wm, voor zover dat regels stelt over alternatieven voor de voorgenomen activiteit, niet van toepassing);
  • geen verplichte advisering van de Commissie voor de milieueffectrapportage (art. 7.32 lid 5 Wm niet van toepassing).

Daarnaast is er op 1 januari 2012 een tweede lid toegevoegd aan artikel 1.11, lid 2 Chw):

  • Indien door degene die de betreffende activiteit wil ondernemen, ten behoeve van de voorbereiding van het besluit waarvoor op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer een milieueffectrapport wordt gemaakt, onderzoek is verricht naar de gevolgen voor het milieu die alternatieven van de voorgenomen activiteit kunnen hebben, bevat dat milieueffectrapport een schets van de voornaamste alternatieven die zijn onderzocht en van de mogelijke gevolgen voor het milieu daarvan, met een motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven.

Deze vereenvoudiging van de merprocedure geldt (art. 1.1 lid 2) alleen voor:

Afdeling 4. Lex silencio positivo

Tot slot wordt in afdeling 4 de Lex silencio positivo geïntroduceerd. Dit houdt in dat als het bestuursorgaan niet binnen de wettelijke termijn op een aanvraag voor een vergunning beslist, deze van rechtswege wordt verleend (art. 1.12).

Deze aanpassing geldt voor aanvragen om een vergunning die wordt genoemd in bijlage III van deze wet (tot nu toe is dat alleen de aanlegvergunning op grond van art. 3.16 Wro).

De Chw is vaker van toepassing dan u denkt. Hier vindt u informatie over de relaties tussen de Crisis- en herstelwet en de omgevingsvergunning.

In bijlage I Chw worden een aantal categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd. Voor alle besluiten, die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van dergelijke projecten is afdeling 2, Hoofdstuk 1 Chw van toepassing.

In bijlage II Chw worden een aantal ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd. Voor alle besluiten, die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van dergelijke projecten geldt afdeling 2, hoofdstuk 1Chw en afdeling 3, hoofdstuk 1 Chw.

Hier vindt u Vragen en antwoorden die te maken hebben met Hoofdstuk 1 Chw.

leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil