Omgekeerde werking: bouwen binnen en buiten geurcontouren

Omgekeerde werking: bouwen binnen en buiten geurcontouren

Inhoud pagina: Omgekeerde werking: bouwen binnen en buiten geurcontouren

Vraag

Wanneer is bouwen binnen en buiten geurcontouren (stankcirkels) mogelijk?

Antwoord

Bouwen buiten geurcontouren

Het bouwen buiten de geurcontour van een veehouderij betekent niet zonder meer dat kan worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Dit zal inzichtelijk gemaakt moeten worden. Het berekenen van de achtergrondbelasting met V-Stacks gebied kan hierbij een hulpmiddel zijn.

Zie ABrvS nr. 200907242/1 van 23 juni 2010
De enkele omstandigheid dat de in artikel 14, tweede lid, van de Wgv bedoelde afstand in acht wordt genomen, betekent echter niet zonder meer dat ervan kan worden uitgegaan dat ter plaatse van de in het bouwplan voorziene woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Het college heeft in het besluit van 29 april 2009 niet inzichtelijk gemaakt in hoeverre ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Gelet hierop berust het besluit van 29 april 2009 niet op een deugdelijke motivering. De voorzieningenrechter heeft dit niet onderkend.

En ABRvS nr. 200807852/1/R2 van 6 januari 2010
Evenmin kan indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele norm niet wordt overschreden, er zonder meer van worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.

Bouwen binnen geurcontouren

Bouwen binnen geurcontouren is mogelijk als een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd en dit voldoende inzichtelijk wordt gemaakt. Als de geurhinder groter is dan de norm uit de Wgv volgt niet per se dat er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Een aanvaardbaar verblijfsklimaat geldt niet alleen ter plaatse van geurgevoelige objecten, maar ook ter plaatse van een golfbaan. Zie ABRvS nr. 200905024/1/R3 van 15 september 2010
Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 7 oktober 2009, zaaknr. 200900801/1/R3, heeft overwogen volgt uit de overschrijding van de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm uit de Wgv niet zonder meer dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en betekent het niet overschrijden van deze norm evenmin dat zonder meer ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Voor de beantwoording van de vraag of een aanvaardbaar verblijfsklimaat kan worden gerealiseerd kan voorts geen doorslaggevende betekenis worden toegekend aan de vraag of ter plaatse sprake is van een geurgevoelig object in de zin van de Wgv. Dit betekent in het voorliggende geval dat de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat niet slechts dient plaats te vinden ter plaatse van de in het plan voorziene bebouwing, maar ook betrekking dient te hebben op de daar omheen gelegen golfbaan.

Het betoog van [appellant sub 1] dat in het plangebied geen aanvaardbaar verblijfsklimaat kan worden gegarandeerd nu dit in de geurcontour van zijn bedrijf ligt, gaat niet op. Zoals hiervoor onder 2.4.3. is overwogen is bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat niet van doorslaggevende betekenis of wordt voldaan aan de geurnormen uit de Wgv. Ook als de golfbaan binnen de geurcontour van het bedrijf van [appellant sub 1] ligt kan derhalve nog sprake zijn van een aanvaardbaar verblijfsklimaat ter plaatse. De raad heeft ter zitting gesteld dat de geurbelasting in het plangebied zodanig is dat daar, gelet op het voorziene gebruik van het plangebied als golfbaan, een aanvaardbaar verblijfsklimaat gerealiseerd kan worden. Hij heeft daarbij betrokken dat de bezoekers van de golfbaan relatief kortdurend ter plaatse verblijven. De Afdeling ziet in hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen.

Zie ABRvS nr. 200900801/1/R3 van 7 oktober 2009
Anders dan de Afdeling in de uitspraak van 16 juli 2008, zaak nr. 200705538/1 heeft overwogen, is de Afdeling van oordeel dat indien de voor veehouderijen toepasselijke norm wordt overschreden, hieruit niet volgt dat ter plaatse geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In dat verband overweegt de Afdeling dat de raad de geurbelasting ter plaatse van de in het plan voorziene geurgevoelige objecten, zowel binnen als buiten de contour van 1,5 odour units per kubieke meter lucht van de veehouderij aan de [locatie 1], heeft berekend en aan de hand van bijlagen 6 en 7 van de handreiking alsmede aan de hand van het voor het desbetreffende gebied gehanteerde uitgangspunt van maximaal 12% kans op hinder bij aaneengesloten woningen, heeft geconcludeerd dat ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Zo ook ABRvS nr. 200901407/1/R2 van 13 januari 2010
De Afdeling heeft bij uitspraak van 7 oktober 2009, zaak nr. 200900801/1/R3, overwogen dat indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm wordt overschreden, dit niet met zich brengt dat ter plaatse geen sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. Daargelaten de vraag of in dit geval ten tijde van het nemen van het bestreden besluit de norm zoals opgenomen in artikel 3, eerste lid, van de Wgv van toepassing was, is de Afdeling gelet op het voorgaande van oordeel dat inzichtelijk had moeten worden gemaakt in hoeverre ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar verblijfsklimaat kan worden gerealiseerd.

En ABRvS nr. 200807852/1/R2 van 6 januari 2010
De Afdeling heeft bij uitspraak van 7 oktober 2009, zaak nr. 200900801/1/R3, overwogen dat indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm wordt overschreden, dit niet met zich brengt dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Evenmin kan indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele norm niet wordt overschreden, er zonder meer van worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Daargelaten de vraag of in dit geval ten tijde van het nemen van het bestreden besluit de wettelijke norm zoals opgenomen in artikel 3, eerste lid, van de Wet geurhinder en veehouderij of de norm zoals opgenomen in de gemeentelijke geurverordening van toepassing was, is de Afdeling gelet op het voorgaande van oordeel dat inzichtelijk had moeten worden gemaakt in hoeverre ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Ook indien in een verordening bepaalde geurnormen zijn vastgelegd, moet inzichtelijk zijn dat de toegestane milieubelasting in overeenstemming is met de uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbare inrichting van het gebied. Uit de stukken blijkt niet dat de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied is onderzocht of berekend. Nu blijkens de plantoelichting in de omgeving van het plangebied ook andere veehouderijen zijn gevestigd, had naar het oordeel van de Afdeling de cumulatie van stankhinder vanwege alle omliggende veehouderijen bij de beoordeling dienen te worden betrokken.

‘Oude' lijn jurisprudentie
Voorheen volgde uit jurisprudentie onder de oude stank wet- en regelgeving dat bouwen binnen een geurcontour (stankcirkel) niet mogelijk is. De reden hiervoor is dat in beginsel geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen een geurcontour van een veehouderij. Er is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wanneer een ruimtelijk plan vestiging mogelijk maakt van voor geurhinder gevoelige objecten binnen de afstanden die bij vergunningverlening op grond van de milieuwetgeving ten opzichte van veehouderijen moeten worden aangehouden.

De volgende uitspraken bevestigen dit: ABRvS nr. 200304768/1 van 16 juni 2004, ABRvS nr. 200705538/1 van 16 juli 2008 (RO), ABRvS nr. 200704080/1 van 11 juni 2008 (RO)ABRvS nr. 200701636/1 van 9 april 2008 (RO) en VzABRvS nr. 200708994/2 van 23 augustus 2007 (RO).

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil