3.4 Maatregelen
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 3.4 Maatregelen
Maatregelen hebben een betere luchtkwaliteit tot gevolg en bieden daardoor mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Maatregelen zijn mogelijk op 3 niveaus: landelijk, regionaal en lokaal.
Landelijke maatregelen zijn generiek van aard en resulteren in daling van de achtergrondconcentraties. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) voorziet in regionale plannen met ruimtelijke ontwikkelingen en maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Deze plannen zijn nader uitgewerkt voor de regionale en lokale overheden. Alle gemeenten hebben de mogelijkheid om (extra) maatregelen nemen, bijvoorbeeld om extra projecten te kunnen uitvoeren. Maatregelen zijn meestal gericht op wegverkeer en (industriële) puntbronnen. Daarbij kan het gaan om:
- het verminderen van verkeer
- het beïnvloeden van de samenstelling van verkeer
- het verbeteren van de doorstroming
- stadsringen
- andere routering van (vracht)verkeer
- inzet van schone bussen
- schoon gemeentelijk wagenpark
- instellen van een milieuzone
- speciaal gemoduleerde geluidsschermen (kunnen in sommige gevallen een oplossing zijn).
Voor inrichtingen kan het gaan om:
- het beperken van de emissies door bronmaatregelen en
- het binnen de inrichting verplaatsen of verhogen van emissiepunten (schoorsteen op een bedrijf, ventilatierooster in een parkeergarage).
Veelal zullen meerdere maatregelen in een gemeente nodig zijn om knelpunten op te lossen. Maatregelen kunnen onderdeel zijn van een project en zogenaamde onlosmakelijk verbonden maatregelen vormen. Daarmee zal het project mogelijk niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Dit zal middels een berekening moeten worden aangetoond. NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit doorgaan.
Het rijk heeft een aanzienlijk pakket met financiële stimuleringsmaatregelen vastgesteld. Het gaat ondermeer om:
- een roetfilterprogramma voor bestaande voertuigen en mobiele werktuigen
- een versnelde invoer van schone vrachtwagens, bussen en auto’s
- het stimuleren van een schoon gemeentelijk wagenpark
- groene concessieverlening voor het openbaar vervoer
- milieuzones, meestal in stadscentra, die alleen toegankelijk zijn schone vrachtauto’s (mogelijk ook bestelauto’s en meest vervuilende personenauto’s (2007)
- stimuleren van aardgaspompen (2007)
- differentiatie van parkeertarieven aan de hand van milieuprestaties van auto’s (2008)
- verhogen aankoopbelasting (BPM) voor dieselauto’s zonder roetfilter (2008)
- strengere eisen aan APK-keuring van dieselauto’s (2008) en
- invoeren van kilometerbeprijzing, differentiatie naar tijd, plaats en milieukenmerken (2011).
Maatregelen langs rijkswegen worden onderzocht in een speciaal opgezet Innovatieprogramma luchtkwaliteit (IPL) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Tot en met 2008 worden allerlei innovatieve ideeën gedacht en getest. In 2009 worden deze toegepast en opgenomen in het NSL.
Naast de milieumaatregelen zijn uiteraard ook ruimtelijke maatregelen van belang. Door de afstand tussen bronnen en kwetsbare bestemmingen, zoals woonbestemmingen, instellingen et cetera, te vergroten kunnen de ernstigste effecten worden weggenomen. Daarnaast kunnen in sommige situaties kwetsbare bestemmingen door functieverandering wellicht vervangen worden door minder kwetsbare.
Ook bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen kan men uitgaan van een optimale inrichting: verkeersvolumes of verkeersdoorstroming vinden dan dusdanig plaats dat een overschrijding van de grenswaarde niet plaatsvindt of wordt voorkomen.

