7.3.2 Wet-en regelgeving
Ruimtelijke ordening en milieu
Inhoud pagina: 7.3.2 Wet-en regelgeving
Het stellen van eisen aan de ammoniakemissie uit huisvestingssystemen van veehouderijen vormt samen met het aanvullend zoneringsbeleid het instrumentarium ter beperking van de ammoniakemissie van veehouderijen. Veehouders hebben te maken met:
- een zonering rondom te beschermen zeer kwetsbare gebieden waar uitbreiden zo goed als niet meer mogelijk is, tenzij er gebruik wordt gemaakt van zeer sterk ammoniakreducerende, industriële technieken;
- emissie-eisen aan huisvestingssystemen in de vorm van maximale emissiewaarden per diercategorie;
- strengere emissie-eisen voor grote intensieve veehouderijen (IPPC-bedrijven).
Wet ammoniak en veehouderij
Met de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) wordt ter bescherming van voor verzuring gevoelige natuur een aanvullend zoneringsbeleid gevoerd. Deze wet, van kracht vanaf 8 mei 2002 en aangepast per 1 mei 2007, schrijft voor dat binnen zeer kwetsbare gebieden en in een zone van 250 meter daaromheen in aanvulling op de generieke eisen de volgende maatregelen gelden: vestiging van nieuwe intensieve veehouderijen is niet meer mogelijk en bestaande veehouderijen hebben slechts beperkte uitbreidingsmogelijkheden, namelijk tot een voor deze veehouderijen vastgelegd emissieplafond.
Een uitzondering geldt voor melkveehouderijen (zij kunnen doorgroeien tot maximaal 200 melkkoeien en 140 stuks jongvee), voor uitbreiding met paarden en schapen, voor biologische bedrijven en bedrijven die hun dieren hoofdzakelijk houden voor natuurbeheer.
Zeer kwetsbare gebieden op grond van de Wav worden aangewezen bij besluit van Provinciale Staten. Bij dit besluit hoort een kaart waarop de begrenzing van de gebieden nauwkeurig wordt aangegeven. Alleen voor verzuring gevoelige gebieden die liggen in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) worden aangewezen. Bij de aanwijzing dient rekening te worden gehouden met een aantal aspecten, zoals de natuurwaarden, de grootte van het gebied en de gevolgen van de aanwijzing voor bestaande veehouderijen. Nieuwe natuur kan volgens de Wet ammoniak en veehouderij niet aangewezen worden als een zeer kwetsbaar gebied. Ruimtelijke plannen waarin ruimte voor nieuwe natuur wordt vastgelegd vormen in het kader van de Wav daarom geen belemmering voor de nabije veehouderijen. Dit blijkt onder andere uit de uitspraken van 22 maart 2006 nr. 200508505/1 en uit 15 december 2004 nr. 200405865/1.
In de Wav is een koppeling gemaakt met de richtlijn 96/61/EG inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (Integrated Pollution Prevention and Control, of afgekort tot IPPC). Het betreffende artikel in de Wav maakt het mogelijk dat van veehouderijen die onder deze Europese richtlijn vallen, verdergaande technieken dan de beste beschikbare techniek (BBT) geëist kunnen worden. Bij het vaststellen van die verdergaande eisen, wordt rekening gehouden met technische kenmerken, geografische ligging en plaatselijke milieuomstandigheden. In de ‘Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij’ van 25 juni 2007 van VROM wordt dit nader uitgewerkt en toegelicht.
Regeling ammoniak en veehouderij
De Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) is een op de Wet ammoniak en veehouderij gebaseerde ministeriële regeling, die de emissiefactoren bevat die toegepast moeten worden om de ammoniakemissie van een veehouderij te berekenen. De Rav bevat een lijst met de verschillende stalsystemen per diercategorie en de daarbij behorende emissiefactoren.
Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij
Dit besluit, ook wel Besluit huisvesting genoemd, is op 1 april 2008 in werking getreden. Het Besluit huisvesting schrijft maximale emissiewaarden voor ammoniak per diercategorie voor. Het is van toepassing op IPPC- en niet- IPPC bedrijven, nieuwe en bestaande stallen. Voor bestaande niet-IPPC bedrijven gelden overgangstermijnen. Zie ook onder relevante ontwikkelingen.
Directe ammoniakschade
In 1981 is het rapport Stallucht en planten door het Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO) opgesteld. Uit diverse uitspraken van de Raad van State blijkt dat dit rapport (nog steeds) gehanteerd kan worden ter beoordeling van de directe ammoniakschade door de uitstoot van ammoniak bij intensieve kippen- en varkenshouderijen. Uit dit rapport blijkt onder andere dat ter voorkoming van directe ammoniakschade een afstand van minimaal 50 meter tussen stallen en meer gevoelige planten en bomen, zoals coniferen, en een afstand van minimaal 25 meter tot minder gevoelige planten en bomen moet worden aangehouden.
Natuurbeschermingswet 1998
Met de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) worden bepaalde natuurgebieden beschermd tegen schadelijke projecten. Beschermde gebieden zijn onder andere Natura 2000-gebieden (de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden) en aangewezen Beschermde Natuurmonumenten. Veel veehouderijen in de buurt van deze beschermde gebieden hebben bij oprichting of uitbreiding een vergunning in het kader van de Nb-wet nodig. De provincie is hierbij het bevoegd gezag. Voor de toetsing of een vergunning verleend kan worden is een handreiking ontwikkeld. De handreiking geldt totdat de beheersplannen voor de verschillende Natura 2000-gebieden zijn vastgesteld. In deze beheersplannen wordt onder andere voor het aspect ammoniak bepaald wat nodig is om de natuurdoelstellingen van het gebied te behalen. Voor de stand van zaken met betrekking tot het toetsingskader voor Natura 2000-gebieden kunt u kijken op de website van InfoMil onder Vogel- en Habitatrichtlijn.
Reconstructiewet concentratiegebieden
Op grond van de Reconstructiewet concentratiegebieden zijn landbouwontwikkelingsgebieden, verwevingsgebieden en extensiveringsgebieden vastgesteld. Voor de uitvoering van de Reconstructiewet in de concentratiegebieden van de veehouderij is de ammoniakregelgeving van groot belang. De reconstructie is bedoeld om een verbetering van de ruimtelijke structuur voor de landbouw te combineren met een aanzienlijke verbetering van de kwaliteit van natuur, landschap, milieu en ruimte. Tegenover het terugdringen van veehouderij-activiteiten in delen van reconstructiegebieden staat de aanwijzing van landbouwontwikkelingsgebieden elders in het reconstructiegebied. Inmiddels zijn alle reconstructieplannen vastgesteld en wordt gewerkt aan de uitvoeringsprogramma’s.
De rechter lijkt bij RO-zaken strikt te toetsen aan de bepalingen die in het Reconstructieplan zijn gesteld. Dit blijkt uit uitspraak 200700669/1 van 5 december 2007 (GS Overijssel). Het gaat hier om het wijzigen van een bestemmingsplan voor het vergroten van het bouwblok van een kippenhouder voor de bouw van een mestvergistingsinstallatie. Het vergroten van het bouwblok op de betreffende locatie was volgens het reconstructieplan niet toegestaan. De provincie redeneerde dat dat in dit geval wel mogelijk was, omdat de uitbreiding van het bouwblok niet mag worden benut voor het intensief houden van dieren. De Afdeling toetst echter strikt aan de bepalingen in het Reconstructieplan die de Afdeling ziet als “een blijkens de formulering bindende beleidsuitspraak over het grondgebruik binnen deze reconstructiezone, waartegen ingevolge artikel 29, eerste lid, van de Reconstructiewet voor een belanghebbende beroep bij de Afdeling heeft opengestaan”. Vervolgens concludeert de Afdeling dat de bepaling in het Reconstructieplan geen ruimte laat voor een onderscheid in functies van de uitbreiding van het bouwblok, en vernietigt het besluit.
De Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) is een op de Wet ammoniak en veehouderij gebaseerde ministeriële regeling die de emissiefactoren bevat die nodig zijn om in de vergunde en in de aangevraagde situatie de ammoniakemissie van een veehouderij te kunnen berekenen.

