Bebouwde kom

Bebouwde kom

Inhoud pagina: Bebouwde kom

Vraag

Wat zegt jurisprudentie over het begrip bebouwde kom op grond van de Wet geurhinder en veehouderij?

Antwoord

Het begrip ‘bebouwde kom' is niet gedefinieerd in de Wgv. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel is vermeld: "De grens van de bebouwde kom wordt niet bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur." Ook is opgenomen: "De bebouwde kom kan namelijk worden omschreven als het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven."

Uit jurisprudentie blijkt dat de Afdeling naast de aard en omvang van het te beoordelen gebied mede de aard van de omgeving en de afstand tot een dorpskern bepalend laat zijn of wel of niet sprake is van bebouwde kom.

In ABRvS nr. 201012361/1/M2 van 7 september 2011 is bepaald dat niet vergelijkbaar is of een plangebied als geheel of een specifieke woning aangemerkt zijn als binnen of buiten de bebouwde kom. Zowel de woning aan [locatie sub 1] als de woning aan [locatie sub 2] is gelegen aan de rand van het dorp [plaats]. Aan de voorzijde van beide woningen bevindt zich aaneengesloten bebouwing. Aan de achterzijde van beide woningen bevindt zich weiland. Gelet op de aard van de omgeving heeft het college de woning aan [locatie sub 1] ten onrechte niet aangemerkt als een woning gelegen binnen de bebouwde kom. Vergunninghouder heeft ter zitting gesteld dat hetgeen de Afdeling in haar tussenuitspraak van 26 januari 2011 (in zaak nr. 201000560/1/T1/R3) heeft geoordeeld ten aanzien van een volgens vergunninghouder vergelijkbare situatie, moet meebrengen dat de woning aan [locatie sub 1] buiten de bebouwde kom is gelegen. Die stelling faalt nu beide situaties niet vergelijkbaar zijn: in de uitspraak van 26 januari 2011 stond ter beoordeling of een plangebied als geheel al dan niet als bebouwde kom moest worden aangemerkt, en niet - zoals hier - of een specifieke woning binnen of buiten de bebouwde kom is gelegen.

In ABRvS nr. 201100912/1/M2 van 3 augustus 2011 is bepaald dat een recreatiebedrijf, bestaande uit een recreatiewoning en een pension, buiten de bebouwde kom ligt. Het begrip bebouwde kom kan volgens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet geurhinder en veehouderij worden omschreven als het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven. De grens van de bebouwde kom wordt niet bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur.
Aan de weg zijn verschillende woningen en agrarische bedrijven gelegen. Aan deze weg liggen zowel het recreatiebedrijf van [appellant] als de inrichting. De omgeving van de weg bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgronden. Hoewel er enige concentratie van gebouwen en bevolking bestaat, is de omvang daarvan te klein om die concentratie als bebouwde kom aan te kunnen merken. Het recreatiebedrijf van [appellant] ligt derhalve buiten de bebouwde kom, zodat de geurbelasting op de recreatiewoning en het pension van het bedrijf op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet geurhinder en veehouderij maximaal 8 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen.

In ABRvS nr 200902261/1/ M2 van 25 november 2009 wordt een gebied niet als bebouwde kom aangemerkt. Enerzijds vanwege de beperkte omvang en anderzijds vanwege de aard van de omgeving: landbouwgronden en oppervlaktewater. "De Afdeling overweegt dat de Visserweert bestaat uit enkele woningen en bedrijfsgebouwen en is gelegen tussen de dorpen Roosteren en Illikhoven. De omgeving van de Visserweert bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgronden en oppervlaktewater. Ook bestaat er enige concentratie van gebouwen en bevolking, maar de omvang is te klein om die concentratie als bebouwde kom te kunnen aanmerken."

In ABRvS nr. 200900791/1/M2 van 23 september 2009 wordt een bungalowpark, ondanks een bepaalde dichtheid op het park zelf niet als bebouwde kom beschouwd omdat de omgeving hoofdzakelijk bestaat uit landbouwgronden en bossen, op ruimte afstand van de dorpskern. "De desbetreffende recreatiewoning maakt deel uit van een bungalowpark waarop circa 175 recreatie- en vakantiewoningen zijn gelegen. Het bungalowpark heeft een oppervlakte van ongeveer 7 hectare en ligt in het buitengebied, op ruime afstand van de kern van Ermelo. De omgeving van het park bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgronden en bossen. Er is geen op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing. De omgeving van het bungalowpark heeft dan ook niet het karakter van een bebouwde kom. De recreatiewoningen op het bungalowpark hebben een woon- en verblijfsfunctie; ongeveer 60 woningen worden permanent bewoond. Weliswaar kan aan dit terrein een bepaalde dichtheid aan gebouwen en bevolking niet worden ontzegd, maar dit betekent naar het oordeel van de Afdeling niet dat het bungalowpark op zich zelf een bebouwde kom vormt."

