3.5.2 Bestemmingen die gevoelig zijn voor luchtkwaliteit
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 3.5.2 Bestemmingen die gevoelig zijn voor luchtkwaliteit
Wat moet
Besluit gevoelige bestemmingen
Bij dit spoor is er voor scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingstehuizen het Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteitseisen. Het is op 16 januari 2009 in werking getreden. Met dit besluit wordt het bestemmen van de genoemde functies in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. In het besluit zijn zones opgenomen waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek dan altijd nodig is:
- 300 meter vanaf de rand van rijkswegen;
- 50 meter vanaf de rand van provinciale wegen.
Waar in een onderzoekszone langs een provinciale of rijksweg de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo'n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school in het bestemmingsplan niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. Is (dreigende) normoverschrijding niet aan de orde, dan kunnen gevoelige bestemmingen wel worden toegestaan binnen de onderzoekszone.
Overigens kan het zijn dat een bestemmingsplan een globale functie bevat die de bouw van een gevoelige functie mogelijk maakt. In dat geval is het belangrijk dat met behulp van adequate bestemmingsplanregels wordt voorkomen dat in een latere fase gevoelige bestemmingen worden gebouwd op een plek waar dat op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen niet mag.
Een goede ruimtelijke ordening
Bij het bestemmen van luchtkwaliteitsgevoelige bestemmingen (anders dan scholen, kinderopvang en bejaardenhuizen) in gebieden waar een overschrijding van de luchtkwaliteitseisen plaatsvindt is hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer niet van toepassing. Het realiseren van de bestemming wonen in een dergelijk gebied kan echter op gespannen voet staan met het begrip "een goede ruimtelijke ordening". Hierbij is een goede motivering van belang.
Wat kan
Voorkómen van blootstelling
Bij het creëren van bestemmingen die gevoelig zijn voor luchtkwaliteit is, op het Besluit gevoelige bestemmingen na, de regelgeving niet zo dwingend als bij het bestemmen van bronnen.
Het bestemmingsplan biedt echter mogelijkheden om de bevolking zo min mogelijk bloot te stellen aan een verminderde luchtkwaliteit. Gebieden met een mindere luchtkwaliteit zijn dan geschikt voor:
- bestemmingen waar mensen kort verblijven;
- bestemmingen waar weinig mensen verblijven;
- bestemmingen die een eigen luchtcirculatiesysteem hebben (bv, ziekenhuizen met een luchtbehandelingssysteem.
Zo kunnen bijvoorbeeld woningen niet direct aan een snelweg bestemd worden, maar wordt er een bufferzone gecreëerd met hierin bedrijfsterreinen, parkeerterreinen, ov-voorzieningen of recreatie. Bij elke bestemming kan afgewogen worden hoeveel mensen voor een bepaalde duur worden blootgesteld en welke bestemming de voorkeur heeft op het gebied van luchtkwaliteit. Er kan ook gedacht worden aan het combineren van functies of het scheiden van bronnen en ontvanger. Hierbij kan vaak worden aangesloten bij afwegingen op andere milieugebieden, zoals geluid.
Toch zal niet altijd te voorkomen zijn dat bepaalde plekken een bestemming krijgen waar groepen mensen worden blootgesteld aan een overschrijding van de grenswaarden. Zoals bij de bouw van een NIBM hoeveelheid woningen langs een snelweg, de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg of de realisatie van een nieuwe rondweg waardoor per saldo de luchtkwaliteit beter wordt. In die situaties moet de locatiekeuze goed gemotiveerd worden in de context van een goede ruimtelijke ordening. In de motivering moet aan de orde komen waarom, ondanks die slechtere luchtkwaliteit, toch wordt gekozen voor die locatie en waarom dat in dat geval aanvaardbaar wordt geacht. De motivering kan bijvoorbeeld bevatten dat uit locatieonderzoek binnen de gemeente blijkt dat er geen andere locaties beschikbaar zijn, waarom de locatie planologisch gezien de voorkeur heeft, dat vanwege geplande maatregelen de achtergrondconcentratie op die locatie flink zal verbeteren en dat er financiële redenen zijn om voor deze locatie te kiezen. In de motivatie kan daarbij rekening gehouden worden met de autonome ontwikkeling, maatregelen in het kader van het NSL en de huidige en toekomstige achtergrondconcentratie. Een inventariserend of in sommige gevallen een uitgebreid onderzoek zal hierbij vaak van pas komen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat in ieder geval voldaan moet worden aan het eerste spoor, de wettelijke voorwaarden uit artikel 5.16 Wm.
Flexibiliteit in tijd
Er kan ook gebruik worden gemaakt van een uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid. Er kunnen daarbij normen ten aanzien van de luchtkwaliteit worden opgenomen waaraan moet worden voldaan, voordat de uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid kan worden toegepast. Dit biedt de mogelijkheid om een bepaalde ontwikkeling pas toe te staan (bijvoorbeeld een woongebied langs een provinciale weg met een luchtkwaliteit die niet voldoet aan de normen) als de luchtkwaliteit op een bepaald moment (bijvoorbeeld over 5 jaar) wel voldoet aan de normen. Dat moet dan blijken uit onderzoek voorafgaand aan het bestemmingsplan en bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid.
Wat kan niet
- Bij het opnemen van normen ten behoeve van een wijzigingsbevoegdheid kunnen geen strengere normen worden opgenomen dan die in bijlage 2 bij de Wm.

