4.4 Maatregelen
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 4.4 Maatregelen
De huidige regelgeving geeft nog geen duidelijke afstandsnormen voor het voorkomen van lichthinder. De vraag is echter hoe lichthinder te voorkomen bij het ontwikkelen of actualiseren van een bestemmingsplan.
Uitgangspunt bij het voorkomen van lichthinder is:
Verlicht niet als het niet nodig is, dus alleen als er geen alternatieven zijn.
Bij gebruik van verlichting:
- scherm de lichtbron af, zodat deze niet direct zichtbaar is
- verlicht alleen met geringe oppervlakte helderheid van de lichtbron
- gebruik alleen betrekkelijk langgolvig licht
- gebruik bij verlichting niet meer licht dan nodig is: verlicht alleen wat verlicht moet worden en zolang als het verlicht moet worden
- vermijd de risicogebieden.
Bij het voorkomen van lichthinder speelt ook energiebesparing een rol. Niet verlichten kost geen energie en dus geen geld. Door alleen te verlichten wat echt nodig is leidt dit ten opzichte van bestaande situaties tot energie besparing. De besparing is dan afhankelijk van de situatie (Alterra-rapport 778, Molennaar J.G. de, 2003). Daarbij kan gedacht worden aan nieuwe technieken zoals verkeersafhankelijke verlichting en het dimmen van straatverlichting in de nachtelijke uren. Deze technieken kunnen bijdragen aan het terugdringen van lichthinder in de stedelijke gebieden, terwijl er geen concessie wordt gedaan aan de (verkeers)veiligheid.
Het bevoegd gezag kan bovenstaande aandachtspunten in het bestemmingsplan als aanwijzingen opnemen.
Bijvoorbeeld om de effecten van air glow boven bijvoorbeeld kassen en industrieterreinen te voorkomen in een gebied waarvoor het aspect donker duidelijk bij de landschapskwaliteit hoort.