In ABRvS nr. 200801961/1 van 11 maart 2009 wordt het terrein van een zorgsinstelling niet als bebouwde kom aangemerkt, gezien de ruime afstand van de dorpskern en de omgeving bestaande uit verspreidliggende agrarische bedrijven en een vakantiepark. "Het terrein van de zorginstelling ligt in het buitengebied op ruime afstand van de dorpskern Woudenberg. In de omgeving van het terrein van de zorginstelling bevinden zich verspreid liggende agrarische bedrijven en een vakantiepark. Op het terrein van de zorginstelling staat een aantal gebouwen die blijkens de stukken vooral een woon- en verblijfsfunctie hebben. Weliswaar kan aan het terrein van de zorginstelling een bepaalde dichtheid aan gebouwen en bevolking niet worden ontzegd, maar dit betekent naar het oordeel van de Afdeling niet dat het terrein het karakter van een bebouwde kom heeft. De conclusie is dat de Wet geurhinder en veehouderij wat de gebouwen van de zorginstelling betreft - anders dan waarvan het college is uitgegaan - niet aan vergunningverlening in de weg staat."

Zie ook ABRvS nr. 200900557/1/M2 van 12 mei 2010: "De omgeving van bungalowpark "De Egelshoek" bestaat voornamelijk uit landbouwgronden en bossen. Er is geen op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing. De omgeving van het bungalowpark heeft dan ook niet het karakter van een bebouwde kom. Aan het bungalowpark zelf kan weliswaar een bepaalde concentratie van gebouwen en bevolking niet worden ontzegd, maar dit betekent naar het oordeel van de Afdeling niet dat het bungalowpark op zichzelf een bebouwde kom vormt."

In ABRvS nr. 200907242/1/H1 van 23 juni 2010 wordt lintbebouwing niet aangemerkt als ‘bebouwing in een samenhangende structuur'. "Ter zitting is gebleken dat sprake is van een landelijk, open gebied, met aan één zijde langs de verbindingsweg tussen Leenderstrijp en Leende gelegen bebouwing. Gelet hierop heeft de voorzieningenrechter met juistheid overwogen dat niet gesproken kan worden van bebouwing in een samenhangende structuur."

In ABRvS nr. 200901350/1/R3 van 30 juni 2010 (RO) wordt een toekomstig bedrijventerrein niet als bebouwde kom aangemerkt, mede omdat in het gebied tussen de dorpskern en het bedrijventerrein een gebied met de bestemming "Groen-Bos-Natuur-Water (G-BO-N-WA)" is toegekend en in dat gebied slechts enkele woningen, grenzend aan de bestaande bebouwing in de kern van Hapert, kunnen worden gebouwd. "De door [appellante sub 6] bedoelde gronden waarop het bedrijventerrein is voorzien, liggen in het buitengebied op een afstand van meer dan 300 meter van de dichtstbijzijnde woningen in de kern van Hapert. Het perceel met de bestemming "Recreatie (R)" aan de [locatie 2] ligt op een afstand van ongeveer 170 meter van de dichtstbijzijnde woningen in de kern. In het tussenliggende gebied liggen in de huidige situatie hoofdzakelijk landbouwgronden waar geen bebouwing aanwezig is. Deze omgeving heeft thans dan ook niet het karakter van een bebouwde kom. Na de uitvoering van het voorliggende bestemmingsplan kan deze omgeving naar het oordeel van de Afdeling evenmin worden aangemerkt als bebouwde kom, nu aan het grootste gedeelte van het tussenliggende gebied de bestemming "Groen-Bos-Natuur-Water (G-BO-N-WA)" is toegekend en in dat gebied slechts enkele woningen, grenzend aan de bestaande bebouwing in de kern van Hapert, kunnen worden gebouwd. Gelet op het vorenstaande heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat de door [appellante sub 6] en [appellant sub 4] bedoelde gronden zijn gelegen buiten de bebouwde kom. Daarbij wijst de Afdeling er op dat de omstandigheid dat op het voorziene bedrijventerrein sprake zal zijn van op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing die is geconcentreerd tot een samenhangende structuur, niet betekent dat het bedrijventerrein op zichzelf een bebouwde kom vormt."

In ABRvS nr. 200904633/1/R2 van 31 maart 2010 komt een groter deel van een woongebied door een wijziging naar permanent bewoonde recreatiewoningen in bebouwde kom te lioggen. "In het bijgevoegde memo van SRE Milieudienst van 11 januari 2010 wordt, anders dan in het bestreden besluit, mede uitgegaan van de mogelijkheid dat het voormalige recreatiegebied Lingemeer vanwege de ligging in het buitengebied voor de toepassing van de Wgv niet moet worden aangemerkt als een bebouwde kom, waarvoor andere geurnormen zouden gelden. Dat gaat er echter aan voorbij dat het onderhavige woongebied met circa 348 woningen naar het oordeel van de Afdeling een gebied is dat door de aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven en daarom voor de toepassing van de Wgv tot de bebouwde kom moet worden gerekend. Voorts gaat de opmerking in het memo dat de bestaande recreatiewoningen als geurgevoelig object geen nieuwe belemmering vormen voor de bedrijfsvoering van de veehouderij er aan voorbij dat een deel van dit gebied binnen de voor de bebouwde kom geldende geurcontour van 2,0 odour units per kubieke meter lucht is komen te liggen."

agrarisch
 

Kenniscentrum InfoMil