6. Geur veehouderij
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 6. Geur veehouderij
- 6.1 Essentie
-
Bij het voorbereiden en opstellen van een ruimtelijk plan dienen voor wat betreft geurhinder van veehouderijen de volgende vragen te worden beantwoord:
- Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object)
- Wordt overigens niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
- 6.2 Toelichting
-
Veehouderijen veroorzaken geur vanwege bijvoorbeeld de dierenverblijven, mestbassins, mestverwerking en opslag van voer. Geur kan in de leefomgeving hinder veroorzaken en brengt om die reden ook gezondheidsrisico’s met zich mee. Geurhinder kan leiden tot lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, misselijkheid, verstoorde ademhaling en verstoorde hartslag. Daarnaast kan geurhinder leiden tot psychische klachten, bijvoorbeeld spanningen, structurele onvrede over het woon- en leefklimaat en vermindering van activiteiten buitenshuis.
- 6.3 Beleid, wet-en regelgeving
-
Beleid, wet-en regelgeving
- 6.4 Maatregelen
-
Maatregelen in de omgeving en maatregelen aan de bron
- 6.5 Bestemmingsplan
-
In deze paragraaf is beschreven wat de consequenties zijn van het beleid voor geur afkomstig van veehouderijen voor het bestemmingsplan.
- 6.6 Verwijzingen
-
Verwijzingen

