11.4 Maatregelen

11.4 Maatregelen

Ruimtelijke ordening en milieu

Inhoud pagina: 11.4 Maatregelen

Een bestemmingsplan legt ruimteclaims en functies vast en bevat bijbehorende gebruiksbepalingen. Dat geldt ook voor het onderdeel water. Op de plankaarten en in de bijbehorende planvoorschriften wordt zonodig een nadere typering van water aangegeven. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt onderbouwd hoe tot de ligging en typering van het water is gekomen. Zo ontstaat de vereiste waterparagraaf. Daarbij moet altijd de ruimtelijke relevantie in het oog gehouden worden. Aspecten als inrichting, beheer en waterkwaliteit worden doorgaans niet in een bestemmingsplan vastgelegd, maar daar moet wel rekening mee worden gehouden. Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven.

Algemeen

Een bestemmingsplangebied is geen eiland, maar maakt deel uit van een groter geheel: een omgeving waarin rekening gehouden moet worden met waterkwaliteit en waterbeheer. Schommelingen in het waterpeil buiten een bestemmingsplangebied kunnen grote invloed hebben op de functies binnen het plangebied (bijvoorbeeld verdroging). Het omgekeerde kan ook het geval zijn. De wisselwerking tussen functies levert mogelijkheden en beperkingen op, zowel binnen de bestemmingsplanzone als daarbuiten. Ogenschijnlijk goed te combineren functies kunnen in praktijk conflicteren. Zo kan de recreatiefunctie (strand met zwemgelegenheid) in conflict zijn met  de bergingsfunctie (fluctuerend peil). Dit laatste laat namelijk een onaantrekkelijk strand na (slib en vegetatie).

Conflicten kunnen ook optreden op het punt van het beheer (binnen één bestemming). Gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest op sportvelden (bestemming ‘recreatie’) kunnen via grondwater of afwatering in een daarnaast geplande recreatieplas terecht komen.

Het is dus belangrijk bij het vaststellen van functies rekening te houden met mogelijke conflicten, ook als de kans op een bepaald functiegebruik zeer gering is (bijvoorbeeld een functie als noodoverloopgebied bij een frequentie van één keer per 1.250 jaar). De eerder genoemde Handreikingen (zie onder ‘watertoets’) vormen bij dit alles een goede leidraad en een bruikbaar hulpmiddel voor het opstellen van ruimtelijke plannen. Er wordt aandacht besteed aan:

  • waterkeringen
  • waterretentie en –infiltratie
  • uiterwaarden, overstromingsvlakten en buitendijkse gebieden
  • watergangen
  • waterwerken en directe omgeving
  • natte ecologische verbindingszones
  • cultuurhistorische waarden
  • grondwaterbeschermingsgebieden
  • afvalwater

Specifiek

Waterketen
Voor afvalwater kan het type afvalwatersysteem in een bestemmingsplan worden aangegeven. Een gescheiden stelsel wordt vrijwel altijd als uitgangspunt genomen waarbij tegelijkertijd aan de buffering van het regenwater binnen het gebied moet worden gedacht. Een verbinding tussen oppervlakte- en rioolwater moet voorkomen worden (riooloverstorten). Daarnaast moet met bestaande overstorten rekening worden gehouden (scheiden en gescheiden houden van verschillende kwaliteiten water).

Watersysteem
Met betrekking tot oppervlaktewater kan worden gedacht aan maatregelen als:

  • flexibel peilbeheer ten behoeve van het volgen van de grondwaterfluctuatie of berging van verzameld regenwater
  • vergroten van wateroppervlak voor berging van verzameld regenwater (open water opnemen in plangebied)
  • behoud van gebiedseigen water.

Voor de bescherming en ontwikkeling van ecologische waarden is het van groot belang om voor de stedenbouwkundige plannen het watersysteem als uitgangspunt te hanteren. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de aanleg van ecologische oevers en plasbermen en het terugbrengen van meanders in beeksystemen worden bevorderd. Natte ecologische verbindingen kunnen worden veiliggesteld of ontwikkeld.

Voorbeelden hoe dit kan worden geregeld in een bestemmingsplan (uit: Het bestemmingsplan als instrument voor duurzame stedenbouw):

  • ruimtereserveringen voor bijvoorbeeld het watersysteem (inclusief onderhoudspaden) vastleggen op de plankaart en in de voorschriften
  • opnemen in de voorschriften van een verbod op bouwen beneden een bepaald peil, afgeleid van het plaatselijke grondwaterpeil
  • minimum bergingscapaciteit, infiltratiezones en waterdoorvoer voor een gesloten watersysteem op de plankaart en/of in de voorschriften vastleggen (globaal plan: minimum oppervlakken voorschrijven, gedetailleerd plan: waterpartijen tevens aangeven op de kaart)
  • op de plankaart en in voorschriften groenvoorziening en infiltratiezones bestemmen en infiltratiezones opnemen in het dwarsprofiel van wegen (plus functie afwatering)
  • via een aanlegvergunningenstelsel infiltratie zeker stellen door het verbieden van aanleg van een drainagestelsel, verbreden van sloten, dempen van greppels, wadi's etcetera
  • beperking van verharding in een gedetailleerd plan: opnemen op kaart, in dwarsprofiel of percentage verharding in gebruiksvoorschriften (knelpunt is handhaving bij particuliere eigendommen)

Grondwaterbeschermingsgebieden
In grondwaterbeschermingsgebieden zijn activiteiten, die grote risico’s opleveren voor de drinkwaterwinning niet acceptabel en worden daarom geweerd of aan strenge milieueisen onderworpen.

Onder dergelijke activiteiten worden in ieder geval verstaan:

  • de ontwikkeling van grootschalige woonlocaties
  • de aanleg van bedrijventerreinen/bedrijfsvestigingen
  • verblijfsrecreatieve terreinen
  • concentraties van dagrecreatie
  • infrastructurele werken ten behoeve van genoemde ingrepen.

Ook andere activiteiten kunnen leiden tot vergroting van het risico voor de drinkwaterwinning. Denk hierbij aan: rioolwaterzuiveringsinstallaties, grootschalige c.q. intensieve veehouderij, bloembollenteelt, glastuinbouw en champignonteelt. In de directe omgeving van de winputten (het zogenaamde waterwingebied) is het belang van de waterwinning zo evident, dat het projecteren van andere bestemmingen (anders dan voor de waterwinning) niet aanvaardbaar is. Het uitbreiden van reeds aanwezige bebouwing moet worden voorkomen, dan wel tot het uiterste worden beperkt. Opheffing van ongewenste functies dient de hoogste prioriteit te krijgen. De provinciale milieuverordening (Pmv) is hierin een belangrijk instrument. Zie ook Waterwet.

leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil