Ontheffing van de m.e.r.-plicht

Ontheffing van de m.e.r.-plicht

Milieueffectrapportage

Inhoud pagina: Ontheffing van de m.e.r.-plicht

Alleen in uitzonderlijke gevallen vanwege algemeen belang

In art. 7.21 Wm is voor zeer uitzonderlijke gevallen een mogelijkheid tot ontheffing van de m.e.r.-plicht opgenomen. Ontheffing is alleen mogelijk als “het algemeen belang het onverwijld ondernemen van de activiteit waarop het besluit betrekking heeft dat noodzakelijk maakt”. Bijvoorbeeld in gevallen waarbij de openbare veiligheid of de volksgezondheid in het geding zijn als een activiteit niet met spoed wordt uitgevoerd.

Alleen voor besluiten, niet voor plannen

Ontheffing van de m.e.r.-plicht is alleen mogelijk voor besluiten die m.e.r.-plichtig zijn op grond van het Besluit m.e.r. of op grond van de provinciale milieuverordening (zie definitie van het besluit voor een toelichting). Ontheffing is niet mogelijk voor plannen die m.e.r.-plichtig zijn op grond van het Besluit m.e.r. of de provinciale milieuverordening (zie definitie van het plan voor een toelichting) of vanwege een verplichte passende beoordeling.

Ontheffing door bevoegd gezag op verzoek initiatiefnemer

Ontheffing kan worden verleend door het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de voorbereiding dan wel vaststelling van het m.e.r.-plichtige besluit, het bevoegd gezag, op verzoek van degene die de m.e.r.-plichtige activiteit wil ondernemen, de zogenoemde initiatiefnemer. De initiatiefnemer kan een andere overheidinstantie zijn of een private partij, maar het bevoegd gezag kan ook zelf de initiatiefnemer zijn.

Procedure ontheffing

Bij een ontheffingsverzoek wordt een korte procedure doorlopen:

  1. De initiatiefnemer stelt een verzoek om ontheffing op en dient dit in bij het bevoegd gezag. Dit verzoek bevat in ieder geval een uitwerking van de volgende onderwerpen inclusief eventuele stukken waar naar wordt verwezen:
    1. een beschrijving van de voorgenomen activiteit;
    2. een beschrijving van de omstandigheden waaronder de activiteit wordt uitgevoerd;
    3. de reden voor het verzoek;
    4. een aanduiding van de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
  2. Uiterlijk negen weken na ontvangst van het verzoek neemt het bevoegd gezag een beslissing hierover. Tegelijk met de bekendmaking hiervan aan de initiatiefnemer wordt mededeling gedaan aan de Minister van IenM, LNV en OCW.
  3. Uiterlijk twee weken na de bekendmaking van de beslissing volgt een kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen en in de Staatscourant. Ook wordt de beslissing ter inzage gelegd, waarbij in kennisgeving de plaats en het tijdsstip worden vermeld.

Bezwaar en beroep

Tegen een beslissing over een ontheffingsverzoek is alleen bezwaar- of beroep mogelijk als deze beslissing de belanghebbende, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in zijn belang treft. Verder staat er tegen een beslissing over een ontheffingsverzoek geen direct bezwaar en beroep open. Mocht u als belanghebbende, anders dan de initiatiefnemer, het niet eens zijn met de gevolgde procedure, dan kunt u bezwaar of beroep indienen bij het besluit in het kader waarvan het ontheffingsverzoek plaats vond.

Modernisering m.e.r. 1 juli 2010

Bij de modernisering van m.e.r. op 1 juli 2010 zijn ook wijzigingen in het ontheffingenstelsel doorgevoerd. Op de webpagina Modernisering m.e.r. 1 juli 2010 vindt u informatie over het overgangsrecht en op de verschillen tussen de oude en nieuwe regelgeving.

leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil