3.5.1 Bestemmingen die bijdragen aan de luchtkwaliteit

Home > Onderwerpen > Ruimte > Ruimtelijke ordening en milieu > Handreiking Ruimtelijke ordening en milieu > 3. Luchtkwaliteit > 3.5 Bestemmingsplan > 3.5.1 Bestemmingen die bijdragen aan de luchtkwaliteit

3.5.1 Bestemmingen die bijdragen aan de luchtkwaliteit

Ruimtelijke ordening en milieu

Inhoud pagina: 3.5.1 Bestemmingen die bijdragen aan de luchtkwaliteit

Wat moet

Bij het eerste spoor (creëren van bestemmingen die mogelijk de luchtkwaliteit verslechteren) is bij het vaststellen van het bestemmingsplan artikel 5.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer van belang. Dit artikel geeft aan hoe en onder welke voorwaarden ten aanzien van luchtkwaliteit (onder andere) een bestemmingsplan mag worden vastgesteld. Als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering om een bestemmingsplan vast te stellen:

  • a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
  • b. een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
  • c. een project draagt ‘niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging;
  • d. een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, of binnen een regionaal programma van maatregelen

Om aan te tonen dat aan één of meer van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan is in meer of mindere mate een luchtkwaliteitsonderzoek nodig. In paragraaf 3.3.1 wordt verder op het benodigde luchtkwalteitsonderzoek.

Een beschrijving van het inventariserende of uitgebreide luchtkwaliteitsonderzoek dat heeft plaatsgevonden moet terugkomen in de toelichting van het bestemmingsplan.

Het NSL

Projecten die zijn opgenomen in het Nationaal Saneringsprogramma Luchtkwaliteit hoeven niet afzonderlijk te worden getoetst aan de grenswaarden. Bij die projecten beoordeel je aan de hand van de relevante projectkenmerken of het project nog hetzelfde is. Tijdens de looptijd van het NSL kunnen projecten die hierin genoemd zijn, gewijzigd of vervangen worden. Hiervoor geldt een procedure. Check daarom altijd hoe het project in het NSL precies is opgenomen en of een wijziging of vervanging gewenst is. Als het project gewijzigd is ten opzichte van het in het NSL opgenomen project zal een extra verantwoording nodig zijn dat deze wijzigingen het NSL en het halen van de grenswaarden niet in gevaar brengt. Soms zal dat kunnen aan de hand van een kwalitatieve beschrijving, soms zal een berekening met bijvoorbeeld de Saneringstool nodig zijn. Het kan zijn dat er door de inzet van extra maatregelen voor gezorgd kan worden dat het project de balans van het NSL niet of nauwelijks verstoort. Dan kan met een melding aan de minister van VROM worden volstaan (artikel 5.12, twaalfde lid Wm). Anders zal het NSL gewijzigd moeten worden.

Niet in betekenende mate bijdragen

Voor een aantal projecten, waarvan duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan luchtkwaliteit, hoeft niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Dit is geregeld in het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). In de bij dit besluit behorende Regeling NIBM is de lijst met categorieën van gevallen (kantoor- en woningbouwlocaties, specifieke inrichtingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze projecten kunnen dus zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Er hoeft dan ook geen uitgebreid luchtkwaliteitsonderzoek te worden gedaan. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze dan via de lijst uit de regeling, kan aantonen dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan verdere toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Om dit aan te tonen zijn dan wel berekeningen nodig. De NIBM grens ligt voor de stoffen PM10 en NO2 vanaf 1 augustus 2009 op 1,2 μg/m3. Bij het bepalen of berekenen of de NIBM grens wordt bereikt, moet de geplande wijziging van het bestemmingsplan vergeleken worden met de autonome ontwikkeling, ofwel met wat mogelijk is binnen het bestaande bestemmingsplan. Het verschil wordt bepaald aan de hand van het meest maatgevende (zicht)jaar. Zie voor meer informatie over zichtjaren en autonome ontwikkeling de Handreiking NIBM, paragraaf 5.2 en 5.3.

Om een idee te geven van de omvang van NIBM projecten: de NIBM grens in de regeling ligt bij minimaal twee ontsluitingswegen op maximaal 3000 woningen. Dit houdt dus in dat op grond van het Besluit NIBM 3000 woningen in een overbelaste situatie gebouwd kunnen worden, zonder dat getoetst hoeft te worden of de bijdrage van de woningen de luchtkwaliteit ter plaatse verslechterd. Er wordt voldaan aan de wettelijke norm.

Wat kan

Saldering

Wanneer een project IBM is en niet aan de grenswaarden wordt voldaan, is het opnemen van een project in het NSL een voor de hand liggende optie. Het toevoegen van nieuwe IBM ontwikkelingen aan het NSL gaat echter niet zomaar. Ook niet alle gemeenten doen mee in het NSL. Een overheid kan er voor kiezen om in die gevallen te werken met projectsaldering. Artikel 5.16, eerste lid, onder b van de Wm noemt die mogelijkheid uit het oude Besluit luchtkwaliteit 2005 nog steeds. Door middel van saldering bestaat dan de mogelijkheid een overschrijding van een grenswaarde toe te staan, wanneer de luchtkwaliteit op een andere plaats verbetert, ten gevolge van dezelfde ontwikkeling. Per saldo is er sprake van een verbetering van de luchtkwaliteit. Dit vereist een uitgebreid voorbereidingstraject en gedetailleerd onderzoek. De Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007 geeft voorschriften voor de motivering en onderbouwing van een besluit waarbij projectsaldering wordt toegepast. Overigens zal de resterende grenswaardenoverschrijding hoe dan ook moeten worden opgelost. 

Wat kan niet

  • Er mag geen bestemmingsplan worden vastgesteld indien niet aannemelijk is gemaakt dat rekening is gehouden met mogelijke effecten op de luchtkwaliteit.
  • Indien bij een niet NSL project een grenswaarde wordt overschreden en het project draagt in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit kan het voorgestelde project niet zomaar doorgaan. De mogelijkheden zijn: het project wordt alsnog opgenomen in het NSL, er kunnen maatregelen worden getroffen die ervoor zorgen dat het project alsnog NIBM bijdraagt of projectsaldering wordt toegepast.
  • Voor luchtkwaliteit zijn de grenswaarden opgenomen in bijlage 2 bij de Wet milieubeheer. Het is niet toegestaan om uit te gaan van hogere normen. Wel zijn er in sommige gevallen mogelijkheden om de salderingsmaatregelen toe te passen.
leefomgeving
 

Kenniscentrum InfoMil