12.3.1 Beleid
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 12.3.1 Beleid
In de Nota Natuur, bos en landschap in de 21e eeuw (NBL21) is het beleidskader voor natuur, bos, landschap en biodiversiteit voor de komende 10 jaar in Nederland geformuleerd. Deze nota heeft het Natuurbeleidsplan, het Bosbeleidsplan en de Nota landschap vervangen. De belangrijkste inhoudelijke doelstellingen van deze nota zijn:
- de voortzetting van de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
- een offensievere aanpak van het landschap (bescherming en ontwikkeling)
- voor het bosbeleid wordt prioriteit gegeven aan het werken aan hoogwaardig groen in en om de stad
- voor biodiversiteit is de inzet gericht op een effectief internationaal beleidskader
- natuur in en om de stad.
Hoofdstuk 5.2 van de nota geeft de ruimtelijke consequenties van het beleid weer. Belangrijkste punt is dat het beleid is gericht op kwaliteitsverbetering in de ‘groene ruimte’. De aanwijzing van de gebieden waar dit wenselijk is, heeft inmiddels plaatsgevonden in de Nota Ruimte. Hierin wordt onder andere het rijksbeleid geformuleerd voor de EHS-gebieden, de VHR- en NB-wetgebieden, de compensatie (VHR, NB-wet en EHS), de EHS-saldobenadering, het soortenbeleid en de Nationale Landschappen.
Ecologische Hoofdstructuur
Een speerpunt bij de bescherming van natuurwaarden en landschappelijke kwaliteiten in Nederland is de ontwikkeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De EHS is een samenhangend netwerk van (potentieel) ecologisch waardevolle gebieden en verbindingszones daartussen (zie www.minlnv.nl). De EHS wordt uitgewerkt in provinciale streekplannen (PEHS) en vormt daarmee een richtinggevend kader voor structuur- en bestemmingsplannen.
In het bestemmingsplan kan en moet de exacte ligging van de EHS worden aangegeven en worden voorzien van een passende bestemming (2008, zie nota Ruimte). De netto-begrensde EHS is voorzien van een groene contour (bruto EHS). Binnen deze contour geldt een basisbescherming. Hierbij zijn nieuwe plannen, projecten en handelingen binnen of in de nabijheid van deze gebieden, die significante gevolgen kunnen hebben voor de te behouden waarden en kenmerken, niet toegestaan. Alleen wanneer er geen reële alternatieven zijn én er sprake is van redenen van groot openbaar belang (‘nee-tenzij-principe’) wordt dit wel geoorloofd. In dit geval moet voordat het project of plan wordt uitgevoerd. een besluit worden genomen over de compenserende maatregelen.
Het Rijk en de provincies hebben gezamenlijk de ‘spelregels’ rond de EHS uitgewerkt in de notitie “Spelregels EHS; beleidskader voor compensatiebeginsel, EHS-saldobenadering en herbegrenzen EHS".
Een belangrijk onderdeel van de EHS zijn de ‘robuuste ecologische verbindingen’. Ze zijn bedoeld om de versnippering van de huidige EHS terug te dringen. De Nota Ruimte wijst een twaalftal aan met een totale oppervlakte van circa 27.000 hectare (Noordelijke Natte As, Drents Plateau - Zuid Twente, Veluwe - Noordoost Twente, Veluwe - Utrechtse Heuvelrug, Veluwe - Achterhoek, Westelijke Natte As, Biesbosch - Zeeuws Vlaanderen, Oosvaardersplassen - Veluwe - Duitsland, Beerze, Schinveld - Mook, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Poorten van de Veluwe).
Soortenbeleid
Ondanks passieve soortenbescherming via de Flora- en faunawet, hebben verschillende planten en dieren in ons land moeite met overleven. Voor een aantal van deze soorten zijn actieve maatregelen gewenst om ze te behouden. Het Meerjarenprogramma Uitvoering Soortenbeleid 2000-2004 voorzag hier tot voor kort in. Het ministerie van LNV werkt aan een nieuwe opzet van het soortenbeleid; de leefgebiedenbenadering.
Een van de kernpunten binnen het soortenbeleid zijn de Rode lijsten. Op 5 november 2004 zijn nieuwe Rode lijsten voor bedreigde dier- en plantensoorten vastgesteld. Het gaat daarbij om acht volledig nieuwe Rode lijsten, één volledig herziene lijst (vogels) en negen al bestaande, licht gewijzigde lijsten. Nieuw zijn de lijsten voor de soortgroepen vaatplanten, bijen, kokerjuffers, steenvliegen, haften (een groep insecten), land- en zoetwaterweekdieren, platwormen en mossen. Op de Rode lijsten staan alleen soorten die zich in Nederland voortplanten, dus geen trekvissen (zoals zalm en paling) en overwinterende vogels. Er worden steeds acht categorieën onderscheiden:
- uitgestorven op wereldschaal
- in het wild uitgestorven op wereldschaal
- verdwenen uit Nederland
- in het wild verdwenen uit Nederland
- ernstig bedreigd
- bedreigd
- kwetsbaar
- gevoelig.
Voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld Nederland, geven Rode lijsten een overzicht van soorten die daaruit zijn verdwenen en soorten die in het gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Ook op wereldschaal bestaan er Rode lijsten voor bedreigde soorten. Dit zijn de lijsten van de World Conservation Union (IUCN).
Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort onder de Flora- en faunawet nodig. De Rode lijsten helpen daarbij.
Wel kunnen op provinciaal niveau beleidsregels worden opgesteld ten aanzien van bepaalde Rode lijstsoorten, zoals een compensatieplicht voor het aantasten van leefgebieden van bijvoorbeeld weidevogels.

