3.1 Essentie

3.1 Essentie

Ruimtelijke ordening en milieu

Inhoud pagina: 3.1 Essentie

Bij ruimtelijke ontwikkeling spelen luchtkwaliteit en het begrip goede ruimtelijke ordening een grote rol. Door een project mogen de normen voor luchtkwaliteit niet overschreden worden of, in geval van een bestaande overschrijding, niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze normen staan in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 luchtkwaliteitseisen. De landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden hebben plannen opgesteld om de luchtkwaliteitsnormen te halen. Deze plannen vormen samen een programma, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Goede ruimtelijke ordening
Geplande ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen, zie paragraaf 5.2.4 Wm. Daarnaast geldt dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening (Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1).

Verder moet het bevoegd gezag, volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb):

  • relevante belangen op een evenwichtige wijze afwegen (art. 3:4)
  • een besluit deugdelijk onderbouwen (art. 3:46)

Handvaten bij goede ruimtelijke ordening:

  • Blootstelling: hoeveel en welke mensen worden blootgesteld aan verhoogde concentraties luchtverontreinigende stoffen
  • Scheiden: milieuzonering
  • Hinder: voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten
  • Beschermen: ‘de meest kwetsbare groep op de minst vervuilde plek’.

Het boek ‘Bedrijven en milieuzonering: handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ van de VNG (het ‘Groene boekje’) bevat aanwijzingen om tot goede ruimtelijke ordening te komen.

Luchtkwaliteitsnormen

Luchtkwaliteitsnormen (par 3.3.1) vormen onder de gewijzigde Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:

  • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde
  • een project per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt
  • een project slechts in ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging
  • een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend.
  • een project een ander project van gelijke of grotere omvang vervangt

Beoordelingsmethodiek

Doorloop, voorafgaand aan het vaststellen van een ruimtelijk plan het onderstaand schema en de beschreven stappen.

schema na inwerkingtreding NSL

 

  • Ga na of het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of in een regionaal programma dat voldoet aan het gestelde in art. 5.13 Wm. Zo ja, het project hoeft niet afzonderlijk getoetst te worden aan de luchtkwaliteitsnormen (grenswaarden). Toetsing aan de grenswaarden gebeurt dan gebiedsgericht en in samenhang met geplande maatregelen
  • Beoordeel op een globale manier of de grenswaarden mogelijk overschreden kunnen worden vanwege het project. Als de achtergrondconcentraties laag zijn en de verwachte bijdrage van het project is klein, zal overschrijding waarschijnlijk niet aan de orde zijn
  • Ga na of het project valt binnen de categorieën van gevallen die omschreven zijn in de Regeling Niet in betekenende mate (NIBM). Zo ja, het project kan zonder toetsing aan de grenswaarden uitgevoerd worden
  • Bepaal door middel van goedgekeurde rekenmethoden of het project in betekenende mate (3% = 1,2 microgram van de stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) jaargemiddelde grenswaarden) bijdraagt op ‘maatgevende punten’. Een project dat niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt kan zonder verdere toetsing aan de grenswaarden uitgevoerd worden
  • Breng de bestaande situatie in beeld: heersende achtergrondconcentraties en al bestaande concentraties luchtverontreinigende stoffen als gevolg van bestaande activiteiten (bedrijvigheid, verkeer) (vaak te vinden in rapportages)
  • Bepaal de emissies van luchtverontreinigende stoffen zoals genoemd in de aangepaste Wet milieubeheer (Wm), die veroorzaakt worden door de geplande ruimtelijke ontwikkeling
  • Toets of concentraties van luchtverontreinigende stoffen (huidig + bijdrage nieuw project) de grenswaarden overschrijden. Als de grenswaarden niet overschreden worden, kan het project uitgevoerd worden
  • In geval van een project dat wel in betekenende mate (IBM) bijdraagt in combinatie met overschrijding van de grenswaarden: ga na welke technische bronmaatregelen mogelijk zijn om de emissie te beperken, of
  • Ga na welke mogelijkheden er zijn voor saldering. Mogelijk kan door compenserende maatregelen het project toch NIBM gemaakt worden. Of kunnen de emissies zodanig verkleind worden dat de grenswaarden niet overschreden worden.

Een goede ruimtelijke ordening is een randvoorwaarde: ook als een project bijvoorbeeld niet in betekenende mate bijdraagt, is een goede ruimtelijke ordening nodig. In een bestemmingsplan moet wel beargumenteerd worden dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.

Indien saldering en/of technische bronmaatregelen niet mogelijk of ontoereikend zijn en de grenswaarden overschreden worden, is een aanpassing van de plannen nodig. Bijvoorbeeld aan de kant van de bron (verleggen tunnelmond, andere routing van het verkeer) of aan de effectkant (bijvoorbeeld het verplaatsen van een gebouw om de blootstelling te beperken).

Voorschriften voor het bepalen van concentraties van luchtverontreinigende stoffen staan in de ministeriële regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007’.

Risicogebieden

De meeste overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen betreffen de stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10).
De kans op overschrijding van de grenswaarden voor NO2 en PM10 is vooral aanwezig op locaties:

  • dicht langs drukke snelwegen, met name bij veel vrachtverkeer
  • langs drukke wegen binnen het stedelijk gebied, met name daar waar veel bussen en vrachtwagens rijden en/of waar sprake is van ‘street canyons’ (hoge bebouwing langs een relatief smalle straat)
  • in de nabijheid van (veel) zware industrie
  • in de nabijheid van concentraties intensieve veehouderij
  • rond de monden van (drukke) verkeerstunnels
  • langs drukke vaarwegen en in havens.

De grenswaarde voor jaargemiddelde concentratie NO2 wordt vooral rond drukke snelwegen in de Randstad overschreden. Het meest overschreden is de grenswaarde voor de vierentwintig-uurgemiddelde concentratie PM10. Deze wordt in grote delen van Nederland overschreden.

 

Kenniscentrum InfoMil