1.4 Maatregelen
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 1.4 Maatregelen
Bij ruimtelijke plannen is het aan te bevelen om al in een vroeg stadium het aspect geluid in de planvorming te betrekken. Door een slimme situering van bepaalde bestemmingen (bijvoorbeeld kantoren) langs drukke wegen, kan door de afschermende werking voor andere geluidsgevoelige bestemmingen een goed akoestisch woon- en leefklimaat gecreëerd worden. In relatief kleine plannen is deze benadering vaak niet mogelijk.
Maatregelen ter bestrijding van geluidshinder kunnen geordend worden op basis van het in paragraaf 1.2 geïntroduceerde model in:
- bronmaatregelen
- maatregelen in de overdrachtssfeer
- maatregelen bij de ontvanger.
Vooral bij de motivering voor de hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) wordt deze indeling gebruikt.
Bronmaatregelen
Beperking van de productie van geluid heeft altijd de voorkeur. Bij weg- en railverkeer bestaat dit bijvoorbeeld uit geluidsbeperking door aanpassingen in het ontwerp van de (spoor)weg (stil wegdek, raildempers of snelheidsbeperking).
Bij industrielawaai regelen de voorschriften in de omgevingsvergunning voor vergunningplichtige inrichtingen de emissie van het geluid. Het bevoegd gezag kan niet zonder meer beperkingen opleggen aan een bedrijf dat voldoet aan de geluidsvoorschriften binnen de vigerende vergunning. Wel kan geluidsnormering worden aangepast als na onderzoek blijkt dat de daadwerkelijke geluidsproductie van een bedrijf minder is dan waarmee bij vergunningverlening rekening is gehouden. Dit geldt ook voor een bedrijf dat onder de algemene regels van een 8.40-amvb valt. Via maatwerkvoorschriften kunnen dan lagere geluidsnormen voorgeschreven worden. In beide gevallen kunnen geluidsgevoelige bestemmingen in een kortere afstand tot een bedrijf gerealiseerd worden.
Maatregelen in de overdrachtssfeer
Wanneer het niet mogelijk is om een geluidsbron en een geluidsgevoelige bestemming ruimtelijk te scheiden en ook bronmaatregelen geen oplossing bieden kan afscherming een oplossing zijn. Concrete maatregelen kunnen onder andere zijn:
- het plaatsen van geluidsschermen/geluidswallen
- afschermende bebouwing door middel van (bedrijf)gebouwen
- verdiepte ligging van (spoor)wegen.
Maatregelen bij de ontvanger
Deze maatregelen bestaan uit het aanbrengen van (extra) geluidsisolatie aan de gevel van de geluidsgevoelige bestemming. In het kader van de Wgh is onderzoek hiernaar vereist wanneer de geluidbelasting op de gevel hoger is dan de voorkeursgrenswaarde.
Naast gevelmaatregelen is het mogelijk bij de bouw van een woning rekening te houden met de ligging van geluidsgevoelige ruimten ten opzichte van de geluidsbron. De meest geluidsgevoelige ruimten (woonkamer, slaapkamer) moeten dan zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde van de woning worden gerealiseerd.

