15.3.2 Mer-regelgeving
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 15.3.2 Mer-regelgeving
De basis voor de regelgeving met betrekking tot de MER wordt gevormd door de Europese richtlijn voor milieueffectrapportage (85/337/EEG) en de Europese richtlijn betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (2001/42/EG).
Beide richtlijnen zijn in de Wet milieubeheer (Hoofdstuk 7) en het Besluit milieueffectrapportage in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd.
Hoofdstuk 7 Wm bevat onder andere procedurele regels met betrekking tot het uitvoeren van een milieueffectrapportage en eisen met betrekking tot de inhoud van de milieueffectrapportage.
Het Besluit m.er. voor welke activiteiten een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. Dit kan worden afgelezen uit de onderdelen C en D van de bijlage bij het besluit.
De MER-regelgeving maakt onderscheid tussen plannen en besluiten en geeft hiervoor verschillende procedurele verplichtingen. Uitgangspunt van de MER-regelgeving is dat de procedure van het betreffende plan of besluit, waarbij het milieueffectrapport wordt opgesteld wordt gevolgd. In hoofdstuk 7 Wet milieubeheer worden aanvullende procedurebepalingen gegeven die bij de procedure van het ruimtelijke instrument in acht moeten worden genomen. Deze procedurebepalingen hebben vooral betrekking op de voorbereidingsprocedure van het betreffende plan of besluit. De m.e.r.-procedure eindigt in alle gevallen bij de terinzagelegging van het ontwerpplan of ontwerpbesluit
Plannen
Er zijn twee grondslagen waardoor een plan merplichtig kan worden. Ten eerste is een plan op grond van artikel 7.2 Wm planmerplichtig wanneer het een kader vormt voor een later te nemen mer(beoordelings)plichtig besluit én is aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage. In het Besluit milieueffectrapportage wordt in onderdeel C en D van de bijlage een aantal activiteiten genoemd (kolom 1 van de onderdelen C en D) die in bepaalde gevallen (kolom 2 van de onderdelen C en D) een planmerplicht geven voor de plannen die worden genoemd in kolom 3 van onderdelen C en D. Deze plannen, zoals bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan, uit kolom 3 vormen dan het kader voor een later te nemen besluit (kolom 4 van onderdelen C en D).
Ten tweede moet op grond van art. 7.2a Wm een plan-MER worden gemaakt als er voor een wettelijk of bestuursrechtelijk vast te stellen plan een passende beoordeling op grond van art. 19j lid 2 Nb-wet moet worden gemaakt.
Besluiten
Besluiten kunnen alleen mer-plichtig worden op basis van het Besluit mer. Een besluit in het kader van de merregelgeving is altijd het besluit op grond waarvan de betreffende activiteit direct kan worden aangevangen. In dit besluit worden de milieueffecten van de merplichtige activiteiten beoordeeld.
Een besluit is merplichtig op basis van onderdeel C voor die activiteiten (genoemd in kolom 1) in bepaalde gevallen (kolom 2) én als het besluit wordt genoemd in kolom 4. Bijvoorbeeld:
Cat C.16.1
- Activiteit: ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven.
- Gevallen: de activiteit die betrekking heeft op een terreinoppervlakte van meer dan 25 hectare.
- Besluit: het besluit op grond van art. 3 Ontgrondingenwet.
Naast de hierboven aangegeven situaties waarin altijd een milieueffectrapportage moet worden gemaakt zijn er ook situaties waarin moet worden beoordeeld of er voor besluit een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. Dit is geregeld in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit mer. Bij de MER-beoordeling moet rekening worden gehouden met de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij de richtlijn 85/337/EEG.
Relevante ontwikkelingen
In een uitspraak van het Europese hof van justitie is Nederland ingebreke gesteld vanwege een onjuiste implementatie van de Europese richtlijnen met betrekking tot de milieueffectrapportage in de nationale regelgeving. Deze ingebrekestelling heeft met name betrekking op de drempelwaarden die gelden ten aanzien van de merbeoordelingsplicht in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Naar aanleiding van de ingebrekestelling wordt een aanpassing van het Besluit milieueffectrapportage voorbereid. Deze aanpassing heeft tot gevolg dat ook in gevallen beneden de drempelwaarden van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage de gevolgen van de activiteit voor het milieu moeten worden afgewogen met behulp van de selectiecriteria van bijlage III van de richtlijn 85/337/EEG. Uit deze afweging volgt, als geen negatieve effecten voor het milieu worden verwacht, de gewone procedure van het betreffende besluit. Als wel negatieve gevolgen voor het milieu worden verwacht volgt een MER-beoordeling conform de prodedurebepalingen hiervoor van hoofdstuk 7 Wm.
Wanneer deze aanpassing van het Besluit milieueffectrapportage in werking zal treden is nog niet bekend.

