2.5 Bestemmingsplan
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 2.5 Bestemmingsplan
In het bestemmingsplan wordt gemotiveerd dat de trillingsbron die wordt toegestaan, passend wordt geacht in relatie tot de trillingsgevoelige functies in het gebied. Zie hiervoor paragraaf 2.1.
Wat moet
De toelichting van het bestemmingsplan bevat een paragraaf over de wijze waarop in de juridische regeling is omgegaan met het aspect trilling. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.1.6 onder d van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). In dit artikel staat een verwijzing naar artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. Hierin is geregeld dat het gemeentebestuur bij haar besluitvorming de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. Er vindt geen directe vertaling plaats van het aspect trilling in de juridische regeling van het bestemmingsplan (verbeelding en regels). Wel moet in de planvorming rekening worden gehouden met het aspect trilling in relatie tot toegelaten functies. In de toelichting van het bestemmingsplan is terug te vinden wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de functie die wordt toegestaan en trilling. Hierbij worden de volgende stappen doorlopen:
Stap 1: vaststellen trillingsbronnen
De eerste stap is om vast te stellen welke trillingsbronnen er zijn en eventueel welke trillingsbronnen toegevoegd worden. De meest bekende trillingsbronnen zijn: wegverkeer, railverkeer (trein, maar ook tram en metro) en industriele activiteiten (stansmachines, draaiende motoren, heftrucks, zwaar materieel e.d). In paragraaf 2.3 is meer informatie te vinden over de trillingsbronnen.
Stap 2: vaststellen trillingsgevoelige functies
Er zijn drie soorten trillingsgevoelige functies te onderscheiden zie paragraaf 2.3 bij SBR-richtlijnen:
- Schade aan gebouwen, bijvoorbeeld monumentale gebouwen;
- Hinder voor personen in gebouwen, bijvoorbeeld mensen in woningen;
- Storing aan apparatuur, bijvoorbeeld ziekenhuizen en laboratoria;
Stap 3: vaststellen of wordt voldaan aan de richtlijnen
Aan de hand van onderzoek naar trillingen moet worden vastgesteld of wordt voldaan aan de richtlijnen van de SBR (zie paragraaf 2.3 onder SBR richtlijn). Uit het onderzoek moet naar voren komen of er geen grens- (schade aan gebouwen) of streefwaarden (hinder voor personen in gebouwen) worden overschreden. Indien uit het onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de richtlijnen, dan kan de trillingsbron en de trillingsgevoelige functie opgenomen worden in de juridische regeling van het bestemmingsplan. Indien blijkt uit onderzoek dat niet wordt voldaan aan de richtlijnen van de SBR is een volgende stap noodzakelijk.
Stap 4: vaststellen of maatregelen technisch mogelijk zijn
Indien streefwaarden naar verwachting zullen worden overschreden zal onderzocht moeten worden of het mogelijk is om maatregelen te nemen (zie paragraaf 2.4) Dit zullen bij voorkeur maatregelen bij de bron zijn met betrekking tot de trillingsbron.
Niettemin is het ook mogelijk in de ruimtelijke plannen rekening te houden met de trillingen. Het is mogelijk gebouwen zodanig verend te funderen zodat rekeninghoudend met toekomstige ontwikkelingen streefwaarden niet zullen worden overschreden. Op die manier is in Heemskerk een appartementengebouw langs het spoor gebouwd. Het gebouw heeft een lengte van 250 meter en doet tevens dienst als geluidscherm voor de erachter gelegen eengezinswoningen.
Stap 5: afweging maken of maatregelen betaalbaar (maatschappelijk haalbaar) zijn
Het nemen van maatregelen kost geld. Vastgesteld zal moeten worden hoe de kosten zich verhouden tot de baten. In het voorbeeld van Heemskerk worden de extra kosten voor de trillingsbeperking goedgemaakt door het effectievere grondgebruik.
In sommige gevallen zullen de kosten voor het nemen van maatregelen niet opwegen tegen de opbrengsten. Aan de andere kant is het belang van bijvoorbeeld nieuwe infrastructuur, zoals railverkeer, ook heel groot. Dan kan de afweging gemaakt worden om een functie toch mogelijk te maken ondanks een negatief exploitatieresultaat.
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening regelt dat de kosten van nieuwe ontwikkelingen kunnen worden verhaald op de grondeigenaar. Hiertoe stelt men een exploitatieplan op. De kosten van onderzoek en milieuhygiënische maatregelen kunnen in het exploitatieplan worden opgenomen. Dit staat in artikel 6.2.4 onder d. van het Bro. Het opstellen van een exploitatieplan is verplicht, tenzij de kosten anderszins kunnen worden verhaald, bijvoorbeeld via een privaatrechtelijke overeenkomst.
Wat kan
Er kunnen wijzigingsmogelijkheden in het bestemmingsplan worden opgenomen, waarbij als voorwaarde is opgenomen dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat. Burgemeester en wethouders kunnen dan de wijzigingsbevoegdheid vast stellen wanneer voldooende zekerheid bestaat over de maatregelen om trillingen te voorkomen.
Wat kan niet
In principe kunnen trillingsbronnen niet gerealiseerd worden op te korte afstand van trillingsgevoelige objecten.

