Afdeling 1 Ontwikkelingsgebieden
Crisis- en herstelwet
Inhoud pagina: Afdeling 1 Ontwikkelingsgebieden
Ruimtelijke ordening en milieuregelgeving kunnen op gespannen voet met elkaar staan. Met afdeling 1. Ontwikkelingsgebieden van de Crisis- en herstelwet (Chw) wordt de mogelijkheid geboden om in aangewezen gebieden flexibeler om te gaan met de beschikbare milieuruimte. Dit heeft als doel om bijvoorbeeld ruimte te creëren voor nieuwe bedrijven of voor nieuwe functies zoals wonen.
U vindt hier informatie over:
Wettelijke bepalingen
Binnen de wettelijke bepalingen is er de volgende onderverdeling:
- Aanwijzing middels amvb
- Gebiedsontwikkelingsplan
- Procedure vaststelling gebiedsontwikkelingsplan
- Besluiten vereist voor uitvoering gebiedsontwikkelingsplan
- Procedurele aspecten betreffende besluiten in de uitvoeringsfase
- Provinciaal gebiedsontwikkelingsplan
Aanwijzing, nadere regels en afwijken van wetten middels amvb
Per amvb kunnen gebieden worden aangewezen worden als ontwikkelingsgebied (art. 2.2 lid 1). Deze aanwijzing duurt voor de termijn van 10 jaar en binnen die termijn kunnen de mogelijkheden uit afdeling 1 door de gemeente worden gebruikt.
Er zijn voorwaarden waaraan een gebied moet voldoen om aangewezen te worden als een gebiedsontwikkelingsgebied:
- het moet gaan om een bestaand stedelijk gebied of een bestaand bedrijventerrein;
- er moet sprake zijn van het versterken van de duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling.
Gebiedsontwikkelingsplan
Voor een ontwikkelingsgebied stelt de gemeenteraad een gebiedsontwikkelingsplan vast, dat deel uitmaakt van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan en het exploitatieplan worden overeenkomstig met het gebiedontwikkelingsplan gewijzigd en worden tegelijkertijd met het gebiedsontwikkelingsplan vastgesteld. Het gebiedsontwikkelingsplan is gericht op een optimalisering van de milieugebruiksruimte met het oog op het versterken van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van dat gebied in samenhang met het tot stand brengen van een goede milieukwaliteit (art. 2.3 lid 1).
Een gebiedsontwikkelingsplan bevat (art. 2.3 lid 2):
- de vanwege het optimaliseren van de milieugebruiksruimte door de gemeenteraad voorgenomen projecten in het ontwikkelingsgebied
- de voorgenomen maatregelen en werken in het gebied ten behoeve van een goede milieukwaliteit
- de in het gebied noodzakelijke maatregelen en werken ter compensatie van het beslag op milieugebruiksruimte door de in het gebiedsontwikkelingsplan voorziene ruimtelijke ontwikkelingen
- zo nodig een fasering en koppeling bij de tenuitvoerlegging van de in de onderdelen a, b en c bedoelde projecten, maatregelen en werken
- een raming van de kosten van uitvoering van het gebiedsontwikkelingsplan, een beschrijving van de wijze waarop daarin zal worden voorzien, en een beschrijving van de wijze waarop het bereiken van de met het gebiedsontwikkelingsplan beoogde resultaten zal worden nagestreefd
- een overzicht van de tijdstippen waarop aan de gemeenteraad een rapportage zal worden uitgebracht over de voortgang en de uitvoering van de in de onderdelen a, b en c bedoelde projecten, maatregelen en werken, die op verzoek tevens wordt verstrekt aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld, zo nodig per aangewezen gebied als bedoeld in art. 2.2 lid 1, over de wijze waarop de optimalisering van de milieugebruiksruimte plaats kan vinden (art. 2.3 lid).
Procedure vaststelling gebiedsontwikkelingsplan
Voor de voorbereiding van het ontwikkelingsplan is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing (art. 2.3 lid 3). Tegen een gebiedsontwikkelingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan, het exploitatieplan en het gebiedsontwikkelingsplan worden voor de behandeling en uitspraak op het beroep aangemerkt als één besluit (art. 2.3 lid 4).
NB. Afdeling 2 (Procedures) van Hoofdstuk 1 Chw is hier ook van toepassing (art. 1.1 lid 1 onder b). Zie voor meer informatie hierover: Afdeling 2 Procedures.
