3.2 Toelichting

3.2 Toelichting

Ruimtelijke ordening en milieu

Inhoud pagina: 3.2 Toelichting

Met wet- en regelgeving wil de overheid een goede luchtkwaliteit bewerkstelligen en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen, zoals het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigende stoffen.

Om een voldoende kwaliteit van de buitenlucht in de leefomgeving te waarborgen zijn:

  • regels opgesteld die de uitstoot van verontreinigende stoffen door de industriële en agrarische inrichtingen en het gemotoriseerde verkeer beperken
  • grenswaarden opgesteld waaraan de kwaliteit van de buitenlucht moet voldoen.

Vooral de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn vaak beperkend bij het ontwikkelen en realiseren van ruimtelijke plannen. Ieder ruimtelijk plan moet zodanig ontworpen zijn of zodanige maatregelen bevatten dat aan normen voor luchtkwaliteit wordt voldaan of de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechtert. Dit geldt zowel op moment van besluitvorming over het plan en als op moment van realisatie.

Flexibele koppeling ruimtelijke ordening – luchtkwaliteitsnormen

Onder het Besluit luchtkwaliteit 2005 was er een strikte koppeling tussen ruimtelijke ontwikkelingen en luchtkwaliteitsnormen. Op locaties met overschrijdingen van een grenswaarde werden geen ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan die de luchtkwaliteit verder verslechterden. In de gewijzigde Wet milieubeheer (Wm) is de starre koppeling vervangen door een meer flexibele koppeling. Dat heeft tot gevolg dat in bepaalde gevallen ook ontwikkeling mogelijk is in overschrijdingssituaties. De gevolgen voor de luchtkwaliteit moeten dan wel gecompenseerd worden met maatregelen, zodat binnen gestelde termijn de luchtkwaliteitsnormen gehaald worden.

De aanleiding voor de wijziging van de Wm is de maatschappelijke discussie die ontstond als gevolg van de directe koppeling tussen ruimtelijke ontwikkelingen en luchtkwaliteit. De directe koppeling had tot gevolg dat veel geplande (en als noodzakelijk of gewenst ervaren) projecten geen doorgang konden vinden in overschrijdingsgebieden. Bovendien moest voor ieder klein project met betrekking tot luchtkwaliteit vaak een uitgebreide toets gedaan worden. Met de nieuwe titel 5.2 Wm en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden (flexibele koppeling).

Aanpak

Het kabinet pakt de luchtverontreiniging aan door:

  • Nationale maatregelen. Het kabinet wil onder andere roetfilters, biobrandstoffen en schoner openbaar vervoer stimuleren.
  • Internationale maatregelen. Nederland wil vooral strengere EU-normen voor de uitstoot van auto's, vrachtwagens en vaartuigen.
  • Wetten en regels. Aftrek van zeezout is toegestaan en projectsaldering is mogelijk gemaakt. Dat zorgt voor een soepelere afweging tussen ruimte en luchtkwaliteit. Ook introductie van het begrip ‘niet in betekenende mate’ geeft meer mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling.
  • Samenwerken. Overheden werken samen aan oplossingen voor luchtkwaliteitsknelpunten binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Gemaakte plannen om de luchtkwaliteit te verbeteren worden gezamenlijk uitgevoerd.

Belangrijkste verschillen Besluit luchtkwaliteit 2005 – Wm luchtkwaliteitseisen 2007

De aangepaste Wm hoofdstuk 5 titel 2 Luchtkwaliteitseisen bevat op een aantal onderdelen belangrijke wijzigingen ten opzichte van het Besluit luchtkwaliteit 2005.

  • Introductie van een planmatige aanpak voor Nederland om de Europese luchtkwaliteitsnormen te bewerkstelligen. Het zogeheten Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) bevat afspraken om op nationaal, provinciaal en plaatselijk niveau te voldoen aan de normen. Daarbij is rekening gehouden met gewenste en geplande ruimtelijke ontwikkelingen.
  • Introductie van het begrip ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Dit begrip maakt ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk in overschrijdingssituaties. Elk project dat slechts in NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit kan uitgevoerd worden. Als een project valt binnen de categorieën van gevallen die genoemd zijn in de Regeling Niet in betekenende mate is geen toetsing aan de grenswaarden van de luchtkwaliteit noodzakelijk. Ook als de overheid anderszins kan aantonen dat een project NIBM bijdraagt kan toetsing achterwege blijven. Wel blijven de begrippen goede ruimtelijke ordening en blootstelling van kwetsbare groepen van belang.
  • Het blijft mogelijk om projecten in overschrijdingssituaties die wél ‘in betekende mate’ (IBM) bijdragen doorgang te laten vinden. Het compenseren van toegenomen luchtverontreiniging binnen het project, het zogenaamde salderen, blijft mogelijk, ook nadat het NSL in werking is getreden. Saldering binnen NSL hoeft niet strikt binnen het project plaats te vinden, maar binnen het gebiedsprogramma. Toetsing vindt dan plaats aan de ruimte/mogelijkheden die het gebiedsprogramma biedt om ondanks het beoogde project toch de luchtkwaliteitsnormen te halen.
  • Het NSL biedt verruimde mogelijkheden om projecten uit te voeren die een bron van luchtverontreiniging zijn. De bestuursorganen blijven echter verantwoordelijk voor goede ruimtelijke ordening. Vanuit dat oogpunt kan het onaanvaardbaar zijn om een project te realiseren op een locatie waar de luchtkwaliteit slecht is.
  • De nieuwste normen uit de EU zijn opgenomen. De verantwoordelijkheid voor het bewerkstelligen van de richtwaarden voor betreffende stoffen ligt bij de rijksoverheid. Het betreft ozon, arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen (BaP).
  • Alle besluiten behorend bij het Besluit luchtkwaliteit 2005 zijn vervallen en vervangen door nieuwe algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Deze zijn gelijktijdig met de aangepaste Wet milieubeheer gepubliceerd en in werking getreden. Vaak betreft het een bundeling en aanpassing van oude besluiten en regelingen. Bijbehorende handreikingen zijn beschikbaar of worden dat binnenkort.

Plannen die voor 15 november 2007 als ontwerpplan zijn vastgesteld door Gedeputeerde Staten, Burgemeester en Wethouders of de Raad , vallen onder een speciaal overgangsrecht. Uitgangspunt is dat deze projecten op grond van het oude recht, het Besluit Luchtkwaliteit 2005, worden afgerond. Bepalend hierbij is de datum van vaststelling van het (ontwerp)besluit. Bij een bestemmingsplan geldt de datum waarop het ontwerpplan ter visie wordt gelegd als peildatum. Het overgangsrecht is opgenomen in de wet tot wijziging van de Wet milieubeheer.


leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil