Besluit m.e.r. wijzigt door uitspraak Europees Hof
Milieueffectrapportage
Inhoud pagina: Besluit m.e.r. wijzigt door uitspraak Europees Hof
Het Besluit M.e.r. wordt aangepast. Het Hof van Justitie van de EU heeft op 15 oktober 2009 bepaald dat Nederland de Europese mer-richtlijn op een onderdeel onjuist heeft geïmplementeerd. Het ontwerpbesluit M.e.r. is in de Staatscourant verschenen van 16 juni (2010-9086) gepubliceerd , de inwerkingtreding volgt waarschijnlijk in het voorjaar van 2011.
Het arrest van het Hof
Het Hof van Justitie van de EU heeft op 15 oktober 2009 bepaald dat Nederland de richtlijn op een onderdeel onjuist heeft geïmplementeerd (Zaak Commissie/Nederland, C-255/08). Volgens het Besluit mer hoeft voor activiteiten die onder de drempel uit onderdeel D van de bijlage vallen geen merbeoordeling te worden uitgevoerd.
Het Hof oordeelt dat Nederland ten onrechte drempels heeft vastgesteld die alleen rekening houden met de omvang van projecten en niet met andere relevante criteria uit bijlage III de richtlijn (met name de kenmerken en de plaats van het project). Voor de projecten onder de drempel heeft Nederland volgens het Hof niet aangetoond dat ze geen aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben, terwijl de richtlijn dat wel eist. Nederland heeft hiermee de grenzen overschreden van de beoordelingsmarge waarover het beschikt krachtens de artikelen 2, lid 1, en 4, lid 2, van de richtlijn.
Consequenties voor de regelgeving
Het Besluit mer wordt zo snel mogelijk aangepast om de regelgeving in overeenstemming met de richtlijn te brengen. Naar verwachting zal het ontwerpbesluit in mei 2010 aan de Eerste en Tweede Kamer worden aangeboden en worden gepubliceerd in de Staatscourant. De inwerkingtreding wordt uiterlijk in het voorjaar van 2011 voorzien.
Doorwerking van het arrest in de praktijk
Totdat de nieuwe regelgeving in werking treedt, moet rekening worden gehouden met het arrest van het Hof. De overheid moet namelijk op grond van de beginselen van voorrang van het Europese recht en de gemeenschapstrouw al het mogelijke doen om het nuttig effect van het de richtlijn te verwezenlijken.
Dit betekent bijvoorbeeld, dat wanneer iemand het bevoegd gezag om een merbeoordeling verzoekt, terwijl de activiteit onder de drempel van de D-lijst van het Besluit mer valt, het bevoegd gezag aan dit verzoek moet voldoen als dit uit de richtlijn volgt. Ook zal de rechter in voorkomend geval toetsen of voor een activiteit op grond van de richtlijn een merbeoordeling had moeten worden gemaakt, ondanks het feit dat de activiteit onder de drempel van het Besluit mer valt. (zie ook bijvoorbeeld de zaken 200809273/1/M2 van 16 december 2009 en 200902344/1/H1 en 200902348/1/H1 van 13 januari 2010, waarin de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een beroep op de richtlijn wegens het ontbreken van een mer(beoordeling) heeft getoetst.)
Het bevoegd gezag kan op de volgende manier aan het bovenstaande tegemoet komen. In het kader van de zorgvuldige voorbereiding en de motivering van een besluit, kan een doorgaans korte en eenvoudige merbeoordeling worden uitgevoerd voor activiteiten die een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben en op de D-lijst van het Besluit mer onder de drempel vallen. Hiervoor is meer aanleiding naarmate de activiteit dicht tegen de drempel aan zit, plaats vindt in de nabijheid van een gevoelig gebied en/of er sprake is van cumulatie met andere projecten.
Kort gezegd komt het erop neer, dat bezien moet worden of een project aanzienlijke milieueffecten kan hebben, waarbij naast de drempels, ook de omstandigheden ter plaatse worden betrokken. Mocht dit aanleiding geven tot de conclusie dat een milieubeoordeling nodig is, dan kan desgewenst contact worden opgenomen met Infomil (Ministerie van VROM) voor nadere informatie.
De vraag wanneer een merbeoordeling op grond van de richtlijn aan de orde kan zijn, is slechts in abstracto te beantwoorden. De vraag speelt alleen bij activiteiten die op bijlage II van de richtlijn staan en die op de D-lijst van het Besluit mer onder de drempelwaarden vallen, maar toch wegens hun aard of ligging, een aanzienlijk milieueffect kunnen hebben. Dit gelet op o.a.:
- de kenmerken van de projecten,
waarbij in het bijzonder in overweging moet worden genomen de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder alsmede het risico van ongevallen; - de plaats van de projecten,
waarbij rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de geografische gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, door in het bijzonder het bestaande grondgebruik en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu in overweging te nemen, - de kenmerken van het potentiële effect,
met name met betrekking tot het geografisch gebied en grootte van de bevolking.
Verdere informatie
VROM en het Kenniscentrum Europa decentraal. In het dossier Milieu op de website van Europa decentraal is meer informatie te vinden over richtlijn conforme toepassing en directe werking van Europese milieurichtlijnen.

