11.3.2 Wet-en regelgeving

11.3.2 Wet-en regelgeving

Ruimtelijke ordening en milieu

Inhoud pagina: 11.3.2 Wet-en regelgeving

Naast eerder genoemde stukken waarin beleid is geformuleerd, worden de verantwoordelijkheden en bevoegdheden over water vastgelegd in wetgeving. De Waterwet, per 22 december 2009 van kracht is geworden, heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van deze wetgeving. Daarnaast heeft het Nationaal Waterplan (NWP), waarvan de eerste versie tegelijk met de Waterwet is verschenen, een formele rol in de ruimtelijke ordening. ia de Wro, de functie van structuurvisie in de ruimtelijke ordening. Het eerste Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening en is opgesteld voor de planperiode 2009-2015.

Waterwet

De Waterwet heeft tot gevolg dat de waterschappen nu worden belast met het kwantitatieve grondwaterbeheer; een taak die voorheen op grond van de Gww bij de provincies lag. Het grondwaterkwaliteitsbeheer blijft een taak voor een aantal grote gemeenten en de provincies op grond van de Wet Bodembescherming. Waterschappen verzorgen nu dus de vergunningverlening voor grondwateronttrekkingen. De provincie blijft echter bevoegd gezag voor een aantal specifieke categorieën en de daarmee verband houdende infiltraties (zie artikel 6.4 Waterwet).

Direct hieraan gerelateerd zijn de grondwaterbeschermingsgebieden en regels ter bescherming hiervan, die in een Provinciale milieuverordening (Pmv) worden vastgelegd. In de Pmv’s zijn over het algemeen ook kaarten opgenomen waarop de grondwaterbeschermingsgebieden van de provincie nauwkeurig zijn aangegeven. Provincies gaan verschillend om met grondwaterbeschermingsgebieden. Sommige provincies leggen het primaat van de bescherming van de grondwaterbeschermingsgebieden bij de ruimtelijke ordening. In het bestemmingsplan moet onderscheid gemaakt worden in de 25-jaars-beschermingszone en het waterwingebied. Deze gebieden moeten een bestemming krijgen die voorrang geeft aan de bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de drinkwaterwinning. In andere provincies heeft het milieubeleid het voortouw. Via de provinciale milieuverordening worden regels gesteld en uitgevoerd. In het bestemmingsplan hoeft dan geen aparte regeling te worden opgenomen. Wel is het raadzaam altijd de 1-en 25-jaars beschermingszones op de bestemmingsplankaart aan te geven. In die gebieden zijn er strengere beschermingsniveaus waardoor niet alle activiteiten zondermeer zijn toe te laten

Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr)

Ook deze wet is, voor wat betreft de 'water' gerelateerde onderwerpen, opgegaan in de Waterwet. De Wbr had tot doel het stellen van regels ter verzekering van het doelmatig en veilig gebruik van waterstaatswerken in beheer bij het Rijk. Ze stelde dat het verboden is zonder vergunning van de Minister van Verkeer en Waterstaat gebruik te maken van een waterstaatswerk anders dan waartoe het bestemd is. Deze bepalingen zijn vrijwel ongewijzigd ovegenomen in de Waterwet.

De Wbr is niet ingetrokken, omdat hiermee ook bepaalde zaken in verband met rijkswegen wordt geregeld. Dat deel is in stand gebleven. 

Wet op de ruimtelijke ordening (Wro)

Binnen de nieuwe Wro wordt een nationaal of regionaal waterplan aangemerkt als een structuurvisie krachtens de Wro. Dat betekent dat ter verwezenlijking van het (ruimtelijke) waterbeleid tevens de bevoegdheden krachtens de Wro kunnen worden ingezet.

 

leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil