12.2 Toelichting

12.2 Toelichting

Ruimtelijke ordening en milieu

Inhoud pagina: 12.2 Toelichting

Natuur en landschap staan in Nederland sterk onder druk. De natuurkwaliteit, gemeten als de karakteristieke soortensamenstelling van de natuurgebieden in Nederland, is sinds 1900 met ruim 50% afgenomen (ten opzichte van een relatief ongestoorde situatie). Ongeveer een kwart van de vogelsoorten neemt in aantal af en voor de Habitatrichtlijnsoorten is dat op dit moment circa 50%. Een aantal bedreigde planten- en diersoorten staat op zogenaamde Rode lijsten. Van deze soorten blijkt inmiddels ongeveer een kwart ernstig in zijn voortbestaan bedreigd dan wel uit ons land verdwenen (17 soorten). Niet alle soorten nemen in aantal af. Zo neemt het aantal struweelvogels toe als gevolg van het bebost raken van moerassen (waardoor de rietvogels overigens weer in aantallen teruglopen). Ook nemen warmteminnende soorten toe in aantal en diversiteit als gevolg van de klimaatveranderingen. Per saldo staat de biodiversiteit echter sterk onder druk. De belangrijkste oorzaak van deze ongunstige ontwikkelingen moet steeds gevonden worden in een voortdurende achteruitgang van de kwaliteit van de leefgebieden.

Belangrijke ontwikkelingen waaraan deze achteruitgang kan worden toegeschreven zijn bijvoorbeeld:

  • verstedelijking, verblijfsrecreatie en infrastructuur
    De voortgaande verstedelijking draagt ertoe bij, dat leefgebieden voor flora en fauna in beslag worden genomen of onder druk komen te staan. Hetzelfde geldt voor ontwikkelingen in de verblijfsrecreatie. Daarbij kunnen ook neveneffecten optreden als versnippering van natuur, barrièrewerking en rustverstoring. Deze effecten treden ook op als gevolg van voortgaande verdichting en verzwaring van de verkeersinfrastructuur.
  • intensieve vormen landbouw
    De emissies uit de intensieve landbouw in de vorm van ammoniak, nitraten en fosfaten hebben een sterke negatieve invloed op de biodiversiteit. De huidige stikstofdepositie op veel natuurgebieden (met name op de zandgronden in het oosten en zuiden van Nederland) is hoger dan de kritische depositie. Hierdoor is een duurzame instandhouding niet gegarandeerd. Ongeveer 50% van deze depositie bestaat uit ammoniak, afkomstig uit de landbouw. Het gevolg van deze vermesting is, dat algemene soorten steeds algemener worden. De overige soorten worden steeds zeldzamer of verdwijnen en sterven uit. Natuurterreinen verruigen door het massaal optreden van stikstofminnende soorten (heideterreinen vergrassen en bosgebieden verbramen). Uit- en afspoelende meststoffen in de vorm van nitraten en fosfaten belasten het grond-en oppervlaktewater en leiden ook daar tot een afname van de biodiversiteit. De soortenarme intensief gebruikte landbouwgronden vormen bovendien nog een vaak onoverkomelijke barrière tussen natuurgebieden.
  • verdroging
    Grote delen van de Nederlandse natuur zijn onderhevig aan verdroging als gevolg van ontwatering ten behoeve van intensieve vormen van landbouw, stedelijke ontwikkelingen en de drinkwaterwinning. Een achteruitgang van soorten die gebonden zijn aan vochtige biotopen, zoals moeras- en weidevogels, is het logische gevolg. 

Het beleid tracht verbetering in deze situatie te brengen door het ontwikkelen van samenhangende natuurgebieden, waardoor planten en dieren nieuwe leefgebieden kunnen bereiken: de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De realisering ervan loopt echter achter op schema. Bij het opnieuw inrichten van het rivierengebied (Ruimte voor de Rivier) en de regionale watersystemen staat de veiligheid voorop. Tegelijkertijd ontstaan er belangrijke kansen voor natuurontwikkeling. Om die kansen optimaal te benutten moeten natuur-, water- en ruimtelijke ordeningsbeleid goed op elkaar worden afgestemd.

Uit het bovenstaande blijkt dat ruimtelijke ontwikkelingen een grote impact hebben op de kwaliteit van de natuur in Nederland. Andersom kunnen ecologische waarden een grote impact hebben op ruimtelijke ontwikkelingen. Dat is de afgelopen jaren gebleken. De kamsalamander, zandhagedis, knoflookpad en de das hebben invloed op de ontwikkeling van bedrijventerreinen, nieuwbouwwijken en recreatievoorzieningen. Soms heeft dat geleid tot het stopzetten van deze ontwikkelingen, in andere gevallen tot vergaande compenserende maatregelen.

De voortgaande verstedelijking bedreigt niet alleen de natuur, maar ook grote delen van het Nederlandse landschap. Vooral in open landschappen kan verstedelijking door horizonvervuiling de beleving van grote gebieden nadelig beïnvloeden. De groene ruimte raakt versnipperd tot kleine eenheden, omringd door nieuwbouwwijken, bedrijventerreinen en infrastructuur. Gebieden met bijzondere landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden zijn kwetsbaar en over het algemeen zeer gevoelig voor ruimtelijke ingrepen. Daarbij kan gedacht worden aan elementen, die op de werelderfgoedlijst staan van de Unesco, elementen die in de Nota Belvedère zijn opgenomen en de Nationale- en Provinciale landschappen.

Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid gebieden en elementen te beschermen tegen functies en activiteiten die de ecologische en landschappelijke waarden van zo’n gebied of element kunnen aantasten. Daarnaast worden gebieden met bepaalde ecologische waarden beschermd volgens internationale verdragen, Europese richtlijnen, en nationale wetten en beleid.

leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil