Diverse onderwerpen

Diverse onderwerpen

Ruimtelijke ordening en milieu

Inhoud pagina: Diverse onderwerpen

Naast de onderwerpen die in deze Handreiking themagewijs in aparte hoofdstukken aan de orde zijn gekomen, is in dit hoofdstuk een aantal bijzondere, soms ‘kleinere' onderwerpen kort samengevat. Het gaat om specifieke functies of bedrijfsactiviteiten die ruimtelijke consequenties kunnen hebben. De selectie van deze onderwerpen is niet gebaseerd op het streven naar volledigheid, maar op het belang van deze onderwerpen in de bestemmingsplanpraktijk.

De volgende onderwerpen komen aan bod:

In het landelijk gebied bevinden zich van oudsher vooral kleinschalige agrarische bedrijven. Doordat veel agrarische bedrijven om allerlei redenen stoppen is er een veranderingsproces op gang gekomen: bestaande agrarische bedrijven breiden zich uit en nieuwe bedrijven vestigen zich. Voor veel bedrijven is het buitengebied een aantrekkelijke plek om zich te vestigen omdat de grondprijs hier vele malen lager is dan in stedelijk gebied.

Gezien de effecten moet worden geconcludeerd dat deze (groeiende) bedrijven niet altijd inpasbaar of wenselijk zijn in het landelijk gebied en vaak ook illegaal zijn. Veelal kunnen ongewenste milieueffecten worden beperkt door het verhuizen van bedrijven naar goed ontsloten en goed ingericht bedrijfsterreinen.

Het bodemarchief herbergt archeologische waarden die de grootste bron zijn voor de kennis van de geschiedenis van Nederland. Door natuurlijke processen, maar bovenal door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, wordt het bodemarchief in toenemende mate bedreigd. Door grondwerkzaamheden wordt het bodemarchief onherstelbaar aangetast en raakt veel informatie verloren.

Begraafplaatsen, crematoria, strooiveldjes en opbaarplaatsen worden aangegeven in het bestemmingsplan. Belangrijkste wet- en regelgeving is de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging. Voor begraafplaatsen zijn er geen specifieke locatie-eisen, behalve dat een locatie in een rustige omgeving aan te raden is. Dit in verband met de mogelijke verstoring van de begrafenisplechtigheid door geluid.

Binnen de ruimtelijke ordening wordt cultuurhistorie over het algemeen geassocieerd met de gebouwde omgeving, zoals monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten. Naast deze historische elementen is er de laatste jaren steeds meer aandacht gekomen voor landschappelijke structuren. De bescherming van historische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.

Geomorfologie is de wetenschap die de vormen van het aardoppervlak en de processen die daarbij een rol spelen of hebben gespeeld bestudeert. Geomorfologie geeft dus informatie over de terreinvormen en het reliëf van het landschap. De basis is gevormd door de vele geologische processen. Beïnvloeding van de mens heeft ervoor gezorgd dat de geomorfologie vrijwel onlos-makelijk is verbonden met de bekende aardkundige, cultuurhistorische, archeologische en land-schappelijke waarden. Veel van de waarden zijn dus terug te voeren op bepaalde eigenschappen van de bodem.

Onder grote publiekstrekkers worden recreatieparken, pretparken, stadions, expositiegebouwen en dergelijke verstaan. Naast deze permanente voorzieningen zijn er ook tijdelijke (regelmatig terugkerende) grote publiekstrekkers zoals evenementen, schuttersfeesten en popconcerten. Nederland is relatief dicht bezet met dit soort voorzieningen.

Om nadelige effecten zoveel mogelijk te voorkomen is vooral de ruimtelijke situering (locatiekeuze) van dit soort voorzieningen van het allergrootste belang.
Hier ligt dus de directe relatie met het bestemmingsplan.

De belangrijkste milieueffecten van de glastuinbouw zijn mogelijke lichthinder, geluidhinder, de opslag en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en het lozen van afvalwater op oppervlakte water en of riool. In het algemeen is voor glastuinbouw het Besluit glastuinbouw van toepassing.

Het onderdeel parkeergarages en bestemmingplannen is vooral relevant vanwege de afvoer van de uitlaatgassen en het geluid. Voor het aspect geluid wordt verwezen naar het hoofdstuk Geluid. Het hoofdstuk Luchtkwaliteit biedt nadere informatie over dat onderwerp. In deze paragraaf vindt u een nadere toelichting over de luchtkwaliteitsgrenswaarden in relatie tot parkeergarages.

Voor het opnemen van zendinstallaties in bestemmingsplannen zijn er geen eisen vanuit milieuregelgeving waaraan voldaan dient te worden. Voor antenne-installaties van grotere omvang moet in het kader van het bestemmingsplan aangetoond worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij is de ruimtelijke inpassing maatgevend.

In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar niet hoeft te worden meegenomen in de afwegingen. De grondslag voor de beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in de zorg voor een goede ruimtelijke ordening. Daarvoor is het in kaart brengen van mogelijke windhinder of windgevaar en deze betrekken in de beoordeling noodzakelijk.

leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil