11.5 Bestemmingsplan
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 11.5 Bestemmingsplan
Een bestemmingsplan legt ruimteclaims en functies vast en bevat bijbehorende gebruiksbepalingen. Dat geldt ook voor het onderdeel water. Op grond van Stroomgebiedsbeheersplannen worden ook ruimteclaims gelegd. Tevens speelt het onderdeel waterveiligheid een grote rol bij het afwegen van ruimteclaims. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening' wordt een ruimtelijke afweging gemaakt. Het resultaat van deze ruimtelijke afweging met motivatie en juridische regeling is terug te vinden in het bestemmingsplan.
Wat moet?
In artikel 3.6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat in de toelichting op een bestemmingsplan wordt beschreven hoe in een plan wordt omgegaan met de waterhuishouding. In het bestemmingsplan moet een verantwoording komen te staan hoe het onderwerp water is verwerkt in het bestemmingsplan. Het is verplicht om in het bestemmingsplan de watertoets op te nemen. Het proces van de Watertoets is terug te vinden in het Handboek Stroomlijnen toetsen (Watertoets).
In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat bij het opstellen van het bestemmingsplan overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. Bij voorkeur in de initiatieffase.
De toelichting bevat een paragraaf waarin het waterbeleid van de diverse waterbeheerders en overheden staat beschreven. Daarbij moet aangegeven worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het waterbeleid.
In de planregels en op de verbeelding van een bestemmingsplan dient het aanwezige en/of beoogde watersysteem zoveel mogelijk positief te worden bestemd en zonodig worden beschermd. In de planregels en de verbeelding dienen onder andere de volgende watergerelateerde zaken te worden opgenomen:
- Waterkeringen (bijvoorbeeld dijken) en beschermingszones;
- Hoofdwatergangen;
- Grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden;
- Waterbergingsgebieden.
Wat kan?
In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) is bepaald hoe water kan worden opgenomen op de verbeelding. Over het algemeen krijgt water, zoals rivieren, meren en waterlopen de bestemming ‘Water'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor water, waterbeheer, oevers, bermen en dergelijke. Een andere mogelijkheid is dat water is terug te vinden binnen een andere bestemming, bijvoorbeeld ‘Agrarisch', ‘Groen' of ‘Verkeer'. De gronden zijn dan bestemd voor agrarisch, water, waterlopen en dergelijke. In een bestemmingsplan kan met toepassing van artikel 3.3 Wro een vergunningstelsel opgenomen worden voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden om bijvoorbeeld watergangen te beschermen. Voor het uitvoeren van de aangegeven werken of werkzaamheden is dan een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist.
Een belangrijk aspect van de waterhuishouding is de waarborg van de waterveiligheid en de bescherming tegen wateroverlast. Met name voor de bescherming van waterkeringen en waterbergingsgebieden is het sterk aan te bevelen dat beide worden geborgd in het bestemmingsplan. Waterkeringen en beschermingszones zijn daarom vaak geregeld via een dubbelbestemming. Dit wil zeggen dat de gronden naast een ‘gewone' functie, zoals wonen, tevens bestemd zijn voor ‘Waterstaat'. De dubbelbestemming voorziet dan in de borging van het waterbelang. Bij het opnemen van de dubbelbestemming kan een rangorde worden bepaald. Zo kan geregeld worden dat de dubbelbestemming ‘Waterstaat' voor de daarmee samenvallende bestemmingen gaat. Hiermee wordt het belang van waterveiligheid en bescherming tegen wateroverlast gewaarborgd.
In de Gemeentelijke Rioleringsplannen (GRP) staan vaak maatregelen opgenomen, zoals wadi's, infiltratiekelders en dergelijke. Deze voorzieningen bevinden zich vaak ondergronds en vallen vaak samen met groenvoorzieningen of terreinverhardingen. Om deze voorzieningen expliciet toe te staan, is het mogelijke om hiervoor functie-aanduidingen op te nemen binnen de bestemming.
Verder zijn er speciale gebiedsaanduidingen opgenomen in het SVBP voor waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden. Binnen deze gebieden gelden vaak extra beperkingen om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt als waterwingebied. Dit wordt geregeld in de provinciale milieuverordening.
Tot slot is het mogelijk om in de planregels flexibiliteitsbepalingen op te nemen ten dienste van het watersysteem. Het kan van belang zijn om in een bestemmingsplan regels op te nemen voor toekomstige aanpassingen van wateren en/of waterhuishoudkundige voorzieningen. Zo kan bijvoorbeeld via een wijzigingsbevoegdheid een waterbergingsgebied mogelijk gemaakt worden.
Wat kan niet?
Het is niet mogelijk om een bestemmingsplan vast te stellen, waarin geen aandacht is besteed aan het aspect Water - gelet op het bepaalde in artikel 3.6.1 van het Bro.
Over het algemeen geldt dat de regels in een bestemmingsplan ruimtelijke relevantie moeten bezitten. Om deze reden is het veelal niet mogelijk om waterkwaliteitseisen te stellen via het bestemmingsplan. Waterkwaliteit wordt geregeld via de Stroomgebiedbeheersplannen. Hiervoor is de waterbeheerder verantwoordelijk.
Daarnaast regelt het bestemmingsplan bepaalde zaken niet, omdat deze elders zijn geregeld, zoals watergerelateerde vergunningen. Voorbeelden van watergerelateerde vergunning zijn de Keurvergunning en de Watervergunning. Dergelijke vergunningen moeten afzonderlijk van het bestemmingsplan worden geregeld.

