2. Trillingen

2. Trillingen

Ruimtelijke ordening en milieu

Inhoud pagina: 2. Trillingen

Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met trillingsbronnen en de mogelijke overlast daarvan voor mensen.

Trillingen kunnen onder andere ontstaan doordat een bepaalde bron, eventueel via een gebouw, een kracht uitoefent op de bodem. Trillingen kunnen worden veroorzaakt door weg- of railverkeer en industriële activiteiten. De trilling plant zich voort via de bodem en kan zo mogelijk elders hinder of in het ergste geval schade opleveren bij bebouwing.

In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen, zoals die wel bestaat voor geluidhinder (Wet geluidhinder). Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen het aspect trillingen geen aandachtspunt is in de afwegingen. De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarin de zorg voor een goede ruimtelijke ordening is voorgeschreven.

Om trilllingen te voorkomen is het belangrijk om bij ruimtelijke ordening woningen niet te dicht bij wegen, spoorwegen of industriële activiteiten te bouwen. Ook is het belangrijk rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen, bijvoorbeeld een toename van de verkeersstromen/belasting.

In het bestemmingsplan wordt gemotiveerd dat de trillingsbron die wordt toegestaan, passend wordt geacht in relatie tot de trillingsgevoelige functies in het gebied.

Hier vindt u de belangrijkste verwijzingen betreffende het aspect trillingen in de ruimtelijke ordening.

leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil