Bescherming van het bodemarchief
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: Bescherming van het bodemarchief
Het bodemarchief herbergt archeologische waarden die de grootste bron zijn voor de kennis van de geschiedenis van Nederland. Door natuurlijke processen, maar bovenal door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, wordt het bodemarchief in toenemende mate bedreigd. Door grondwerkzaamheden wordt het bodemarchief onherstelbaar aangetast en raakt veel informatie verloren.
De nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg is 1 september 2007 in werking getreden. Hiermee zijn de uitgangspunten van het in 1992 ondertekende Europese Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De nieuwe wet heeft voor een ingrijpende aanpassing van de Monumentenwet 1988 gezorgd met betrekking tot de archeologische monumentenzorg.
Het belangrijkste uitgangspunt van de nieuwe wet is om archeologische waarden in de ondergrond (ter plekke) te behouden, omdat de bodem nu eenmaal de beste conserveringsomgeving is. Dit wordt behoud in situ genoemd. Door middel van bijvoorbeeld planaanpassing kan behoud in situ worden nagestreefd. In de wet is een belangrijk principe opgenomen: ‘de verstoorder betaalt’. Dit betekent dat de initiatiefnemer van een project dat mogelijk schade toebrengt aan het bodemarchief (verstoort), verplicht is het archeologisch onderzoek te laten uitvoeren om behoud van het bodemarchief te kunnen waarborgen. Voor activiteiten die een beschermd archeologisch monument kunnen aantasten, moet een vergunning worden aangevraagd bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Hoe eerder archeologisch (voor)onderzoek wordt uitgevoerd, hoe beter de initiatiefnemer hierop kan inspelen. De initiatiefnemer kan een planaanpassing doorvoeren als er archeologische waarden in de ondergrond zijn. Indien waardevolle resten aanwezig zijn, maar aantoonbaar geen archeologievriendelijke planaanpassing mogelijk is, kan in het uiterste geval een archeologische opgraving worden uitgevoerd. Het bodemarchief wordt dan ter plaatse van de toekomstige verstoring uitvoerig gedocumenteerd en de gedane vondsten en data worden op een andere locatie behouden (behoud ex situ).
Gemeenten hebben bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Verder kunnen burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten de plicht tot het doen van archeologisch onderzoek opleggen in het kader van een:
- omgevingsvergunning voor het bouwen of slopen van een bouwwerk, het uitvoeren van een werk of werkzaamheden of het afwijken van ruimtelijke regels (bijvoorbeeld bestemmingsplan)
- ontgrondingenvergunning
- besluit ter voorbereiding waarvan een mer is uitgevoerd
Indien de kosten voor het archeologisch onderzoek onevenredig hoog zijn, kan de minister een specifieke uitkering verlenen aan gemeenten en provincies die reeds een drempelbijdrage hebben bijgedragen (afhankelijk van aantal inwoners per gemeente of provincie). De specifieke invulling van de ‘excessieve kosten opgravingen’ staat beschreven in hoofdstuk 2 van het Besluit op de archeologische monumentenzorg.
Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet wordt het verplicht om in het ruimtelijke ordeningsproces tijdig rekening te houden met eventuele archeologische waarden in de ondergrond. Gemeenten hebben daardoor extra taken gekregen en zij moeten rekening houden met archeologie bij nieuwe bestemmingsplannen of wanneer deze worden aangepast. Zie voor meer informatie ook de brochure Archeologie en ruimtelijke ordening, opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).
Vanwege de nauwe relatie met de historisch (steden)bouwkundige en de geomorfologische waarden worden deze drie thema's in de praktijk vaak gezamenlijk behandeld.
Verwijzingen
- Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), 21 december 2006
- Monumentenwet, 1 september 2007
- Besluit archeologische monumentenzorg, 9 augustus 2007
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
- Besluit ruimtelijke ordening
- Wet milieubeheer
- Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