Besluiten vereist voor uitvoering gebiedsontwikkelingsplan
Voor de uitvoering van maatregelen of werken die in het ontwikkelingsplan genoemd zijn, is in een aantal gevallen nog verdere besluitvorming nodig. Op basis van art. 2.3 lid 5 krijgen burgemeester en wethouders de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van een aantal wetten. Daarnaast krijgen zij de bevoegdheid om af te wijken van bij amvb expliciet aangegeven bepalingen van die wetten. Het gaat hierbij om de volgende wetten:
- de Flora- en faunawet;
- de Natuurbeschermingswet 1998;
- de Ontgrondingenwet;
- de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het betreft een omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in art 2.1 lid 1 onder e van die wet;
- de Wet ammoniak en veehouderij
- de Wet bodembescherming;
- de Wet geluidhinder, met dien verstande dat die afwijking niet leidt tot een geluidsbelasting binnen een woning met gesloten ramen, die hoger is dan 33 dB;
- de Wet geurhinder en veehouderij;
- de Wet inzake de luchtverontreiniging;
- de Wet milieubeheer met uitzondering van art. 5.2b en titel 5.2,
Op dit moment zijn per amvb nog geen specifieke bepalingen van deze wetten aangewezen, waarvan burgemeester en wethouders kunnen afwijken in dit verband.
Aan deze bevoegdheden zijn de volgende voorwaarden verbonden:
- met inachtneming van desbetreffende bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie, dat besluit nemen;
- het gebiedsontwikkelingsplan waarin de maatregel of werken zijn opgenomen is onherroepelijk geworden;
- na vaststelling van het plan uiterlijk na tien jaar alsnog wordt voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde milieukwaliteitsnormen. Indien er na deze periode niet wordt voldaan aan een milieukwaliteitsnorm geven burgemeester en wethouders aan op welke wijze alsnog aan die norm zal worden voldaan;
- niet meer afwijken dan, indien bij amvb regels zijn gesteld over de maximale afwijking van een milieukwaliteitsnorm, de vastgestelde maximale afwijking.
De gemeente draagt zorg voor het uitvoeren van de maatregelen of werken, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, binnen een in het plan te noemen termijn (art. 2.3 lid 10).
Procedurele aspecten betreffende besluiten in de uitvoeringsfase
In art. 2.3 lid 5 wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bepaalde besluiten te nemen. In de CHW zijn geen procedurele aspecten betreffende deze besluiten opgenomen. Dus geldt voor deze besluiten de procedurele bepalingen van de betreffende moederwetgeving, waarop elk van besluiten is gegrond.
NB. Hoofdstuk 1 afdeling 2 (Procedures) is op deze besluiten ook van toepassing (art. 1.1 lid 1).
Bij amvb kunnen categorieën besluiten vastgesteld worden waarvoor burgemeester en wethouders geen besluit op basis van art. 2.3 lid 5 mag nemen alvorens het oorspronkelijke bevoegd gezag een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Er zijn op dit moment nog geen categorieën besluiten aangewezen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen nodig is.
In art. 2.3 lid 1 t/m 9 zijn al wel enkele procedure voorschriften betreffende een verklaring van geen bezwaar opgenomen.
Werken opgenomen in het gebiedsontwikkelingsplan worden aangemerkt als openbare werken van algemeen nut in de zin van de Belemmeringenwet Privaatrecht (art. 2.3 lid 11). Indien voor de uitvoering van werken uit het ontwikkelingsplan toepassing van de belemmeringenwet Privaatrecht noodzakelijk is, zijn in art. 2.3 lid 12 afwijkende procedurestappen opgenomen.
Voor zover een besluit ter uitvoering van een ontwikkelingsplan zijn grondslag vindt in dat plan, kunnen de gronden in beroep daarop geen betrekking hebben (art. 2.3 lid 13).
Provinciaal gebiedsontwikkelingsplan
Indien voor een ontwikkelingsgebied een provinciaal inpassingsplan op grond van art. 3.26 Wro wordt vastgesteld, stellen, in afwijking van artikel 2.3,lid 1 Chw, voor dat gebied provinciale staten een gebiedsontwikkelingsplan vast (art. 2.3a lid 1). De bevoegdheden van de provinciale staten en gedeputeerde staten zijn identiek geregeld als voor de gemeenteraad en burgemeester en wethouders (art. 2.3a lid 2).
Wijze van aanmelden
U kunt via de helpdesk CHW (helpdesk.CHW@agentschapnl.nl) contact opnemen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu en verzoeken om een gebied per amvb te laten aanwijzen als ontwikkelingsgebied. Er zijn geen formele indieningsvereisen.
- Aangewezen ontwikkelingsgebieden
Hier vindt u achtergrondinformatie over de op grond van artikel 2.2, lid 1 Chw aangewezen of nog aan te wijzen ontwikkelingsgebieden.

