6.3.1 Beleid
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 6.3.1 Beleid
Het algemene stankbeleid staat beschreven in de Herziene Nota Stankbeleid en in het Nationaal Milieubeleidsplan. Als algemene doelstelling voor geurhinder is gesteld dat er in 2000 nog maximaal 750.000 woningen geurhinder mochten ondervinden van stank. In 2010 mogen er geen ernstig gehinderden meer zijn.
Om het bevoegd gezag te ondersteunen bij het maken van een zo uniform mogelijke afweging is er voor verschillende sectoren en bedrijfstakken een generiek toetsingskader geformuleerd. Voor dierenverblijven bij vergunningplichtige veehouderijen is dit de Wet geurhinder en veehouderij. Voor overige veehouderijen is dit het Besluit landbouw milieubeheer. De Wet geurhinder en veehouderij en het Besluit landbouw milieubeheer beogen beide dat er voldoende afstand is tussen veehouderij en geurgevoelig object, zodanig dat geurhinder wordt voorkomen.
Belangrijke kenmerken van de Wet geurhinder en veehouderij zijn beleidsvrijheid en maatwerk. De Wet geurhinder en veehouderij biedt door middel van een verordening het bevoegd gezag ruimte om rekening te houden met de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en met de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting van dat gebied.

