4.5 Bestemmingsplan
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 4.5 Bestemmingsplan
In de toelichting op het bestemmingsplan wordt gemotiveerd dat de lichtbron die wordt toegestaan, passend wordt geacht in relatie tot de lichtgevoelige functies in het gebied (zie paragraaf 4.1).
Wat moet?
De toelichting van het bestemmingsplan bevat een paragraaf over de wijze waarop in de juridische regeling is omgegaan met het aspect licht. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.1.6 onder d Bro. In dit artikel staat een verwijzing naar artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. Hierin is geregeld dat het gemeentebestuur bij haar besluitvorming de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. Er vindt, uitzonderingen daargelaten, geen directe vertaling plaats van het aspect licht in de juridische regeling van het bestemmingsplan (verbeelding en voorschriften). Wel moet in de planvorming rekening worden gehouden met het aspect licht in relatie tot toegelaten functies. In de toelichting van het bestemmingsplan is terug te vinden wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de functie die wordt toegestaan in relatie tot licht(hinder).
Wat kan?
De juridische regeling van het bestemmingsplan regelt de toelaatbare functies en toelaatbare bouwwerken. Het aspect licht wordt daarom over het algemeen niet rechtstreeks in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. Het is wel mogelijk om in het bestemmingsplan indirect lichtbronnen toe te staan of te verbieden. Voor kunstverlichting bij sportvelden geldt dat de lichtmasten een zekere hoogte moeten hebben. Het bestemmingsplan regelt de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Stel het is wenselijk om lichtmasten toe te staan, dan kan de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bijvoorbeeld maximaal 5 meter bedragen. Stel het is niet wenselijk om lichtmasten toe te staan, dan kan de maximale hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde op maximaal 2 meter worden gesteld. De impact van de lichtbron is immers anders bij een maximale hoogte van 2 meter dan bij een maximale hoogte van 5 meter.
Een tweede manier om lichtbronnen al dan niet toe te staan is door te regelen welke categorieën bedrijven zijn toegestaan. Het aspect licht is een van de criteria aan de hand waarvan een bedrijf in een bepaalde categorie is ingedeeld. Bedrijven kunnen worden ingedeeld in categorieën op basis van de mate van milieubelasting, zie hiervoor de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering' . Zo kan het bestemmingsplan bijvoorbeeld bedrijven toelaten behorend tot maximaal categorie 3. Dit zijn bedrijven die gemiddeld op een afstand van minimaal 100 meter van woningen dienen te blijven. Het bestemmingsplan bevat dan een Lijst van bedrijfsactiviteiten waarin een opsomming is opgenomen van bedrijven die behoren tot categorie 1 tot en met 3.
Via deze lijst van bedrijfsactiviteiten kan het bestemmingsplan het aspect licht in enige mate regelen. Bedrijven waarbij lichthinder speelt kunnen worden uitgesloten van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten. Op deze manier kan maatwerk worden geleverd met betrekking tot welke bedrijven toelaatbaar zijn. De Lijst van Bedrijfsactiviteiten is specifiek opgesteld per bestemmingsplan. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering' helpt daarbij.
Tot slot is het mogelijk om in het bestemmingsplan milieukwaliteitseisen met betrekking tot licht op te nemen in specifieke gevallen. In het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Schouwen-Duiveland is een bepaling opgenomen dat kassenbedrijven zijn toegelaten met dien verstande dat kassen aan de binnenzijde volledig moeten zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling als gevolg van het gebruik van assimilatiebelichting.
In dit specifieke geval van de kassen in Schouwen-Duivenland heeft de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak 200104384/1 van 24 juli 2002 overwogen: "Het bestemmingsplan biedt het juridisch-planologische kader, waarin ook de mogelijke gevolgen voor het milieu, waaronder aantasting van de landschappelijke waarde van het aan de orde zijnde gebied, dienen te worden meegewogen. Bij afweging van de betrokken belangen hebben verweerders in navolging van de gemeenteraad aan het belang van het behoud van het donker nachtlandschap van het gebied een groter gewicht toegekend. Het stellen van eisen aan de afscherming van kassen is daarmee ruimtelijk relevant en het maakt daarbij niet uit dat ook via de milieuwetgeving eisen kunnen worden gesteld aan het afschermen van kassen." Het is dus mogelijk dat bepaalde bestemmingen, waarvan van te voren vaststaat dat zij een grote lichtuitstraling hebben in een bestemmingsplan worden geweerd en zelfs dat er voorwaarden mogelijk worden gesteld aan de afscherming van kassen in het belang van het behoud ervan een donker nachtlandschap.
Wat kan niet?
In zijn algemeenheid geldt ten aanzien van milieukwaliteitseisen dat deze niet in het bestemmingsplan zijn toegelaten. Het bestemmingsplan regelt uitsluitend de ruimtelijk relevante aspecten.

