14.5 Bestemmingsplan
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 14.5 Bestemmingsplan
In het bestemmingsplan worden de locaties voor windturbines vastgelegd. De locaties voor windturbines zijn afhankelijk van onderzoek naar geluidhinder, hinder door de repeterende schaduw van de draaiende wieken, veiligheid met betrekking tot het afbreken van rotorbladen, landschappelijke inpassing en flora en fauna.
Wat moet?
Het bestemmingsplan bevat bouw- en gebruiksbepalingen. Om windturbines te kunnen plaatsen moet het bestemmingsplan voorzien in een passende juridische regeling. Uit de bouwvoorschriften zal moeten blijken dat de hoogte van windturbine past binnen de maximaal opgenomen hoogte voor bouwwerken.
De toelichting van het bestemmingsplan bevat een paragraaf over de wijze waarop in de juridische regeling is omgegaan met de relevante aspecten die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.1.6 onder d Bro. In dit artikel staat een verwijzing naar artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. Hierin is geregeld dat het gemeentebestuur bij haar besluitvorming de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. De toelichting van het bestemmingsplan bevat de motivatie, waaruit blijkt dat een locatie geschikt is om hier windturbines te plaatsen. Wanneer in een bestemmingsplan een windturbines mogelijk worden gemaakt, moet in ieder geval onderzoek plaatsvinden naar:
- geluid;
- slagschaduw;
- flora en fauna;
- landschap;
- externe veiligheid.
Voor de afweging met betrekking tot het akoestische klimaat en externe veiligheid kan bij de geluidsgevoelige en kwetsbare bestemmingen gebruik gemaakt worden van de richtafstanden (voor windenergie) uit de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering. Indien de richtafstand wordt overschreden, is een nader onderzoek noodzakelijk. Dit nader onderzoek bevat de motivatie, waaruit blijkt dat weliswaar niet wordt voldaan aan de richtwaarden, maar dat wel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
De toelichting bevat verder de motivatie of een m.e.r (beoordelings)plicht aan de orde is (zie voor mogelijke m.e.r (beoordelings)plicht bij windturbines paragraaf 14.3.2).
Wat kan?
In de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2008) is bepaald op welke wijze een bestemmingsplan wordt vormgegeven. Windturbines kunnen toelaatbaar zijn binnen de bestemming ‘Bedrijf' met eventueel een specifieke functie-aanduiding ‘windturbine'. Een andere mogelijkheid is om de bestemmingscategorie ‘Overig' te gebruiken, waarbij heel specifiek de bestemming ‘Windturbine' kan worden opgenomen.
In SVBP staat tevens hoe de veiligheidszones op de plankaart aangegeven worden. Veiligheidszones rond windturbines kunnen in een bestemmingsplan opgenomen worden als de gebiedsaanduiding veiligheidszone-windturbine. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bij de toepassing van het bestemmingsplan specifieke regels gelden of waar nadere afwegingen gemaakt moeten worden. Het gaat vaak om zones en (deel)gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend.
Wat kan niet?
In strijd met het geldende bestemmingsplan windturbines plaatsen.

